Op 6 december 1885 werd in Gent – België, Reimond Jozef Pieter Kimpe geboren. Zijn vader nam het niet zo nauw met de wet. Hij gaf twee dagen later zijn kind pas aan waardoor Reimond als geboortedatum 8 december achter zijn naam kreeg.

Reimond bleek een pienter knaapje. Na zijn tijd op de lagere school ging hij naar het gymnasium. Hier raakte hij al geïnteresseerd in de Vlaamse beweging. Hij had een grote interesse voor literatuur maar op aandrang van zijn ouders ging hij naar de Gentse Hogeschool waar hij bouwkunde ging studeren. In 1908 slaagde hij voor zijn opleiding.

Bocht in de Leie bij Sint Martens Latem

Bocht in de Leie bij Sint Martens Latem

Ondanks zijn afstuderen en werkzaamheden als architect werd hij steeds actiever als schrijver. In het studentenblad ‘De Goedendag’ verschenen in 1904 van zijn hand al sonnetten en literaire beschouwingen. Meer eerder al, vanaf 1900 was hij regelmatig te vinden in Sint Martens Latem, een dorpje aan de Leie waar kunstenaars zich verzamelden. Hier stond de wieg van het Vlaamse Expressionisme. Samen met Gustave de Smet en Frits van den Berghe stelde Kimpe een manifest op. Hierin keerden zij zich tegen het luminisme, een kunststroming die naar hun mening de schilderkunst verwaarloosde. Hier begon hij zich al te ontwikkelen als activist.

De molbrug bij Lier

De molbrug bij Lier

Kimpe ging werken in Lier als architect. Onder zijn opdrachten daar was het bouwen van de Molbrug, een liggerbrug over de Lier. Hier raakte hij bevriend met Felix Timmermans die erg belangrijk werd voor zijn artistieke ontwikkeling.

Felix Timmermans

Felix Timmermans

Op aandrang van Timmermans ging Kimpe schrijven voor het Nederlandse tijdschrift ‘De Beweging’ dat in 1905 door Albert Verwey werd uitgegeven. Ook schreef hij voor ‘De Nieuwe Gids’ van Willem Kloos.

Omslag De Beweging

Omslag De Beweging

In 1913 verscheen van de hand van Kimpe in Lier de verhalenbundel ‘Levenswetten’ en werd hier zijn toneelstuk ‘Het Bateloos Offer’ opgevoerd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog raakte hij actief betrokken bij een Vlaamse beweging die zich hard ging maken voor een Groot Nederland. In 1914 werd hij secretaris van een groep die zich Jong Vlaanderen noemde.

De Raad van Vlaanderen, een officieus Vlaams Parlement, werd op 4 februari 1917 door activistische professoren werd opgericht. Deze beweging kwam voort uit kringen van Jong Vlaanderen. De Duitsers zagen hier een kans in. De Raad van Vlaanderen werd meteen ingezet in de Flamenpolitik, een beleid dat tot doel had de Vlaamse bevolking ervan te overtuigen zich aan de kant van de Duitsers te scharen om zo de greep op het bezette België te vergroten. Op 22 december 1917 riep de Raad van Vlaanderen de politieke zelfstandigheid van Vlaanderen uit.

Voor zijn werk binnen de Raad en zijn activistische inspanningen, die de naam ‘De Blauwvoet’ had gekregen, werd Kimpe na de oorlog ter dood veroordeeld. Hij ontsnapte aan zijn straf door naar Nederland te vluchten. De naam ‘De Blauwvoet’ was een strijdkreet van de activisten, afgeleid van het boek van Hendrik Conscience, de Kerels van Vlaanderen.

Na een paar maanden in Zeist gewoonde te hebben, verhuisde Kimpe naar Middelburg. Hij bleef een groot voorstander van een Groot Nederland. Zijn huis, aan de Heerengracht gaf hij de naam De Blauwvoet.

Hij werd actief als aannemer. Hij bouwde woningen en legde betonwegen aan. Maar zijn leven nam in 1923 een andere wending toen hij gedwongen zijn bedrijf op moest geven. Kimpe werd kunstschilder.

Hij trok regelmatig voor perioden naar Parijs. Ook reisde hij door Duitsland, Italië, Oostenrijk en Spanje. In Italië maakte hij kennis met Otto van Rees. Deze introduceerde Kimpe in Parijs bij Pablo Picasso, Juan Torres Garcia en Marc Chagall. In Parijs sloot Kimpe zich aan bij de kunstgroep Surindépendants, waarmee hij exposeerde. In deze periode maakte hij een aantal abstracte schilderijen.

Vroeg werk van Kimpe

Vroeg werk van Kimpe

Al snel verwierf hij regionaal bekendheid als schilder. Ook zijn kennis over kunst werd geroemd. Tussen 1929 en 1945 was hij als bestuurslid van het Kunstmuseum in Middelburg actief. Dit museum was, vanaf het begin van de schilderscarrière van Kimpe, sterk geïnteresseerd in zijn werk.

Walcherse boerin 1938

Walcherse boerin 1938

Toch zorgde een dramatische gebeurtenis voor een omwenteling in zijn artistieke ontwikkeling. Op 17 mei 1940 werd Middelburg gebombardeerd. Hierbij vielen 11 doden en 600 gebouwen werden verwoest. Daarbij bevonden zich het middeleeuwse stadhuis en het atelier van Kimpe dat daar vlakbij lag. Ruim 200 tekeningen en schilderijen van Kimpe gingen daarbij verloren.

Hij legde de ravage vast in het schilderij ‘Verwoest stadhuis van Middelburg’.

Verwoest stadhuis van Middelburg

Verwoest stadhuis van Middelburg

Kimpe ging verder met zijn werk, nu in een van de zalen van het kunstmuseum. In deze periode maakte hij een aantal stukken waarin de Zeeuwse mensen model stonden. Daaronder “De Zeeuwse boogschutter’, ‘Walcherse boer en boerin op hun zondags’ en ‘Westkappelenaar’.

Westkapelse familie 1938

Westkapelse familie 1938

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef hij het ideaal voor een Groot Nederland koesteren. Sympathieën voor de Duitsers waren hierbij niet vreemd. In 1945 werd hij hiervoor enige tijd geïnterneerd in kamp ‘De witte driehoek’ in Rilland-Bath.

Twee vissers

Twee vissers

In de tijd na zijn vrijlating veranderde zijn manier van werken. Zijn werken werden meer gestileerd met strakkere lijnen en de achtergronden werden meer abstract.

Het uitgesproken Zeeuwse dat zijn figuren in de periode van voor 1950 weergaf verdween. Vooral het doek “Straatmuzikanten’ uit het begin van de vijftiger jaren geeft dit duidelijk weer. Ook zijn kleurgebruik veranderde. Hij ging contrastrijker en in fellere kleuren werken.

Glas in Lood - Hilversum

Glas in Lood – Hilversum

Ook maakte Kimpe glas in loodramen. Deze vervaardigde hij in opdracht van de Sint-Vituskerk in Hilversum en voor het Philipsgebouw in Barcelona.

Kimpe bleef tot aan het einde van zijn leven Zeeland trouw. Hij overleed op 14 mei 1970 in Veere, 84 jaar oud. Hij werd in Deze gemeente begraven.

Reinoud Kimpe

Reinoud Kimpe