Sluis is een vestingstad in het westen van Zeeuws-Vlaanderen. Ooit was het een belangrijke haven tijdens het Bourgondische bewind. Op 7 januari 1430 werd hier het huwelijk tussen Philips de Goede en Isabella van Portugal voltrokken, iets wat het toenmalig belang van Sluis onderstreept.

Tachtigjarige Oorlog

De Nederlandse opstand zoals deze oorlog ook wel werd genoemd was een strijd die in 1568 begon en, met een tussentijdse pauze ‘het twaalfjarig bestand’ van 1609 tot 1621, pas eindigde in 1648.

Het conflict vond plaats in één van de rijkste Europese gebieden; de Habsburgse of de Spaanse Nederlanden. Deze werd vooral uitgevochten in de zichzelf uitgeroepen Republiek de Nederlanden. De aanvoerder was Willem van Oranje

Willem van Oranje

Willem van Oranje

Prins Maurits

Maurits, die in november 1567 werd geboren, bracht een belangrijk deel van zijn jeugd door op Slot Dillenburg. Daar werd hij opgevoed door zijn oom, Jan van Nassau. De vader van Maurits, onze Vader des Vaderlands, Willem van Oranje, kon de opvoeding van zijn zoon niet op zich nemen. Zijn aanwezigheid was in die tijd in de Nederlanden noodzakelijk om de strijd tegen de Spanjaarden te leiden. Maurits kreeg de best denkbare schoolopleidingen. Eerst in Heidelberg, en later (hij kwam in 1577 naar de Nederlanden) in Leiden waar hij in 1582 ging studeren.

Na de dood van zijn vader in juli 1584 werd hij op zijn 18de jaar benoemd tot stadhouder van Zeeland en Holland. Later zou hij prins van Oranje worden. Maurits ontwikkelde zich al snel tot een bekwaam militair leider.

Maurits met een van zijn paarden (Adriaen van Nieulandt de jongere, 1624)

Maurits met een van zijn paarden (Adriaen van Nieulandt de jongere, 1624)

 

 

In actie

In april 1604 kwam Maurits in actie tijdens het beleg van Sluis. Het doel van deze actie was om het Staatse bruggenhoofd Oostende, dat al drie jaar aan alle kanten werd omsingeld door Spaansgezinden te ontzetten. Daarbij was de ontzetting van Sluis van levensbelang.

Op 25 april van dat jaar vertrok een vloot vanuit Vlissingen. Het eerste doel was het eiland van Cadzand. Aan boord van de schepen bevonden zich ruim 11.000 soldaten. Het eiland van Cadzand werd een makkelijke prooi. Maar hier begon de eerste tegenslag. Maurits kon met zijn troepen het Zwin niet oversteken.

Prins Maurits en zijn troepen

Prins Maurits en zijn troepen

 Omweg en improviseren

Een omweg was nodig om het doel te bereiken. Eerst werden de verdedigingswerken aan de Brugse Vaart bij Oostburg ingenomen. Hier werd vervolgens de Linie van Oostburg ingericht. De Linie verbond een aantal al aangelegde forten en bestaande Spaanse forten met het inmiddels verstrekte Oostburg.

Op 10 mei viel  IJzendijke en twee dagen later was het de beurt aan Aardenhout. Met name de verdedigingswerken van deze laatste stad waren sterk verouderd. Maurits liet deze onmiddellijk heraanleggen en uitbouwen. Hiermee had Maurits het hele westelijke deel van Zeeuws-Vlaanderen in handen.

Sluis naar een kaart van Blaeu

Sluis naar een kaart van Blaeu

 

Beleg van Sluis

Het volgende doel was Sluis. De Brugse Vaart was een kanaal dat in de 13de eeuw Gent met Brugge verbond. De verbinding met Oostende werd later gegraven.

De Brugse Vaart liep door tot Sluis. Hier lagen Spaanse galleien gestationeerd die het onmogelijk maakten om via dit kanaal Oostende te bereiken of te bevoorraden.

Maurits besloot een omtrekkende beweging te maken. Doch de Spaanse bevelvoerder Don Velasco was hiervan op de hoogte gebracht. Hij wachtte Maurits bij Moerkerke op met een leger van voetvolk van 15.000 man sterk. In goed anderhalve dag werd Don Velasco door het Staatse leger verslagen en Maurits rukte verder op naar Sluis en begon de belegering. In Sluis bevonden zich tussen de drie- en vierhonderd soldaten, 1.400 voornamelijk Turkse slaven en honderden inwoners.

Spinola

Spinola

Door het beleg ontstond er honger en er braken besmettelijke ziekten uit. De stad leefde in ellende. Na twee maanden probeerde Ambrogio Spinola de stad te ontzetten. Bij Sint Kruis wist deze Spaanse generaal een doorgang te forceren. Zijn troepen bestormden de Linie van Oostburg. Aan de oevers van het Coxysche Gat en het Zwarte Gat. Deze geul werd genoemd naar het dorpje Coxyde dat bij de inundaties in 1583 in de golven verdween.

Capitulatie

De Spanjaarden werden op vreselijke wijze verslagen. Door deze overwinning van Maurits ging de stad Sluis verloren voor de Spaansgezinden. Op 19 augustus 1604 volgde de capitulatie. De Spaanse soldaten trokken zich terug uit de stad. Maar Maurits had zijn doel bereikt. Verder optrekken naar Oostende was niet langer noodzakelijk. Hij had nu immers een bruggenhoofd in Vlaanderen waar nu het volledige Land van Axel en het Land van Cadzand in zijn bezit waren gekomen.

Prins Maurits naar een schilderij van Michiel Jansz van Mierevelt

Prins Maurits naar een schilderij van Michiel Jansz van Mierevelt

 

Jantje van Sluis

Hoewel Sluis vanaf dat moment in Staatse handen was, gaven de Spanjaarden het niet op. Op 12 juli 1606 trachtte de Franse banneling Du Terrail, die in dienst was van de Spanjaarden Sluis, opnieuw in te nemen.

Hij probeerde de stadspoort te besluipen en deze met explosieven op te blazen om daarna de stad binnen te vallen. Du Terrail was ter oren gekomen dat de eerder afgebrande wachthuizen nog niet waren herbouwd. Via de Oostpoort was de stad bereikbaar via twee bruggen. In Sluis ging men er van uit dat het niet mogelijk was de stad binnen te komen via het Verdonken Land van Cadzand en langs verschillende schansen. Om die reden waren de bruggen slechts licht bewaakt.

De bedoeling van Du Terrail was om aan de Oostpoort troepen met explosieven te plaatsen. Via de zuidzijde van de stad zou een schijnaanval worden uitgevoerd om de aandacht af te leiden. Maar dat ging mis.

 

Het (niet) ingrijpen van Jantje

Eerder, in 1424, werd door de kunstenaar Jacob van Huse een gekleurd beeldje gemaakt dat in het Belfort was geplaatst. Een simpel, fel gekleurd beeldje dat met een hamer op gezette tijden op de klok sloeg om de tijd aan te geven. Het moment waarop de klok zou slaan zou voor de soldaten van Du Terrail het sein zijn om aan te vallen.

Jantje van sluis - Foto Hortensja Bukietowa -httpscommons.wikimedia.org

Jantje van sluis – Foto Hortensja Bukietowa -httpscommons.wikimedia.org

De mens wikt en God beschikt. De klokkensteller, die de bijnaam Jantje van Sluis had, had die dag stevig kermis gevierd. Daarbij had hij niet nagelaten een groot aantal alcoholische versnaperingen tot zich te nemen. Hij vroeg zijn zoon en zijn neef de klok op te winden. Deze stevige knapen deden wat hen werd gevraagd, maar ze draaiden de veer van de klok iets te stevig aan. Daardoor liep het mechanisme vast.

De Spanjaarden dachten aan verraad en durfden hun plannen niet uit te voeren.

Sindsdien is Jante van Sluis de held van de stad.