Arnemuiden is eigenlijk, zolang als het bestaat, een vissersplaatsje. Vanaf de 17de eeuw nam de visserij een steeds belangrijker plaats in. De vloot bestond zowel uit kustvissers als zeevissers.
De kustvissers beperkten zich tot ‘dagvisserij’ Daarbij werd gebruik gemaakt van hoogaars. De naam hoogaars komt voor het eerst voor in de 16de eeuw. Het was een opgeboeid klein vrachtschip dat in de 18de eeuw werd ontwikkeld tot een volwaardig visserschip. De Arnemuidense hoogaars voeren ’s nachts uit om ’s middags weer af te meren in de haven. Ze visten voornamelijk op garnalen. Maar ook bot, schol en sardijn werden veel aan land gebracht.
De zeevissers maakten gebruik van zeewaardige botters en zeilsloepen. Deze schepen waren veel duurder dan hoogaars, maar konden langer op zee blijven. Hun opbrengsten waren veel groter. Het visserijverleden van Arnemuiden is o.a. terug te vinden in het beeld van de Visleurster in het dorp.

Beeld van de visleurster

Beeld van de visleurster

Belangrijkste bron van inkomsten

Omstreeks 1870 telde Arnemuiden 1675 inwoners. 65% daarvan leefde van de inkomsten van de visserij. In de winter kon nauwelijks worden gevaren. De mannen hielden zich dan bezig met scheepsreparaties of het herstellen ‘boeten’ van de netten. Overal in Nederland werd dit werk door vrouwen gedaan. Arnemuiden vormde daarop een zeldzame uitzondering.
Ook werden in de winterperiode de zeilen ‘gebolust’. Met olie of Zweedse houtteer werden ze behandeld om ze meer en beter te beschermen tegen de invloeden van wind en zee.

 

 

Arnemuiden omstreeks 1640

Arnemuiden omstreeks 1640

Gezamenlijke pot – sociale voorziening

Schippers hadden aan boord een pot. Wekelijks werd daar door de bemanning geld in gestort. Als de nood hoog was door langere tijd van slechte vangsten, dan werd de pot geleegd en het geld verdeeld. De bedoeling was om dit met Kerst en Nieuwjaar te doen om zodoende iets extra’s te hebben. Maar vaak waren de verdiensten zo laag dat de pot al eerder moest worden aangesproken.

 

 

Hoogaars - tekening Paul-Jan Clays

Hoogaars – tekening Paul-Jan Clays

Rampjaar

1871 werd een rampjaar voor het vissersstadje. De regering besloot een dam aan te leggen die Zuid-Beveland met Walcheren moest verbinden. Deze Sloedam werd gebouwd ter hoogte van Arnemuiden. Over deze Sloedam kwam een spoorwegverbinding te lopen van Vlissingen naar Roosendaal, de zogenaamde ‘Zeeuwse Lijn’.
Arnemuiden verloor door deze ingreep haar open verbinding met de zee. Ook het later aangelegde Kanaal door Walcheren met aan aftakking naar Arnemuiden, het Arnekanaal, was geen oplossing. In naam bleef Arnemuiden een vissersplaatsje en de vloot bleef bestaan. Maar de meeste schepen weken uit en kozen als nieuwe thuishaven Veere of Vlissingen.

Verhuizing

Het bleef niet alleen bij het verhuizen van de schepen. Ook de vissersfamilies verhuisden. Velen trokken naar Vlissingen waar ze een eigen buurtje gingen betrekken. Nog jarenlang spraken ze daar hun eigen dialect, droegen de Arnemuidense klederdracht en bleven hun oude gewoontes trouw.

Klederdracht van Arnemuiden

Klederdracht van Arnemuiden

Het overgrote deel van de scheepjes was belast met een hoge hypotheek. Op de boeg van de schepen stond het met grote letters; ARM. En dat was ook zo. Veel schippers en hun families leefden in bittere armoede. Bij de slager en de bakker werd op afbetaling gekocht. Bekend is dat bakker de Wolf in de Gravestraat in Vlissingen zo begaan was met het lot van de Arnemuidenaren dat hij een van de grootste geldschieters was. Ook de werfbaas het grote sommen geld van hen tegoed.
Toch ging het de vissers die uitgeweken waren naar Vlissingen meer voor de wind dan zij die waren achtergebleven in Arnemuiden.
De afzet van hun vangsten was beter en er waren betere sociale voorzieningen.

 

 

 

 

Vissers repareren hun schip

Vissers repareren hun schip

Noodlot

Maar opnieuw sloeg het noodlot toe. In de vroege ochtend van 18 juli 1924 verliet de vissersvloot de haven van Vlissingen. Omstreeks kwart over zeven werd ze in de buurt van Domburg overvallen door een plotseling opstekende storm. Deze wakkerde al snel aan tot orkaankracht. Een groot aantal schepen wist het Oostgat te bereiken. Twee Arnemuidense hoogaars zonken echter direct. De ARM 17 en de ARM 27 verdwenen samen met twee Vlissingse schepen voorgoed in de golven. Vijftien van de zestien opvarenden kwamen hierbij om het leven.

Gereedmaken voor vetrek

Gereedmaken voor vertrek

 

De ramp maakte diepe indruk op de rest van Nederland. Er werd meteen een hulpactie opgezet. Binnen zes maanden bracht deze actie een bedrag op van maar liefst 50.000 gulden. De naam van Arnemuiden als vissersdorp was op slag in heel het land bekend.
De echo van deze ramp bleef nasudderen. De bekende zangen Max van Praag, in de vroege naoorlogse jaren een fenomeen in Nederland maakt er in 1948 zelfs nog een lied over, dat hier  te beluisteren is.

 

Historische Scheepswerf C.A. Meerman

Toch heeft Arnemuiden de band met haar schepen niet losgelaten. In het Deltagebied komen de rivieren Schelde, Maas en Rijn al eeuwen samen. Logisch dat dit een belangrijk gebied was voor de visserij.  Van oudsher werden hiervoor verschillende typen schepen ontwikkeld en gebouwd.  De belangrijkste waren de hoogaars en de hengst. Beide scheepstypen waren platbodems met zijzwaarden. Deze schepen werden dan ook in Arnemuiden gebouwd.

In 1763 werd er al een werf gesticht in Arnemuiden. In 1786 nam Jacobus Meerman deze werf over. Ze zou zeven generaties eigendom blijven van deze familie. In de 19de eeuw groeide de werf aanzienlijk en aan het begin van de 20ste eeuw omvatte het bedrijf drie hellingen en twee gebouwen. De techniek haalde de tijd in en het zeilschip maakte plaats voor gemotoriseerde kotters.

Een hoogaars in de kraan

In 1986 besloot C.A. Meerman, toen 71 jaar oud, de deuren te sluiten.  Er volgde een jaren durende onzekerheid over de toekomst van de werf. De gebouwen en de hellingen verkommerden. In 2003 werd de werf aan de gemeente Middelburg verkocht voor het symbolische bedrag van € 1,-.

De laatste Meerman verbond hier echter een paar voorwaarden aan:

  • De werf moest gerestaureerd worden en behouden blijven;
  • Hij moest worden opengesteld voor publiek als een werkend museum;
  • De handhaving van de zondagsrust moest worden gegarandeerd.

 

 

 

Een hoogaars op het droge op de werf

 

De werf en het museum worden nu geëxploiteerd door een Stichting. Deze tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door o.a.:

  • De Historische Scheepswerf C.A. Meerman te exploiteren als werkend museum
  • Particulieren in de gelegenheid te stellen haar werkzaamheden te verrichten ten behoeve van de restauratie van historische schepen
  • Rondleidingen te verzorgen met educatieve informatie.

 

Voor een bezoek of meer informatie, dat voor veel mensen een reis naar het verleden betekent kunt u terecht op de website van Historische Scheepswerf C.A. Meerman.   Zeker doen!