Hieronymus van Alphen is bij velen bekend om zijn kindergedichten. Veel minder bekend bij het huidige publiek, maar in haar eigen tijd zeer geliefd, zijn de kinder- en gelegenheidsgedichten van Antje Ball uit de tweede helft van de negentiende eeuw.

Antje Ball

Antje Ball werd op 18 februari 1833 geboren in Zoutelande. Zij was het achtste kind in een gezin met ten minste twaalf kinderen, van wie er zes jong overleden. Haar vader was afkomstig uit Zierikzee en bij zijn huwelijk in 1822 ‘schoolhouder’ in Zoutelande. Haar moeder was afkomstig uit Wissenkerke. Hun dochter Antje kon vanaf haar vroegste jeugd slecht zien, maar verloor bovendien in 1852 het gebruik van een oog door een ongeval. In 1857 werd ze volledig blind.

Dichteres Antje Ball

Dichteres Antje Ball

Omstreeks 1850 begon Antje Ball met dichten. Zij schreef kinder- en gelegenheidsgedichten over nationale en regionale gebeurtenissen. Haar eerste bundel met kindergedichten werd door dominee en dichter J.L.L. ten Kate enthousiast bij de lezer aanbevolen: ‘Wij aarzelen niet Antje Ball onder de verdienstelijke kinderdichters, die het voetspoor van vader Van Alphen trachten te drukken, ene eervolle plaats aan te wijzen’.

Kindergedichten

Haar kindergedichten waren net als die van dichter Hieronymus van Alphen vroom en opvoedkundig, met titels als ‘Het ouderlievende kind’, ‘Jezus de kindervriend’, en ‘Luiheid’. Antje Ball schreef ook een treurlied op de dood van Alexander, kroonprins der Nederlanden, dat in 1884 in Middelburg werd uitgegeven.

Treurdicht voor Prins Alexander

Treurdicht voor Prins Alexander

In tal van gedichten en boektitels zinspeelde Antje Ball op haar blindheid. Ook zou zij nooit trouwen. Zo schreef zij in het voorwoord van haar ‘Treur- en juichtoonen eener ouderlooze blinde’: ‘k ben blind, schoon ’t zielsoog ziet. Vaak treurend, maar toch zing ik gestaag de Here een lied’. In 1894 stuurde zij een brief in braille aan dichter Nicolaas Beets, die vooral een religieuze lofzang bevatte.

 

 

Oostvoorne

Van 2 augustus 1871 tot 1 juni 1876 woonde Antje Ball in Oostvoorne bij Den Briel. Daar onderwijst zij kinderen in de ‘beginselen der christelijke leer’. Haar moeder schrijft in een ‘Moederlijke Heilbede’ ter gelegenheid van de 37ste verjaardag van haar dochter: “O! mijn kind mijn moederhart is zoo naamloos blijde dat gij met u liefen zorg me altijd zijt op zijde in mijn grijzen ouderdom.” Na het overlijden van haar moeder keert Antje terug naar Walcheren waar ze de brandstoffenhandel van haar familie, de firma Crucq-Ball overneemt. Volgens Van Breen voorzag zij met haar schrijfwerk in haar onderhoud en dat van haar moeder.

Toen zij op 10 januari 1911 op bijna 78-jarige leeftijd in Middelburg overleed, werd echter vermeld dat haar beroep steenkolenhandelaarster was. Ambtelijk vergaten gemakshalve dat een groot dichteres afscheid had genomen.