Martien Beversluis werd op 28 maart 1894 in Barendracht geboren als zoon van een Nederlands Hervormd predikant. Later verhuisde hij naar Zeeland waar hij zich ontwikkelde tot een veelbesproken romanschrijver en dichter.

Vrije opvoeding

In het ouderlijk huis van Martien Beversluis vormde het geloof geen hinderpaal voor afwijkende opvattingen. Zijn vader was een predikant die de ethische en evangelische richting was toegedaan en werd gegrepen door het spiritisme. Later omschreef Beversluis het milieu van zijn jeugd als ‘metafysisch experimenterend’

In 1907 werd zijn vader beroepen in het Friese Veenwouden, een jaar later in Zuidwolde bij Groningen. In het blad van het Groningse gymnasium, een school die  Beversluis wegens het vervullen van de dienstplicht vroegtijdig moest verlaten, verschenen zijn eerste verzen. Na zijn middelbare school alsnog te hebben voltooid, ging hij aan de slag bij plaatselijke dagbladen, eerst in Groningen en vervolgens in Deventer.

Studie

Van 1922 tot 1925 studeerde hij aan de universiteit van Utrecht Nederlandse taal en letteren. Hij maakte zijn studie niet af. ‘Ik heb liever ruggengraat dan een doctorale graad’ zou een geliefde bewering van hem worden.

Beversluis was een natuurtalent. Hij was al eerder begonnen met schrijven. Op 20 jarige leeftijd vanaf 1914 werd zijn werk al gepubliceerd in Groot Nederland en in de Nieuwe Gids. Dat laatste was een tijdschrift dat voor het eerst verscheen in oktober 1885. Tot 1893 was het de spreekbuis van de literaire beweging van Tachtigers. In deze periode leverde Beversluis journalistieke en poëtische bijdragen aan vele bladen.

De Nieuwe Gids nr.5 uitgave van 1886

Tachtigers

De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur en muziek die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers waren vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie. De beweging kan worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.

De Nieuwe Gids bleef bestaan tot 1943.

 

Enkele van de Tachtigers, Willem Witsen, Willem Kloos, Hein Boeken en Maurits van der Valk. Publiek domein Wiki

 

Succesvol twijfelaar

Voor de Tweede Wereldoorlog twijfelde Beversluis sterk over zijn politieke richting. Hij was achtereenvolgens socialist, communist en jong protestant. Ondanks zijn twijfel rees zijn ster.

In 1928 werd hij door de omroepsecretaris van de VARA, Ger Zwertbroek, aangetrokken om bij deze omroep het letterkundige deel voor zijn rekening te nemen. Een functie die Beversluis tot 1934 zou blijven bekleden. Vanaf 1928  schreef hij voor de VARA pacifistische verzen, die twee jaar later in druk verschenen onder de titel ‘Aanklacht’. Deze bundel haalde tien drukken en een oplage van dertigduizend exemplaren.

Gerrit Jan Zwertbroek

Ontslag

Toen de VARA, naar aanleiding van de ontwikkelingen in Duitsland, in toenemende mate tot zelfcensuur overging om een dreigend uitzendverbod te voorkomen, ontstond er een hoog oplopend conflict tussen de omroep en Zwertbroek, dat in februari 1934 tot diens ontslag zou leiden. Dat Beversluis in december van dat jaar, na een schorsing, eveneens bij de VARA verdween, kwam niet als een verrassing. Volgens hem was de sociaaldemocratie te partijpolitiek en te weinig ideëel geworden. De strijdbare heilsverwachting van het communisme paste beter bij zijn behoefte aan bevlogenheid en een groots dichterschap.

Hoektableau van het VARA gebouw in 1925

 

 

Ingetogen communist

Beversluis keerde zich af van de internationale klassenstrijd en koos voor een traditioneel nationalisme van christelijke en orangistische aard. hij stelde de tegenstelling tussen verdoemden en gegrepenen in de plaats van die tussen bourgeoisie en proletariërs. Ter gelegenheid van de geboorte van prinses Beatrix in januari 1938 schreef hij een hymne, en hij was betrokken bij de poging een ‘Nationaal Centrum’ op te richten voor eenheid rond Oranje. In die periode werd hij opnieuw redacteur van ‘De Nieuwe Gids’, een blad dat inmiddels onder hoofdredacteur Alfred Haighton een radicaal nationaalsocialistische koers was gaan varen

 

Naar Zeeland

Martien Beversluis en Dignate Robbertz. gescholderd door de latere meestervervalser Han van Meegeren 1942

In 1919 was Beversluis getrouwd met Nellie Schuitemaker   Het huwelijk strandde en in 1937 hertrouwde hij met Jo Verstraate, een schrijfster uit Veere die onder het pseudoniem Dignate Robbertsz populaire streekromans schreef. Beversluis vertrok vanuit Blaricum naar Zeeland, waar hij zich uiteindelijk in oktober 1939 in een huis in de duinen bij Vrouwenpolder vestigde. De Zeeuwen en de weidse schoonheid van het landschap zou hij sindsdien in vele toonaarden bezingen.

Als NSB-er

 

NSB’er

In januari 1941 werd hij officieel lid van de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). In Zeeland had Beversluis een slechte verhouding met Jan Dekker, de districtsleider van de NSB, met wie hij – in de rol van ‘hoofdopsteller’ – het propagandablad ‘De Zeeuwsche Stroom’ maakte.

 

De kop van de Zeeuwsche Stroom van 27 nov. 1941

 

In dat jaar werd hij aangesteld als lector bij het Departement van Voorlichting en Kunsten, dat hem in deze jaren ook enige malen een subsidie uitkeerde. Beversluis werkte ook weer voor de Nederlandsche Omroep en bleef actief als vertaler van Duitse boeken, al ging het nu om geschriften met een nationaal-socialistische strekking. Eigen werk publiceerde hij onder meer in de antisemitische ‘Misthoorn en de Zeeländer Wachtposten’.

Beversluis liet zich voorstaan op zijn kennis

 

Burgemeester van Veere

De wrijvingen met Dekker, en misschien ook de geringe bevlogenheid van de NSB, leidden ertoe dat Beversluis in 1942 zijn lidmaatschap opgaf en zich aansloot bij de Nederlandsche SS. Dat zijn contact met de Duitse bezetter goed was, bleek uit het feit dat hij in 1944 waarnemend burgemeester van Veere en later ook van Vrouwenpolder werd. Op Dolle Dinsdag bleef hij op zijn post en werd daarvoor door Reichskommissar Seyss-Inquart beloond met het Kruis van Verdienste der 2e klasse. Bij het oprukken van de geallieerde legers verliet hij op gezag van Münzer Zeeland en trok naar Drenthe.

 

Na de oorlog

Beversluis werd na de bevrijding in Friesland gearresteerd en geïnterneerd in kamp Vught, waar hij de afdeling Ontwikkeling en Ontspanning zou leiden. In april 1947 werd hij vrijgelaten. Zijn gezondheid was slecht en hij knapte niet meer op. Vanaf 1949 woonde hij weer in Vrouwenpolder. De Eereraad voor de Letteren legde hem een publicatieverbod van tien jaar op, dat in hoger beroep in 1948 werd teruggebracht naar drie jaar; als journalist kreeg hij het verbod om  twintig jaar dit beroep uit te oefenen.

De katholieke uitgeverij ‘Urbi et Orbi’ nam hem in dienst, en de Katholieke Radio Omroep zond hoorspelen uit die hij onder het pseudoniem Silvius Berckhout schreef.

Beversluis vlak na de oorlog

Het einde

Aan het einde van zijn leven meende Beversluis na de oorlog slecht te zijn behandeld, ‘voortdurend van alle kanten gepest, gemeden en belasterd’. Hij schreef ‘Het zingende woord – Inleiding tot de dichtkunst en haar techniek’ en in onveranderde stijl nog een groot aantal dichtwerken die in het teken stonden van de strijd tegen ‘de Boze’ en vooral in christelijke kring waardering vonden. Op een oude brommer reed hij, opvallend ‘artistiek’ gekleed en met een wijde, witte haardos door het Zeeuwse land, zich nadrukkelijk vereenzelvigend met een ouderwets beeld van de dichter als bard. Als hij van de trap zou vallen, meende een vriend, zou hij dat nog op rijm doen.

Gestorven in Vrouwenpolder

Beversluis overleed op 16 februari 1966 in Vrouwenpolder. Geconstateerd mag worden dat hij meer ambitie had dan talent. Daardoor belandde hij uiteindelijk op ideologische dwaalwegen. Een groot technisch dichterlijk kunnen werd niet gevoed door een zuivere bezieling; de pose leek de waarachtigheid te domineren. Beversluis raakte gemakkelijk onder de indruk. Volgzaamheid en aansluiting bij verschillende personen, partijen, stijlen en levensbeschouwingen kenmerkten zijn leven, en de gedachte aan opportunisme en een zwakke ruggengraat is daarbij niet altijd te vermijden

Aanklacht, zeker het succesrijkste boek van Beversluis

Bron: Huygens ing