Op de Westerschelde kan het soms behoorlijk spoken. Zo erg dat in het verleden de veerdiensten over deze zeearm  regelmatig gestaakt moesten worden. Dat was al lang een doorn in het oog.

Oude plannen

Er werd al langere tijd gespeeld met de gedachte een tunnel onder de Westerschelde aan te leggen. Omstreeks 1930 hadden een aantal zakenlieden uit Goes plannen gemaakt voor een tunnel. Maar over de haalbaarheid bleven de plannen onzeker. Tal van vragen werden gesteld; was de bodem wel stevig genoeg, waar zou de tunnel moeten worden gelegd en was de prijs wel haalbaar?

Het plan werd als te risicovol afgeblazen.

Ingang Westerscheldetunnel

Ingang Westerscheldetunnel

Nieuwe plannen

In de jaren ’60 van verleden eeuw lagen er opnieuw plannen voor een vaste verbinding tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen. Deze bestonden uit een hangbrug en een afgezonken tunnel. De brug en de tunnel zouden worden aangelegd op de plaats waar een van de veerboten voer; tussen Kruiningen en Perkpolder. Maar ook deze plannen strandden. Het was te duur.

Definitief

 De noodzaak voor een vaste verbinding tussen deze twee delen werd steeds duidelijker. Vanaf het midden van de jaren ’80 kwamen er steeds weer nieuwe ideeën. Aanvankelijk werden de plannen van twintig jaar eerder weer uit de kast gehaald. Maar men begon meer en meer over te hellen naar het idee van een geboorde tunnel. Na tientallen jaren van plannen en opnieuw beredeneren stond het plan in 1996 vast. Er zou een tunnel worden gebouwd.

Net als de Zeelandbrug, is de Westerscheldetunnel geen onderdeel van de Deltawerken. Wel kan de tunnel beschouwd worden als een indirect gevolg hiervan. Het was natuurlijk niet mogelijk om de Westerschelde af te sluiten, omdat de bereikbaarheid van de Antwerpse haven dan in gevaar zou komen. Een gevolg hiervan was dat de verbinding tussen Zeeuws-Vlaanderen en Walcheren of Zuid-Beveland niet bijzonder goed was. De Deltawerken hadden behalve voor bescherming namelijk ook gezorgd voor verbinding. Betere verbindingen betekenden een impuls voor onder andere het toerisme en de economie. Die impuls ontbrak tot het jaar 2003 in de gebieden rond de Westerschelde. Tot die tijd moest men het doen met twee veerdiensten: een tussen Vlissingen en Breskens en een tussen Kruiningen en Perkpolder. Bij slecht weer werden deze veren echter snel uit de vaart genomen. Iemand die van Middelburg naar Oostburg wilde, moest dan wachten of omrijden via Noord-Brabant.

Het traject van de tunnel

Het traject van de tunnel

 

1997

Het voorwerk voor de tunnel begon in 1977. De tunnel zou komen te liggen tussen Ellewoutsdijk op Zuid-Beveland en Terneuzen op Zeeuws-Vlaanderen zo werd besloten door Rijkswaterstaat en de Provincie Zeeland. Op 26 januari 1998 werd het startschot voor de bouw gegeven door toenmalig minister van verkeer en waterstaat, Annemarie Jorritsma. Er begon een periode van vier jaar bouwen, boren en graven.

 

 

 

De Tunnel

De Westerscheldetunnel is een geboorde tunnel van 6,6 kilometer lang tussen Ellewoutsdijk en Terneuzen en bestaat uit twee buizen met een diameter van 11 meter. Ze zijn met een speciale tunnelboormachine gegraven. De bouw van de tunnel was technisch gezien een uniek project. De meeste tunnels in Europa worden gebouwd in harde, rotsachtige materie. Dat lijkt moeilijker dan de zachte Westerscheldebodem, maar is het niet. Het was de eerste keer in de geschiedenis van West-Europa dat zo’n lange en diepe tunnel werd geboord door zand en klei. Aan de zuidkant is een deel van 1.200 meter met een hellingsvlak van 4,5%. Het diepste punt van de tunnel ligt 60 meter onder de zeespiegel. Dit diepste punt bereikt de tunnel onder de Pas van Terneuzen. Vergeleken met een brug of een afgezonken tunnel heeft een geboorde tunnel legio voordelen: schepen kunnen ongehinderd passeren, ankers van de tunnel kunnen niet losraken en bovendien: het is goedkoper.

De tunnelloop

De tunnelloop

Verkeerssituatie

In elke tunnelbuis zijn twee rijstroken, er is geen vluchtstrook. Om de 250 meter zijn de tunnelbuizen met elkaar verbonden door dwarsverbindingen. De deuren die toegang geven tot deze verbindingen zijn vergrendeld. Bij calamiteiten worden ze automatisch geopend. Verkeer op de linkerrijstrook in de andere tunnelbuis wordt dan stilgelegd zodat mensen veilig door de andere tunnelbuis kunnen lopen.

In de tunnel geldt een maximumsnelheid van 100 km/uur. De snelheid wordt over een afstand van 8 km. gecontroleerd door middel van trajectcontrole.

Fietsers en voetgangers zijn uiteraard niet welkom in de tunnel.

 

Snel en tijdbesparend

Snel en tijdbesparend

 

 

 

 

Koningin Beatrix opende op 14 maart 2003 de Westerscheldetunnel, de vaste verbinding tussen Zuid-Beveland en Zeeuws-Vlaanderen was een feit. Op diezelfde dag werden de veerdiensten Vlissingen-Breskens en Kruiningen-Perkpolder uit de vaart genomen.

 

Succes

In 2017 passeerden ruim 7,2 miljoen voertuigen door de tunnel. Dit veroorzaakte zelfs opstoppingen bij de tolpoorten, maar het nut van de tunnel heeft zich bewezen.

Genoeg is genoeg?

Er was echter een maar. En dat  was de financiering. De bouw van de tunnel en de aanleg van de toeleidende wegen kostte 750,8 miljoen euro (excl. BTW). De tunnel wordt sinds de ingebruikneming in 2003 voor een periode van dertig jaar (tot 2033) geëxploiteerd door de N.V. Westerscheldetunnel. Sinds 1 juli 2009 is de tunnel eigendom van de Provincie Zeeland. Voorheen was de NV voor 95,4% eigendom van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (als aandeelhouder van de Nederlandse staat) en voor 4,6% van de provincie Zeeland. Op 17 juni 2008 werd bekendgemaakt dat het Ministerie van Verkeer en Waterstaat de 95,4% van de aandelen aan de provincie Zeeland zou verkopen. Sinds 1 juli 2009 zijn alle aandelen in handen van de Provincie. Op 14 maart 2033, wanneer de tolrechten eindigen, verkoopt de provincie de tunnel voor € 1 aan het Rijk.

Toch gaan er steeds meer stemmen op die vinden dat de tol goedkoper moet. Ook in de politiek. De provincie kan de tol blijven handhaven tot 14 maart 2033. Op die dag zou de totale investering van de bouw van de tunnel en de aanleg van de toeleidende wegen zijn terug verdiend.

Niet voorzien was dat, met name veelgebruikers, jaarlijks een vermogen betalen om van de tunnel gebruik te maken.

Tolplein Westerscheldetunnel

Tolplein Westerscheldetunnel

Tolvrij maken?

Iedereen wil een tolvrije tunnel. Maar als de tunnel nu tolvrij wordt gemaakt, ontstaat een financieringstekort van 450 tot 500 miljoen euro. De Provincie heeft we dat geld niet. Wat ze wel doen? Ze investeert in Zeeuws-Vlaanderen en de bereikbaarheid van de regio. Zo hebben ze de Sluiskiltunnel kunnen aanleggen door zelf de aandelen van het Rijk over te nemen, waardoor de bereikbaarheid fors is verbeterd..

Met de groei van het aantal passages is de Provincie in staat geweest om sinds 2012 de prijs op hetzelfde niveau te houden. Verder zoekt ze samenwerking met het Rijk om met gerichte middelen de economische structuur van Zeeland te versterken.

De Provinciale Staten werken een plan uit voor lagere toltarieven voor de Westerscheldetunnel. Gebruikers met een t-tag krijgen een korting van 40 tot 50 procent. Voor gebruikers zonder t-tag, die een los kaartje moeten kopen, verandert de prijs niet.

Prijsverlaging

Dat kortingsloze tarief is nu 5,00 euro. Dus voor t-tag gebruikers gaat het tarief van 3,80 naar 3,00 euro en voor de veelgebruikers gaat het tarief van 3,05 naar 2,50 euro. De nieuwe tarieven moeten volgens plan ingaan op 1 januari 2020.

Daarnaast staat in het voorstel dat toekomstige winsten en meevallers moeten worden gebruikt om de tunnel eerder tolvrij te maken. Maar, zoals gebruikelijk bij ingrijpende maatregelen van de overheid, is het een kwestie van geduld en afwachten.

 

Voor een impressie van het imposante werk van de aanleg kunt u deze film bekijken.