Hendrik van Renesse was de vierde zoon van Jan IV van Renesse en Maria van Arkel. Hij was lid van een oudadellijk geslacht dat bekend stond als bijzonder strijdvaardig.

Als jongste zoon waren er voor hem geen bezittingen te erven. Hem restte slechts een carrière in het leger.

Jacoba van Beieren

Hendrik diende onder Jacoba van Beieren en vocht voor haar mee in twee oorlogen. In Friesland en Groningen woedde de strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers. De Vetkopers waren een partij waarvan de naam in verband werd gebracht met de kloosterorde van de Norbertijnen. Zij waren ‘vetweiders’ fokkers van slachtvee. In 1394 kwam de naam vette partij voor het eerst voor.

Jacoba van Beieren

Jacoba van Beieren

Jacoba van Beieren was vorstin van deze twee provincies. Zij werd gesteund door de Schieringers. In 1420 liet Hendrik van Renesse voor het eerst van zich spreken. De stad Sloten in Friesland werd belegerd door Fokko Ukena. Een vloot, die onder Hendrik’s leiding stond, landde  in een baai van de Zuiderzee ten westen van Lemmer. Na een korte voettocht verjoeg Hendrik het Vetkoperse leger. Hierdoor steeg hij behoorlijk in achting bij Jacoba van Beieren.

Hoekse en Kabeljauwse twisten

Intussen waren de Hoekse en Kabeljauwse twisten uitgebroken. De kabeljauwen werden zo genoemd naar het wapen van het geslacht Beieren. Dit deed sterk aan de schubben van een vis denken. De tegenstanders kregen de naam Hoeken omdat met een hoek (haak) kabeljauwen werden gevangen.

Het conflict tussen de Hoeken en de Kabeljauwen bestond uit een strijd tussen verschillende afsplitsingen binnen de elite van het graafschap Holland. Hierbij waren zowel adel als steden betrokken.

Het wapen van Beieren

Het wapen van Beieren

De Hoekse en Kabeljauwse twisten woedden met tussenpozen vanaf de helft van de 14de eeuw tot aan het einde van de 15de eeuw.

Voorbereiding op een drama

Een onderdeel van deze twisten was de slag bij Brouwershaven.

Deze slag vond plaats op 13 januari 1426. De inzet was de controle over Zeeland en Holland te verwerven. Jacoba van Beieren had de Hoeken achter zich staan. Zij vond steun bij de edelen van Zeeland, waaronder Hendrik van Renesse en van haar derde man, Humphrey van Gloucester, die vanuit Engeland een vloot had gestuurd.

Haar tegenstanders, de Kabeljauwen, bestonden merendeels uit boeren en burgers. Hoewel strategisch minder sterk, waren ze in aantallen veel groter. De slag bij Brouwershaven was makkelijk te winnen dacht Jacoba.

Jacoba had een losbandig leven geleid en was bij haar familie niet erg geliefd. Haar tweede echtgenoot, Jan IV van Brabant had zich bij de Kabeljauwen gevoegd. Deze wist ook de neef van Jacoba, Filips de Goede, de hertog van Bourgondië, aan de zijde van de Kabeljauwen te krijgen.

Filips, hertog van Bourgondie

Filips, hertog van Bourgondie

 

Engelse vloot

Uit Engeland vertrok een vloot van 40 schepen met aan boord ruim 500 boogschutters, 1200 ruiters en manschappen, onder aanvoering van Walter Filwater, richting Brouwershaven. In Zeeland zouden zich nog 1500 Zeeuwen bij hen aansluiten. Filwater was  benaderd door Humphrey van Gloucester om de Engelse vloot te leiden. Gloucester wilde aanspraak maken op de graafschappen Holland en Zeeland doordat hij zich met Jacoba van Beieren had verloofd.

Jan van Brabant en Filips de Goede wilden zich echter terdege voorbereiden. Zij zagen zelf toe op het rekruteren van manschappen. Zij lieten de beste troepen uit Dordrecht, Delft en Den Haag zich verzamelen bij Schiedam. Hier werden zij ingescheept.

De slag bij Brouwershaven

De Hoekse troepen lieten de Kabeljauwen ongehinderd landen. Zij hoopten op een snelle overwinning met de hulp van de Engelse vloot. Toen deze arriveerde werden zij beschoten met kruisbogen en een regen van korte pijlen daalde op hen neer. Dit leek even effect te hebben. Maar de goed gedisciplineerde Engelse boogschutters beantwoorden deze pijlenregen met hun langbogen. De tegenstander leek even gedesoriënteerd.

Engelse boogschutters

Engelse boogschutters

 

Een grote slachting

De goed bewapende Bourgondische troepen namen echter het initiatief over. Zij gingen het man tegen man gevecht aan. Door deze onverwachte en felle aanval konden de Kabeljauwse strijders en de Engelsen geen standhouden. Zij trokken zich terug achter een dijk. Daar werden ze echter ingesloten en uitgemoord. Volgens getuigen werden er zeker 3.000 mensen om het leven gebracht. Daaronder ook een aantal Zeeuwse edellieden. Er werden 200 Engelsen gevangengenomen. Filwater wist met een klein restant van de vloot terug te keren naar Engeland.  De burggraaf van Zeeland, Floris III van Haamstede werd opgepakt en gevangengezet in Brielle. Na een langdurige gevangenschap en betaling van 3600 Franse kronen verleende Filips de Goede hem gratie in 1427.

Zijn rechterhand, Hendrik van Renesse, had tijdens de slag het leven verloren.

 

Gevangenneming van Floris III

Gevangenneming van Floris III

 

Het einde van Jacoba

Het verlies was een geweldig drama voor Jacoba. De hertog van Gloucester moest in Engeland steeds weer afrekenen met politieke conflicten. Hij had geen tijd om Jacoba opnieuw steun te verlenen. De vraag is, wilde hij dat nog? Hij had inmiddels een relatie aangeknoopt met Eleonora Cobham, een voormalige hofdame van Jacoba.

Na de slag om Brouwershaven verloor Jacoba veel van haar macht en invloed en de Hoekse en Kabeljauwse twisten begonnen langzaam uit te doven.

Hendrik van Renesse zal in de geschiedenisboeken voort blijven leven als een groot Zeeuws militair, bekend om zijn strategisch inzicht en onuitputtelijke moed.