In 1631 regeerde Isabelle van Oostenrijk, een dochter van Philips II van Spanje, over de Nederlanden. Het Twaalfjarig Bestand was al weer enige tijd vergeten.

In de Zuidelijke Nederlanden had Isabelle de zaken redelijk onder controle. Maar het Noorden werd steeds opstandiger en er werden veldslagen verloren.

Isabella_Spaanse heerseres over de Zuidelijke Nederlanden

Isabella – Spaanse heerseres over de Zuidelijke Nederlanden

Zij vatte het plan op om het noorden van het zuiden te scheiden. Daarvoor moest ze een wig drijven tussen Zeeland en Holland en daardoor de Schelde en de toegang tot de haven van Antwerpen beheersen.

Voorbereiding

Isabelle voelde zich oppermachtig vanwege de grote aantallen soldaten die zij ter beschikking had. Haar leger in zowel de Noordelijke als Zuidelijke Nederlanden telde ruim 60.000 manschappen. Zij stelde een vloot en een leger samen. De vloot bestond uit 96 sloepen, 10 pontons, 18 pleiten en tal van andere platbodems.

Aan boord bevonden zich 4.300 soldaten,1.250 bootsgezellen en tientallen officieren. De vloot stond onder bevel van Markies van Antoya. Hij werd geassisteerd door Jan van Nassau-Siegen. Deze neef van Willem van Oranje was na het Twaalfjarig Bestand overgelopen naar Spanje.

Francisco de Moncada, Markies van Aytona - Anthonie van Dyck

Francisco de Moncada, Markies van Aytona – Anthonie van Dyck

Ondersteuning

Een Spaans landleger bestaande uit 180 infanterie- en 44 cavalerie eenheden dat onder aanvoering stond van Alvaro de Bazan, tweede Markies van Santa Cruz, moest de invasie ondersteunen. Hij vertrok vanuit Breda en dirigeerde een leger vanuit Eekeren (bij Antwerpen) richting West-Brabant om zich bij Willemstad bij Jan van Nassau te voegen en zo een leger van 6.000 man te vormen.

Toen de Spaanse vloot uit Antwerpen vertrok werden ze uitgezwaaid door Isabella, Maria de Medici, koningin van Frankrijk en de pauselijke nuntius om het belang van deze missie te onderstrepen.

Frederik Hendrik, prins van Oranje en graaf van Nassau, was de vierde zoon van Willem van Oranje. Hij was stadhouder, kapitein-generaal en admiraal-generaal van de Republiek de Zeven Verenigde Nederlanden. Hij had zijn militaire kwaliteiten meermaals bewezen. Vanwege zijn succesvolle belegeringen had men hem de bijnaam ‘Stedendwinger’ toebedacht.

 

Prins Frederik Hendrik - Michiel Jansz. van Mierevelt

Prins Frederik Hendrik – Michiel Jansz. van Mierevelt

 

Frederik Hendrik was gewaarschuwd voor de op handen zijnde invasie en bedacht zich geen moment. Hij gaf bevel alle beschikbare schepen van Zeeland en Holland bij elkaar te brengen. Ze moesten zich verzamelen op de Schelde bij Saeftinghe. Deze vloot stond onder bevel van vice-admiraal Marinus Hollaer.

Marinus Hollaer

De in 1575 in Veere geboren Marinus Hollaer trad al op jonge leeftijd in dienst van het Staatse leger en vocht mee tegen de Spanjaarden. Bij een Spaanse aanval op Tholen in 1588 verloor hij een oog. Daarna maakte hij de overstap naar de Staatse vloot. Onder bevel van kapitein Coopvaer op het schip de Salamander klom hij op tot stuurman.

Zijn ster bleef stijgen. Onder Prins Maurits werd Hollaer kapitein van het Zeeuwse admiraliteitsschip de Groote Zeehont. Met dit schip nam hij deel aan de Slag bij Gibraltar. In 1622 werd hij, als kapitein van de Oraingne bevorderd tot vice-admiraal. Vanaf 1629 stond hij aan het hoofd van de Zeeuwse zeemacht.

Admiraal Marinus Hollaer

Admiraal Marinus Hollaer

 

Voorspel

De Spaanse vloot wilde het beruchte fort Liefkenshoek omzeilen. Om die reden besloot de Markies van Antoya vanaf de Schelde via het Gat van Peerel naar het Saeftinghergat te trekken. Hier vond het eerste treffen met Hollaer plaats.

De wind stond in het nadeel voor Hollaer. Voeg daarbij de dreiging die uitging van het, toen nog in Spaanse handen, fort Sint Anna. Hollaer trok zich terug. De Spanjaarden voeren ongestoord door in de richting van Bergen op Zoom.

Route van de Spaanse vloot in aanloop tot de slag

Route van de Spaanse vloot in aanloop tot de slag

 

Linie van de Eendracht

Op de weg naar Bergen op Zoom werd vanuit Fort Nassau het vuur geopend op de Spanjaarden. Fort Nassau was een onderdeel van de Linie van de Eendracht, een van de oudste verdedigingslinies van de republiek. Deze was aangelegd met als doel de scheepvaart over de Eendracht te verdedigen en hetzelfde voor Zeeland in het algemeen, Tholen in het bijzonder tegen aanvallen van de Spanjaarden vanuit Brabant.

 

Linie van de Eendracht - atlas van Blaeu 1648

Linie van de Eendracht – atlas van Blaeu 1648

 

 

 

 

 

In de avond van 12 september had het er alle schijn van dat Hollaer de Spanjaarden bij Sint Philipsland in zou lopen. Van Antoya zag zich genoodzaakt het Slaak, een nauwe geul die onderhevig was aan de getijden, op te varen.

Hollaer zag nu zijn kans schoon. De Spanjaarden voelde zich echt overvallen. Ze waren nauwelijks bekend met het terrein. Daarnaast kwam er onverwacht een dikke mist op. Onder de mannen van Antoya brak blinde paniek uit. In grote aantallen sprongen ze overboord. Ze hoopten via de slikken de wal bij Heem en Vossemeer te bereiken en daar uit handen van de Zeeuwen te blijven. Maar dat was een misrekening. Uit de forten van de Linie van de Eendracht waren Staatse soldaten opgemarcheerd van de Slaak.

3.274 Spaanse soldaten en 859 schippers en matrozen werden door het leger van Frederik Hendrik overmeesterd en als krijgsgevangenen overgebracht naar Reimerswaal.

 

De Slag op het Slaak

De Slag op het Slaak

 

Graaf Jan van Nassau wist met enkele officieren in een sloep Het Prinsenland bij Dinteloord te bereiken. Het leverde hem de spotnaam ‘Jan de Mosselvanger’ op.

Volledig succes

De Spaanse vloot was door Hollaer volledig verslagen. Slechts acht schepen bereikten Dinteloord. De Spanjaarden moesten hun plannen opgeven. Alle andere schepen waren tot zinken gebracht of werden geënterd. Ruim 2.500 bemanningsleden, zeelieden en soldaten vonden de dood in het water.

Vette buit

Bijna alle buitgemaakte platbodems werden naar Dordrecht gevaren. Hetzelfde gold voor 188 scheepskanonnen en bijpassende munitie. De Schelde bleef na de Slag op het Slaak voorgoed in Zeeuwse handen.

Van het hout van de buitgemaakte schepen werden maar liefst 1.632 bruggen over de rivier de Eendracht gebouwd.

Joost van den Vondel - schilderij van Ph. Koninck uit 1665

Joost van den Vondel – schilderij van Ph. Koninck uit 1665

De slag was voor de Republiek zo belangrijk dat het de dichter Joost van den Vondel er toe aanzette het gedicht ‘Triomftorts over de Neêrlaegh der Koninglyke Vlote op het Slaak’ te schrijven.

Hollaer, hoewel misschien wel de mist bekende Zeeuwse admiraal, was voor eeuwig toegetreden tot de grote Zeeuwen.