Abraham van Dale was getrouwd met Pieternella Johanna du Bois. Het echtpaar woonde in het Oostvlaamse  Eeklo in, toen nog, zuid Nederland. Pieternella dreef een winkeltje en Abraham begon zijn werkzaam leven als peperkoekbakker, daarna werd hij landmeter, vervolgens hulponderwijzer en tenslotte militair. Vader Abraham stierf aan boord van een oorlogsbodem voor de zuidkust van Java toen Johan Hendrik elf was.

Johan Hendrik van Dale

Johan Hendrik van Dale

Jeugd

In 1817 verhuisde het gezin naar Sluis. Pieternella was weer zwanger. In Meetjesland was een pokkenepidemie uitgebroken en Abraham vond het voor zijn gezin veiliger naar gezondere oorden te vertrekken.

Op 15 februari 1828 werd Johan Hendrik in Sluis geboren. Hij was de zesde zoon van de Van Dalens.

 

Van Dale als kind

Van Dale als kind

Johan Hendrik groeide op tot een, voor die tijd, lange man van 1,72 m. Al snel stond hij bekend als een workaholic die mateloos nieuwsgierig was en beschikte over een scherp geheugen. Op zijn zestiende haalde hij zijn eerste onderwijsbevoegdheid. Hij werd aangesteld als ondermeester in Sluis. In de jaren die hier op volgden behaalde hij razendsnel tal van aktes. Hij bekwaamde zich in wiskunde, natuurkunde, landbouwkunde, Frans Duits en Engels. Tijdens het volgen van deze opleidingen studeerde hij op eigen houtje Latijn en Gotisch en zich bekwaamde in het Middelnederlands, een voorloper van de moderne Nederlandse taal.

Onvermoeibaar

De onvermoeibare van Dale werd in mei 1854 hoofonderwijzer aan de openbare school in Sluis en vanaf oktober 1855 stadsarchivaris.

 

Het is weinig bekend, maar van Dale manifesteerde zich al snel als schrijver. In 1852 verscheen zijn eerste boek; ‘Honderd opstellen ter verbetering’, een lesboek voor de hoogste klas van de volksschool.

Honderd opstellen

honderd opstellen

De eerste publicatie van Van Dale

In de jaren die daarop volgden publiceerde hij nog meer dan 20 andere boeken. Het merendeel daarvan gingen over de geschiedenis van Sluis en Zeeuws-Vlaanderen. Andere boeken gingen over zuiver schrijven, zinsontleding en spraakkunst. Zijn schoolboeken werden door het hele land gebruikt, enkele zelfs tot in het eerste kwart van vorige eeuw.

Ook publiceerde Van Dale honderden artikelen. In eerste instantie over historische en oudheidkundige onderwerpen. Later, vanaf 1861, ging hij zich meer en meer toeleggen op taalkunde.

Eerste taalkundig werk

Door zijn vele taalkundige publicaties kwam Van Dale in contact met enige vooraanstaande taalgeleerden, waaronder Matthias de Vries. Het was op aanbeveling van De Vries dat Van Dale werd benaderd door uitgever ter Gunne uit Deventer. Deze gaf hem de opdracht voor zijn eerste lexicografische werk, de bewerking van het ‘taalkundig handboekje’ of ‘de alfabetische lijst van alle Nederlandse woorden die wegens spelling of taalkundig gebruik aan eenige bedenking onderhevig zijn’.

De woordenlijst moest worden aangepast aan de spelling van De Vries en Te Winkel die zij niet lang daarvoor hadden opgesteld voor ‘Het Woordenboek der Nederlandsche Taal’.

Het boekje kwam uit in maart 1867.

Vijfde druk van het Taalkundig Handboekje uit 1881 bewerkt door Johan Manhave

Vijfde druk van het Taalkundig Handboekje uit 1881
bewerkt door Johan Manhave

Vier maanden later in juli 1867 had Van Dale in Middelburg een bespreking met de uitgever D.A. Thieme. In maart van dat jaar had Thieme, mede namens zijn collega uitgevers Martinus Nijhof en A.E. Sijthoff een veiling van ongebonden boeken in Amsterdam 290 onverkochte exemplaren en de rechten van ‘Het Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal’ gekocht, geschreven door de zwagers Calisch.

Aan het werk

Van Dale werd door Thieme gevraagd om het Nieuw Woordenboek te bewerken. Ook vroeg Thieme hem tijdens die ontmoeting om redacteur te worden van het Woordenboek der Nederlandsche Taal. Hoewel dit een bijzonder eervolle aanbieding was, bedankte Van Dalen voor de eer. Als reden gaf hij aan het ontbreken van een waarborg voor een jaarsalaris en een eventueel pensioen.

In 1870 werd hem hetzelfde verzoek gedaan. Nu kwam de werkelijke aap uit de mouw. Hij kon, te zeer aan Sluis verknocht, niet besluiten zijn geliefde stad te verlaten. Hij kon het niet over zijn hart krijgen om zijn werkzaamheden in de verre uithoek van Zeeuws-Vlaanderen te ruilen voor een full-time betrekking als lexicograaf in Leiden.

Nieuwe Woordenboek der Nederlandsche Taal

Intussen werkte hij onverdroten voort aan het Nieuwe Woordenboek der Nederlandsche Taal. Na anderhalf jaar werken realiseerde Van Dalen zich dat het samenstellen van het woordenboek voor één man alleen te veel was. Hij riep de hulp in van zijn leerling Johan Manhave die hem al eerder had geassisteerd bij het corrigeren van drukproeven.

Johan Manhave

Johan Manhave werd geboren in Sluis op 21 juli 1850 als zoon van een Sluise winkelier. Evenals Van Dale had hij een baan in het onderwijs. Vanaf februari 1869 besteedde de toen 19 jarige leerling dagelijks een flink aantal uren aan het bewerken van de door Van Dale aangeleverde kopij.

Zonder Johan Manhave was het woordenboek waarschijnlijk nooit gepubliceerd. Zonder Manhave dus geen Dikke van Dale en geen Van Dale standbeeld.

Van Dale aan zijn werktafel

Van Dale aan zijn werktafel

Het verwijt dat Manhave enigszins onterecht vergeten is klopt. Samen met Van Dale was hij er mede verantwoordelijk voor dat in een periode van ruim vijf jaar het officiële Nieuwe Woordenboek der Nederlandse Taal meer dan 18.000 nieuwe woorden werden opgenomen.

Echter, aan het begin van 1872 sloeg het noodlot toe. Van Dale raakte besmet door het pokkenvirus. Over zijn laatste dagen schreef Manhave: “Toen hij in den vroege morgen van den laatsten dag zijns levens zijne door droefheid afgetobde vrouw en kinderen liet wekken om van hen allen een laatste afscheid te nemen, gaf hij zijn vrouw den wensch te kennen, dat wij (Manhave) zijn woordenboek voltooien zouden. En wij hebben gemeend aan dien laatsten wensch van onze stervenden leermeester en vriend te moeten voldoen; ’t was het laatste wat wij voor hem doen konden”.

 

 

Overlijden en later

Van Dale overleed op 19 mei 1872.
Manhave hield woord. Hij heeft inderdaad het Van Dale’s woordenboek voltooid. Dat bestond uit het afwerken van de letter Z en het corrigeren van de proefdrukken. Voor het voltooien van dit werk was nog anderhalf jaar nodig.

In 1874 verscheen de eerste druk van wat later de Dikke Van Dale zou gaan heten. Een boek met een omvang van 1.400 pagina’s. Toch kan niet worden ontkend dat het leeuwendeel van dit werk door Van Dale tot stand is gebracht.

 

Het borstbeeld van Van Dale in Sluis

Het borstbeeld van Van Dale in Sluis

In Sluis wordt Van Dale geëerd met een standbeeld, een borstbeeld gemaakt door Pieter Puijpe, dat onthuld werd op 4 september 1924.

Ter zijn nagedachtenis is later een stichting naar hem vernoemd. Stichting Johan Hendrik Van Dale is in 2010 ontstaan uit een fusie van Stichting Johan Hendrik Van Dale en Stichting De Raadskelder.
De stichting heeft als werkterrein West Zeeuws-Vlaanderen, het gebied dat in grote lijnen samenvalt met de gemeente Sluis. Stichting Johan Hendrik Van Dale werkt nauw samen met andere organisaties op het gebied van cultuur, taal, heemkunde, beeldende kunst en muziek.