Anna van Bourgondië werd omstreeks 1435 geboren. Haar vader was de Bourgondische graaf Philips de Goede. Anna’s moeder was Jacqueline van Steenberghe waarmee Philips een buitenechtelijke relatie had.

Philips deed zijn naam de Goede alle eer aan. Hij erkende Anna als dochter en zorgde dat zij een goede opvoeding kreeg. Ze groeide op in Gent aan het Bourgondische hof in de Nederlanden en werd zelfs gouvernante van de latere hertogin Maria van Bourgondië.

Huwelijk

Philips de Goede

Philips de Goede

Adriaan van Borssele was een bekwaam militair. In 1426 werd hij geridderd in de orde van het Gulden Vlies. Adriaan was welgesteld. Hij bezat tal van heerlijkheden op Walcheren. Hij was heer van Brouwershaven, Brigdamme, Oost- en West Souberg, Koudekerkerke, Zoutelanden en Grijpskerke. Hij stond in hoge aanzien bij het Huis van Bourgondie en het algemeen en bij Philips de Goede in het bijzonder. Hij vervulde daar diverse functies als raadsheer, slotvoogd en veldmaarschalk.

In 1457 trouwde hij met Anna. Zij gingen wonen op het kasteel van West-Souburg.

Anna van Bourgondië

Anna van Bourgondië

 

 

 

 

Inpolderen

Anna werd vooral bekend en geliefd vanwege haar initiatieven en inzet om land in te dijken en schorren in te polderen. Samen met haar man stichtte ze dorpen en financierde ze de bouw van kerken zoals die van Sommelsdijk in 1464 en Bruinisse in 1466. Hiervoor was uiteraard de samenwerking met andere grondbezitters nodig, maar met haar aangeboren charme wist Anna hen te overtuigen.

In 1468 stierf haar man Adriaan. Het paar was kinderloos gebleven en Anna erfde alle bezittingen van haar man.

 

Tweede Huwelijk

Adolf van Kleef

Adolf van Kleef

In 1470 trouwde Anna opnieuw. Dit keer met Adolf van Kleef. Hij was een hoge edelman en staatsman. Als legeraanvoerder en stadhouder-generaal stelde hij zijn carrière in dienst van de Bourgondische hertogen. Hij was heer van Ravenstein en Wijnendale. Hierdoor kreeg Anna de titel vrouw van Ravenstein.

Adolf was een dichte verwant van de Bourgondiërs. Tussen 1475 en 1477 stond hij op de top van zijn politieke carrière als stadhouder-generaal van de Nederlanden. In 1483 werd hij medelid van de regentschapsraad die de Nederlanden bestuurde in naam van de toen nog minderjarige Philips de Schone. Van Kleef was geen onbekende in Zeeland. Hij bewoonde lange tijd het Hof van Kleef bij Zierikzee. Ook was hij heer van Dreischor en Breskenszand.

Het wapen van Sint-Annaland

Het wapen van Sint-Annaland

Verder met scheppen van Zeeland

Anna ging met tweede man onverdroten voort met het inpolderen van Zeeland. Onder haar leiding ontstond in 1476 de polder Sint-Annaland. In tegenstelling van wat veel wordt gedacht, niet haar eigen naam, maar die van haar schutspatroon; de heilige Anna.

In 1487 was ze gereed met de indijking van weer een nieuwe polder, Sint-Philipsland, zo genoemd naar de heilige Philippus.

De initiatieven die Anna ontwikkelde, de vele waterwerken en gebouwde kerken hebben haar stempel zeker op Zeeland gedrukt. Haar invloed en belang voor de provincie in die periode mag zeker niet worden onderschat.

Anna overleed op 14 januari 1508. Zij liet geen eigen kinderen na.

Haar hart werd begraven bij haar eerste man in de kerk van West-Souburg. Haar lichaam echter, werd overgebracht naar de Dominicanenkerk in Brussel waar het werd bijgezet in het graf van haar tweede man.