Bovenstaande foto, Sint-Lievensmonstertoren en Nieuwe Kerk – © Aren Admiraal

 

De Sint-Lievensmonstertoren in Zierikzee met een hoogte 62 meter wordt in de volksmond ook wel de ‘Dikke Toren’ genoemd. De toren werd gewijd aan Livinus van Gent.

Livinus van Gent is een van de vroegste heiligen van de Rooms Katholieke kerk. Hij wordt gezien als een apostel van Vlaanderen en Brabant. Na zijn studie tot priester reisde hij van geboorteland Ierland naar Engeland. Hier kreeg hij zijn opdracht tot het prediken van het evangelie door Augustinus van Canterburry.

Livinus werd tot bisschop gewijd en besloot aan zijn peregrinatio Domini, zijn Godsreis te beginnen. Hij vertrok naar Gent en Zeeland met het plan het christendom te gaan prediken. Tijdens zijn rondzwervingen door onze streken zou hij meermalen wonderen hebben verricht.

Uiteindelijk, als we verhalen mogen geloven, zou Livinus in 657, op hoge leeftijd, in Esse in Oost-Vlaanderen tijdens een preek zijn aangevallen door een groep heidenen. Zij rukten hem zijn tong uit en hakten zijn hoofd af. Zijn lichaam werd vervolgens begraven in Houtem.

De marteling en dood van Livinus - Peter Paul Rubens

De marteling en dood van Livinus – Peter Paul Rubens

Zowel Esse als Houtem kregen een andere naam. Sint-Lievens werd aan de naam toegevoegd. Lieven werd de gangbare en meer volkse naam voor Livinus. Later begon de naam meer en meer op te duiken en werd het de oorsprong van verschillende monnikenorden.

 

Omstreeks het midden van de vijftiende eeuw werd in Zierikzee besloten tot de bouw van een kapittelkerk of een collegiale kerk.

Een seculier kapittel is een christelijk bestuurscollege bestaande uit geestelijken die verbonden zijn aan een kathedraal of een kapittelkerk. De leden van zo’n kapittel worden seculiere kanunniken of wereldlijke koorheren genoemd.

Aan het hoofd van het kapittel staat een proost  en een deken. Tot de Franse tijd waren seculiere kapittels vaak machtige instellingen met bezittingen in de verre omtrek. Naast geestelijke taken verzorgden zij meestal het onderwijs aan de kapittel- of kathedraalschool.

Een kapittel beschikte daarom over nogal wat macht en gezag.

Vier kanunniken met de heiligen Augustinus en Hieronymus bij een open graf met de Visitatie.

Vier kanunniken met de heiligen Augustinus en Hieronymus bij een open graf met de Visitatie.

 

 

Als onderdeel  van de majestueuze Sint-Lievenskerk was een toren voorzien die zijn weerga in de toenmalige Nederlanden niet kende. De toren zou uit vier delen worden opgetrokken en, zo zei men, 180 tot 200 meter hoog moeten worden. Dat klopt achteraf niet helemaal. Uit nieuwe berekeningen van het bekroningsontwerp blijkt dat de toren ca. 130 meter hoog had moeten worden. Toch nog altijd 18 meter hoger dan de Domtoren in Utrecht.

 

 

 

In 1454 begon men onder leiding van de Mechelse bouwmeester Andries I Keldermans met de bouw van de toren. Aangenomen wordt dat het werk aan de funderingen 25 jaar heeft geduurd. Later werd de bouw voortgezet onder leiding van zijn zoon Antoon I en zijn kleinzoon Rombout II. In 1466 zorgde een grote stadsbrand voor een vertraging die enkele jaren zou duren.

Het kolossale bouwwerk opgetrokken uit baksteen en natuursteen bestaat uit een vierkante romp van twee geledingen met rondom zware steunberen. De aanblik van de eerste werkzaamheden maakten op  de bevolking een zodanige indruk dat het al snel de bijnaam ‘het monster’ van Sint-Lievens kreeg opgeplakt, later werd het definitief de Sint-Lievensmonstertoren.

Brussels wit arduin

Brussels wit arduin

De omvang van de voet van de toren bedraagt 16 x 16 meter, inclusief de steunberen 24,5 x 24,5 meter.

Om te voorkomen dat de bouwput schade zou veroorzaken aan de kerk werd de toren los van het kerkgebouw opgetrokken. In een later stadium zou er wellicht een verbinding worden aangelegd, maar er bleef een onbebouwde open ruimte.

De toren is opgetrokken met miljoenen bakstenen die voornamelijk afkomstig waren uit Dordrecht, Rotterdam en Gouda. Ze hadden een afmeting van 155 x 72 x 53 mm. Hiervan werden er 96 per m² gebruikt.

Oorspronkelijke plannen Lievens Monstertoren

Oorspronkelijke plannen Lievens Monstertoren

De buitenkant van de toren werd bekleed met duur natuursteen. De kleine witte blokken van zandhoudende kalksteen werden aangevoerd vanuit de streek ten noorden en oosten van Brussel en werd wel Brussels Arduin genoemd.

In een periode van ongeveer 30 jaar kwam de toren in haar huidige vorm gereed. De bouw stopte bij de eerste omloop. In 1510 werd besloten de verdere bouw van de toren helemaal te staken. Door de verslechtering van de economie begon in Zierikzee het geld op te raken. De financiële middelen voor de verdere bouw ontbraken. Een aantal schepen die de bouwmaterialen naar de stad moesten brengen waren met hun kostbare last gezonken.

De kosten van de toren zoals hij tot op dat punt verwezenlijkt was, bedroegen al 100.000 gulden, een voor die tijd ontzettend hoog geldbedrag. Verder gaan zou het failliet van de stad met zich meebrengen. Met tranen in het hart werd besloten de toren te laten voor wat hij was.

Interieur Sint-Lievensmonstertoren, foto-Zierikzee-Monumentenstad.nl_

Interieur Sint-Lievensmonstertoren, foto-Zierikzee-Monumentenstad.nl_

De niet afgebouwde toren kreeg, ter afronding, een overkragende lijst. Daarbovenop werd een klokkenhuis met een nooddak gebouwd.  In de loop van de 16de eeuw kwam dit bouwsel gereed.

In de loop der tijden verdween veel van de schoonheid van de toren. Veel gebeeldhouwde versieringen braken af en werden om reden van veiligheid afgebroken. Vooral in de 18de eeuw raakte de Lievensmonstertoren zwaar in verval. De houten torenbekroning werd in 1835 afgebroken. In 1839/1840 werd een nieuwe kap gebouwd. Bovendien werden een kroonlijst en een balustrade aangebracht.

 

Geld was altijd een probleem rond de Lievensmonstertoren. In de 17de eeuw gingen er al stemmen op het ‘monster’ te slopen. Maar steeds was er wel een potje met daarin wat centen om de toren te redden.

Het onderhoud van de toren werd voor de gemeente Zierikzee een niet op te brengen zwaare last. Steeds vaker werd geopperd over te gaan tot sloop. In 1881 nam de Staat de toren uiteindelijk het eigendom van de toren over, tegenwoordig valt het bezit onder het eigendom van de Rijksgebouwendienst.

Overeengekomen werd dat gemeenste en het rijk ieder hun aandeel zouden betalen in de noodzakelijke restauratie.

Tussen 1883 en 1897 werd begonnen met de restauratie van de toren. Deze stond onder leiding van de jonge en geniale, maar ook bijzonder controversiële bouwkundige E.J. Margry, leerling van P.J.H. Cuypers. Margry trachtte het silhouet van de toren smaller te doen lijken. Daarvoor werden gedeelten van de enorme steunberen weggebroken. Ook werd de kroonlijst weggebroken.

Van de bodem naar de top

Van de bodem naar de top

Tijdens het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog raakte, door geallieerd geschut, de zuidelijke kant van de toren zwaar beschadigd. De geallieerden wisten dat de toren door de Duitsers gebruikt werd als observatiepost. Door te bombarderen probeerden zij de vijand uit de toren te verjagen.

Het duurde tot enige jaren na de oorlog voor men kon beginnen met de restauratie van de toren.

 

Tussen 1957 en 1972 is de toren in gedeelten gerestaureerd. In 1972 was de schade, opgelopen in de oorlog, nagenoeg weggewerkt. De steunberen waren aan de bovenzijde weer opgetrokken en kregen hun oorspronkelijke hoogte terug. Ter vervanging van de kwetsbare zandsteen, waarvan het gebruik inmiddels verboden was, werd basaltlava gebruikt.

De grootste entree

De grootste entree

Dankzij de inzet van verschillende beeldhouwers werden veel natuurstenen details hersteld en op de top van de toren werd een windvaan in de vorm van een scheepje aangebracht.

Ter afronding van de restauratie werd op kosten van de staat een plantsoen rondom de kerk aangelegd. Toch zijn de nieuwe beeldhouwwerkjes ook niet bestemd tot het eeuwige leven. Tijdens de eerste storm van 2018 waaiden delen van de toren en kwamen, zonder persoonlijke schade aan te richten, op het gras terecht.

 

De grootste entree

Afgewaaide beeldhouwwerkjes kwamen in het plantsoen terecht

In de toren staat sinds 1976 een beeld dat de Zeeslag op de Gouwe in 1304 uitbeeld. Dit beeld is gemaakt door Eric Claus en is op 15 januari 2016 overgedragen aan de Nationale Monumentenorganisatie.

Sculptuur van de Zeeslag op de Gouwe van Eric Claus. foto Zierikzee-Monumentenstad

Sculptuur van de Zeeslag op de Gouwe van Eric Claus. foto Zierikzee-Monumentenstad

Gebrek aan geld of niet, De Sint-Lievensmonstertoren blijft een baken voor de stad Zierikzee en is niet meer uit het stadsbeeld en de omgeving weg te denken.

Voor meer informatie over Zierikzee en haar bijzondere gebouwen, kijk hier.