Zeeland heeft altijd te lijden gehad van aanvallen van het water. Stormvloeden en overstromingen waren het gevolg

Voorpagina Nieuwe Zeeuwse Courant, twee dagen later

Voorpagina Nieuwe Zeeuwse Courant, twee dagen na de ramp

Het drama van 1906

De Stormvloed van 1906 vond plaats op 12 maart 1906. Bij deze overstroming werden vooral Zeeland en Vlaanderen getroffen. In tegenstelling tot de Watersnood van 1953 trof de overstroming de eilanden overdag,  daardoor vielen er geen slachtoffers. De schade was echter enorm. Landverlies is overigens niet opgetreden.

In Vlissingen werden zeer hoge waterstanden gemeten, die alleen bij de Watersnood van 1953  zijn overtroffen.

Hontenisse staat blank

Hontenisse staat blank

Oostelijk Zuid-Beveland en Vlaanderen

Op deze 12de  maart overstroomde een groot deel van oostelijk Zuid-Beveland en oostelijk Zeeuws-Vlaanderen. Ook op de ander eilanden van Zeeland was het water in meer of mindere mate nadrukkelijk aanwezig. De condities die tot de ramp leidden, waren te vergelijken met die van 1953. Springtij en een noordwesterstorm, waarbij het smalle gedeelte van de Noordzee als de beker van een trechter ging fungeren en het water niet door het Kanaal af kon voeren. Het zocht dus zijwegen.

De Engelse Polders

Op Zuid-Beveland was de ramp het grootst in de Eerste en Tweede Bathpolders, die ook wel Engelse polders werden genoemd. Vrijwel alle woningen werden door het water vernield. Andere woningen hadden zoveel schade geleden, dat ze na de drooglegging moesten worden gesloopt. Alle oostelijke Zuid-Bevelandse gemeenten hadden hiermee te maken. Bij de woningen die nog gerepareerd konden worden, adviseerde de gezondheidscommissie om ze goed te laten drogen, het behang te verwijderen, de muren te witten en eventueel natte, houten, vloeren te vervangen.

Straten stonden opnieuw onder water

Straten stonden opnieuw onder water

 

Te kort aan zoet water

We kunnen het ons nauwelijks voorstellen, maar een bijkomend probleem waren de lekke regentonnen, vol met zout water. Deze moesten worden leeggeschept, de lekkages moesten worden gerepareerd en daarna de bakken weer gevuld met zoet water, dat uit Brabant moest worden aangevoerd. Immers, waterleiding bestond toen nog niet.

Problemen voor schippers

Niet alleen voor het landvolk waren de problemen groot. Ook vissers- en handelsschepen hadden vaak zware averij opgelopen. Aan het landbouwhaventje aan de Hoek in de Oostpolder was net een nieuwe noordwestelijke havendam aangelegd, maar die had het in de storm begeven. Een twaalftal tjalken en vissersschuiten, die in dat haventje lagen afgemeerd, sloegen los. Enkele werden op de dijk geworpen, waaronder het vrachtschuitje van een man met tien kinderen. Het bootje was niet meer te herstellen. De man was zijn broodwinning kwijt en tot armoede gedoemd.

En problemen voor de boeren

Bij de boerderijen verdronk een groot aantal beesten en de jonge tarwe op de akkers bleek ook niet meer te redden. De gestoorde treinenloop naar Bergen op Zoom was een bijkomend euvel. Volgens mensenheugenis had het water tijdens die storm nog nooit zo hoog gestaan. Het herstel van de dijken vlotte nadien behoorlijk en aan het eind van 1906 waren alle sporen wel uitgewist.

Muraltmuurtjes

Muraltmuurtjes

Muraltmuurtjes

De ramp leidde tot een nieuwigheid op waterstaatkundig gebied. Ir. De Muralt, werkzaam bij het waterschap te Schouwen, construeerde muurtjes, die op de kruin van de dijk werden geplaatst om zo de veelal te lage dijkjes met bijna een meter te kunnen verhogen. Ze staan nu bekend als Muraltmuurtjes en zijn in vrijwel geheel Zeeland nog te bewonderen.

Een muraltmuur is dus een betonnen muurtje boven op een dijk, dat dient als alternatieve en goedkope dijkverhoging. Het bestaat uit drie of vier horizontale betonnen platen, van ongeveer een meter hoog, tussen betonnen staanders. Het was de goedkoopste manier om dijken ca. 1 meter hoger te maken zonder dat het dijklichaam diende te worden verbreed.

Jonkheer ir. R.R.L. de Muralt was hoofd Technische Dienst van het waterschap Schouwen tussen 1903 en 1913. In 1935 werd ongeveer 120 km van deze muraltmuurtjes aangelegd, ongeveer een derde van alle toenmalige Zeeuwse buitendijken. Vlak na 1906 waren ze net zo revolutionair als het Deltaplan na de ramp van 1953.

Robert Rudolph Lodewijk de Muralt

Robert Rudolph Lodewijk de Muralt

 

 

Vlissingen

Pas na de stormvloed van 1906, waarbij de halve stad Vlissingen weer onder water kwam te staan, nam het stadsbestuur draconische maatregelen. Bij de Vissershaven en bij het Beursplein werden keermuren gemetseld. Tevens dempte men de Achterhaven, de Koopmanshaven en de Pottekaai. Daarmee maakte men het graafwerk van Willem III weer ongedaan.

Poster voor de nationale inzamelingsactie

Poster voor de nationale inzamelingsactie

 

 

Geldinzameling en hulp

In april van dat jaar toonde Nederland haar medeleven. Er werd een landelijke collectie gehouden. Hoewel goed bedoeld, het was een druppel op een gloeiende draad. Communicatie zoals na de ramp van 1953 bestond nog niet. Nederland was nog zo arm en weinig ontwikkeld dat kranten in veel gezinnen niet konden worden betaald en voor tal van instellingen bestond Zeeland slechts op afstand.