Wissenkerke is een kleine gemeenschap op het Zeeuwse eiland Noord-Beveland. Een krimpgemeente zoals we die nu noemen. In 2019 telde de gemeenschap 1.040 inwoners. Meer dan 120 jaar geleden waren dat er nog bijna 3.000.

Aart Jan Marcusse

Op 14 augustus 1868 werd in deze middelgrote Zeeuwse gemeente Aart Jacob Marcusse geboren. Aart was een intelligent knaapje. Na de lagere school zou het voor veel jongens van zijn komaf moeilijk worden een behoorlijke maatschappelijke carrière op te bouwen. Maar dan was er altijd nog het leger.

 

 

 

 

Hoofdgebouw Pupillenschool Nieuwersluis – foto Historische Kring Gemeente Leusden

 

 

Militaire opleiding

Na zijn basisschool begon hij aan een opleiding tot militair. In Nieuwersluis, gelegen aan de Vecht tussen Loenen en Breukelen, bevond zich de Pupillenschool uit 1877. Deze was opgericht onder      beschermheerschap van koning Willem III. Boven de centrale voordeur staat de naam ‘Pupillenschool’ en boven de twee voordeuren van de hoekgebouwen staat de W van Willem.

Maximaal 250 jongens vanaf 12 jaar kregen daar les in lezen, schrijven, rekenen, aardrijkskunde en geschiedenis, zwemmen en schaatsen. Als ze 16 jaar werden gingen ze naar de krijgsdienst. Meestal hadden de ouders geen geld om zelf voor de opvoeding te betalen.

Het begrip ‘pupillen’ was in Nederlands-Indië ontstaan, waar Nederlandse soldaten vaak kinderen kregen bij inlandse vrouwen. Deze kinderen bleven in het kampement. In Gomnong richtte het 4de Bataljon in 1845 een Korps Pupillen op. De kosten werden gedragen door de officieren. Kinderen kregen vanaf 5-jarige leeftijd onderricht, zowel schools als militair. Langzamerhand werd dit experiment steeds geslaagder en ook in Nederland bekend, zodat dit de voorloper werd van de Pupillenschool in Nieuwersluis.

In Nieuwersluis volgde Marcusse naast een opleiding, vergelijkbaar met de toenmalige ULO een opleiding tot onderofficier. Zo tot tevredenheid van zijn superieuren dat hij werd voorgedragen door te studeren aan de officiersopleiding in Kampen.

Uniformen van toen

Politie

 Ondanks een goede carrière als militair in het verschiet, beviel het legerleven hem niet. Hij verliet het leger om zich in augustus 1891 als volontair aan te melden bij de politie in Goes. Opnieuw viel zijn snelle geest en tactisch inzicht op. In maart 1892 kreeg hij een aanstelling als inspecteur bij de politie in Katwijk, een jaar later gevolgd door een zelfde functie in Leeuwarden om nog een jaar later in Gouda te belanden.

Noordermarkt in Amsterdam – foto Marion Golsteijn – publiek domein Wiki

 

 

Amsterdam

 Zijn ambities gingen echter uit naar Amsterdam. Een grote stad waar de misdaad welig tierde. Na nog geen half jaar in Gouda werd hem gevraagd naar de hoofdstad te komen in de rang van inspecteur derde klas. Hij kreeg een plaats aan het bureau Noordermarkt. Zijn bevorderingen volgden elkaar snel op.

In mei 1895, vlak na zijn huwelijk met Greetje Vetten uit Bergen op Zoom, werd Marcusse bevorderd tot inspecteur tweede klasse. De toen net benoemde hoofdcommissaris J.A. Franken haalde Marcusse naar het hoofdbureau. Daar werd hij actief ingezet bij de net opgerichte centrale recherche. In 1901 werd hij opnieuw bevorderd tot inspecteur eerste klasse. In die functie werkte hij op de administratieve dienst van de centrale recherche. Hij was hier de grondlegger van de gecentraliseerde archieven.

In 1907 werd hij overgeplaatst naar het bureau Ferdinand Bolstraat. In oktober van dat jaar overleed commissaris Mr. Van Raalte. Marcusse werd aangesteld als zijn opvolger en benoemd tot commissaris, waarbij hij de rang van hoofdinspecteur oversloeg. Hierna ging hij leidinggeven aan bureau Daniel Meijerplein. In januari werd hij weer teruggehaald naar het hoofdkantoor waar hij aan het werk ging als ‘commissaris toegevoegd’.

Het waren geen makkelijke tijden voor Marcusse. Regelmatig braken rellen los in de stad zoals de aardappelopstand in 1917. Deze duurde van 28 juni tot 5 juli 1917 en was een Amsterdamse volksopstand tegen de voedselschaarste tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Amsterdamse dienders achtervolgen dieven tijdens het Aardappeloproer-1917

 

Bekroning

 Tien jaar lang bleef Marcusse  werkzaam in die functie. Hij werkte rechtstreeks onder hoofdcommissaris Th. M. Roest van Limburg. Deze stond bekend vanwege zijn zwakke gezondheid. Regelmatig moest Marcusse in de functie van waarnemend hoofdcommissaris voor langere periodes de zaken van Roest van Limburg overnemen.  Op 17 februari 1919 ging de laatste vanwege zijn gezondheidsproblemen vervroegd met pensioen. Marcusse volgde hem op.

Marcusse werd hierdoor, sinds het overlijden van Chr. De Bie in 1963, de eerste hoofdcommissaris die alle rangen binnen het eigen Amsterdamse Politiekorps had doorlopen.

Roest van Limburg

 

Veranderingen

Marcusse was een sociaal mens. Hij had altijd tijd en ruimte voor anderen. Ook wilde hij zijn mensen betere arbeidsomstandigheden bieden.

Na lang aandringen kreeg hij eindelijk meer financiële middelen tot zijn beschikking. Hierdoor kon hij meer personeel aan nemen en anderen sneller laten doorstromen naar hogeren rangen. In twee jaar tijd kon hij het aantal inspecteurs laten groeien van 70 naar 113. Het aantal brigadiers steeg van 103 naar 160 en het aantal agenten steeg met bijna 550, van 1533 tot 2100. Er kwam een heuse politie academie waar behoorlijke opleidingen werden gegeven.

Leerlingen aan de politie academie

 

 

 

 

 

Marcusse maakte het mogelijk de werktijden te verkorten en een wekelijkse rustdag in te voeren. Daarnaast konden de salarissen van de Amsterdamse politieambtenaren harder groeien dan die van andere gemeenteambtenaren en collega’s in andere steden. Bovendien kwamen er enkele diensten bij zoals de kinderpolitie, de inlichtingendienst, de motorbrigade en de zedenpolitie. Voor een deel ging het hier om plannen die door Roest van Limburg samen met Marcusse al waren voorbereid maar vanwege de Eerste Wereldoorlog nog niet waren uitgevoerd.

Marcusse werd door zijn mensen op handen gedragen.

Affiche voor de Olympische Spelen 1928

 

Einde carrière

In 1928 wilde Marcusse na ruim 9 jaar zijn functie als hoofdcommissaris neerleggen maar vanwege de Olympische Zomerspelen van 1928 die in Amsterdam gehouden werden kwam hij op speciaal verzoek van het gemeentebestuur op dit voornemen terug.

Een half jaar later, op 1 januari 1929, ging Marcusse alsnog met vervroegd pensioen waarbij hij als afscheidscadeau de eigendomspapieren van een huis in Halsteren (vlak bij Bergen op Zoom) overhandigd kreeg. Naast de functie van hoofdcommissaris heeft hij andere functies gehad; zo was hij onder andere directeur van het Rijksbureau betreffende de Bestrijding van de handel in vrouwen en kinderen en ontuchtige uitgaven.

Marcusse bij zijn afscheid in 1929

Overlijden

Direct na zijn pensionering verhuisde hij samen met zijn vrouw naar het huis in Halsteren waar hij vier jaar later op 9 januari 1933, op 64-jarige leeftijd overleed.

Zonder deze logisch denkende, visionaire en intelligente Zeeuw zou het Amsterdamse Politiekorps nooit zijn  uitgegroeid tot een van de modernste van onze tijd.