Zeeland heeft er een gewoonte van gemaakt altijd tegen het water te moeten strijden. Grote rampen en drama’s waren de oorzaak. De meest recente ramp was die van 1953.

Maar voordien had Zeeland al last van de ‘Waterwolf’ zoals de eeuwige vijand werd genoemd. Het kwetsbare Deltagebied werd steeds opnieuw geteisterd. Veel van die rampen zijn vergeten. Toch, alleen al tussen 1134 en 1530, kreeg Zeeland te maken met meer dan 45 stormvloeden. Tientallen steden en dorpen zijn door het water voorgoed van de kaart verdwenen.

De meest tot de verbeelding sprekende stormvloed was de tweede Sint-Elisabethsvloed van 1421.

Zeeland geen alleenrecht

Hoewel Zeeland vaak het meest getroffen werd door stormvloeden en overstromingen, moeten we ons toch realiseren dat Zeeland niet als enige provincie te lijden heeft gehad van  die overstromingen en slachtoffers. Alleen van de Ramp van 1953 zijn er correcte tellingen. In totaal kwamen bij die ramp 1836 mensen om het leven. Daarvan vielen in Zeeland 865 slachtoffers. In Zuid-Holland waren 677 mensenlevens te betreuren, in West-Brabant verloren 247 het leven en zelfs in Noord-Holland telde men 7 slachtoffers.

De voortkabbelende lijst met namen van slachtoffers in het Watersnoodmuseum

 

De naamgever

De rampen werden in de middeleeuwen genoemd naar de naamdagen van heiligen. 19 november was de naamdag van de heilige Sint-Elisabeth van Thüringen. Maar wie was Elisabeth?

De heilige Elisabeth van Thüringen werd geboren in Sárospatak in Hongarije in 1207. Zij was de dochter van Andreas II van Hongarije en Gertrudis van Andrechs-Meranië. Reeds op vierjarige leeftijd werd er een huwelijk voor haar “geregeld”. Vanaf dat moment werd ze opgenomen in het Duitse gezin van haar toekomstige echtgenoot. In 1221 trad ze daadwerkelijk in het huwelijk met Lodewijk IV van Thüringen. Het was een heel gelukkig huwelijk en ze kregen twee dochters en een zoon.

Tijdens de hongersnood van 1226 staat zij heldhaftig de armen terzijde. Hoewel haar man haar de wacht aanzegt, gaat zij door met het bakken en uitdelen van broden. Op een dag komt ze op straat de graaf tegen, die ziet dat ze haar schort gevuld heeft. Hij laat haar het schort openen, maar in plaats van broden liggen er rozen in.

Aan het huwelijk komt abrupt een einde als Lodewijk, in 1227 op kruistocht met keizer Frederik II  in Otranto  sterft aan de pest. In haar verdriet verklaart Elisabeth: “De wereld en alles wat het leven aangenaam maakt, is nu dood voor mij.”

Beeld van Elisabeth van Thuringen met een schort vol rozen. –  Delden – foto Standbeelden van der Kroft

 

 

Maar het werd haar nog moeilijker gemaakt. Omdat ze Lodewijk gezworen had nooit meer met een ander te willen trouwen, weigerde ze een huwelijksaanzoek van haar zwager. Deze nam haar haar kinderen af en zij werd door de adel beroofd van al haar bezit, met inbegrip van het kasteel de Wartburg waaruit ze werd verdreven. Van paus Gregorius IX kreeg ze later een schadeloosstelling in geld en goed en mocht ze op slot Marburg gaan wonen.

 

 

 

 

 

 

Slot Marburg

In 1229 werd ze lid van de Derde Orde van Franciscus van Assisi en ging ze haar verdere leven de zieken verzorgen in het Franciscaanse ziekenhuis dat ze liet bouwen bij het slot Marburg. Het is hierdoor dat tot in de 19e en 20e eeuw honderden hospitalen naar haar genoemd. Een Nederlands voorbeeld hiervan is het St. Elisabeth’s of Groote Gasthuis in Haarlem dat in de 14e eeuw werd gesticht.

Op 24-jarige leeftijd stierf Elisabeth ze in op slot Marburg. Zij zou sinds de dag van haar dood op 17 november 1231 wonderen hebben verricht. In 1235 werd zij door paus Gregorius IX effectief heilig verklaard.

De eerste

Op 19 november 1404 vond de eerste Sint-Elisabethsvloed plaats. De stormvloed was de eerste watersnood die plaatsvond op of rond 19 november, de naamdag Sint-Elisabeth. Deze ramp wordt daarom ook wel de Eerste Sint-Elisabethsvloed genoemd. De overstromingen vonden vooral plaats in Vlaanderen en Zeeland. Het verlies aan landoppervlakte in Zeeuws-Vlaanderen en West-Vlaanderen bedroeg circa 3000 ha.

Margaretha van Male – foto Velvet – httpscommons.wikimedia.org.

 

Gravin Margaretha van Male, op dat moment gravin van Vlaanderen gaf opdracht een algemeen zeewerende dijk aan te leggen. Deze dijk wordt nog altijd de Graaf Jansdijk genoemd naar haar zoon en opvolger, Jan zonder Vrees. Later gaf Jan zonder Vrees, hertog van Bourgondië, het bevel de reeds bestaande dijken te verbinden tot één grote dijk die van het noorden van het graafschap tot het zuiden liep.

De tweede Sint-Elisabethsvloed

Dijken en waterwerken zoals we die  nu kennen bestonden in de nacht van 18 op 19 1421 nog niet. Nederland was, tot ver landinwaarts veel minder beschermd tegen de Waterwolf.

In die nacht vielen grote delen van ons land ten prooi aan de grillen van dat beest. Niet alleen Zeeland, maar ook Kennemerland, West-Friesland en zelfs de gebieden die grensden aan de grote rivieren, tot aan Tiel en Arnhem kregen te maken met deze overstroming.

 

Gravure, de stormvloed voorstellende

 

Samenloop van omstandigheden

Vaak wordt gesproken van een springvloed. In 1421 was hiervan echter geen sprake. Een combinatie van een zware storm en uitzonderlijk hoge vloed was de veroorzaker. Daarnaast stond op dat moment het water tot diep in Gelderland,  bijzonder hoog vanwege een periode van hevige regenval. Omdat het water vanuit zee werd opgestuwd en de rivieren daardoor het overtollige water  niet konden afvoeren ontstond deze ramp.

 

De Groote Waard in 1421. Dit kaartje moet als zeer schematisch worden gezien.

 

Groote Waard

Van alle overstromingen uit de middeleeuwen is de Sint-Elisabethsvloed waarschijnlijk wel de meest tot de verbeelding sprekende. Niet alleen voor Zeeland. In de Zuid-Hollandse Groote Waard. De Hollandsche Waard, zoals dit gebied ook wel werd genoemd, was een landbouwgebied aan de grenzen van Holland en Brabant. Het gebied was ontstaan in de 13de eeuw, na de afdamming van Maas bij Heusden en Maasdam en het aanleggen van een ringdijk. De ring was in 1283 gesloten. Het was een nat en drassig gebied. Ten noorden van de oude Maasbedding bestond het uit kleigronden. Het zuidelijke deel van de Groote Waard bestond uit veengronden.

 

Paneel van de Sint Elisabethsvloed. Maker Meester van Rhenen – rond 1495

 

De impact van deze overstroming was vooral in de omgeving van Dordrecht ontzettend groot. Zeker aan de Zuid-Hollandse kant. Achtentwintig dorpen, waaronder Almsvoet, Houweninge en Cruyskerke verdwenen volledig onder water. Toch was de mens voor een groot deel verantwoordelijk voor deze catastrofe. Moernering was het winnen van zout uit veen. Voor veel mensen in dit gebied een belangrijke bron van inkomsten. Door deze veenafgraving waren de dijken op veel plekken ernstig verzwakt, In de late 14de en het begin van de 15de eeuw waren de dijken na eerdere overstromingen provisorisch opgelapt. De politieke situatie na 1417 had tot gevolg dat er een gebrek was aan geld en grote onrust onder de bevolking. Ook daardoor was het onderhoud van de dijken een ondergeschoven kindje geworden. Wat te verwachten was, gebeurde.

 

 

Verschillende stadia van darinck delven of moerneren

Biesbosch

Door de overstroming kwam de hete Groote Waard onder water te staan. Deze ramp was de oorzaak en het ontstaan van de Biesbosch. De bruikbaarheid voor boeren verdween door de invloed van brak water. Door totaal gebrek aan inkomsten werden de dorpen verlaten.

Het water vormde kreken en killen die door de wisseling van de getijden en opslibbing van sediment of afzetting van, door wind en water getransporteerd materiaal uit de grote rivieren ontstonden  slikken en zandbanken, later zelfs complete eilanden werden. Een deel van het gebied werd in de latere jaren opnieuw ingepolderd. Delen van dit ooit volledig ondergelopen gebied zijn nu van elkaar gescheiden door water. Het Eiland van Dordrecht, het oosten van de Hoekse Waard en delen van Noord-Brabant.

In de kreken viste men op zalm en in de schorren werden materialen geoogst door rietdekkers en biezenvlechters.

Dit waterrijk en moerassig gebied kreeg in 1994 de status van nationaal park. Het staat op de lijst van beschermde natuurgebieden. De Biesbosch wordt deels agrarisch gebruikt, is ingericht voor verschillende vormen van recreatie en biedt ook ruimte aan opslag van schoon oppervlaktewater in speciaal aangelegde spaarbekkens ten behoeve van de continuïteit van de drinkwatervoorziening.

 

De drie spaarbekkend in de Biesbosch, Petrusplaat, Honderdendertig en de Gijster. Foto DeMatrix – httpscommons.wikimedia.org

 

Slachtoffers

Kroniekschrijvers hebben in de loop der eeuwen die volgden op de Sint-Elisabethsvloed het aantal slachtoffers steeds hoger ingeschat. Men had nog nooit gehoord van bevolkingsregisters en de geschiedschrijvers beschikten dan ook niet over harde cijfers. Zonder dat er enig bewijs voor kon worden geleverd werd eerst uitgegaan van tienduizenden slachtoffers. Later ging men zelfs uit van honderdduizenden. Na zorgvuldig onderzoek lijkt een totaal aantal van ca. tweeduizend, en tweehonderd in de Groote Waard meer realistisch. Andere bronnen spreken over slechts 200 slachtoffers.

 

Beatrix

Na een overstroming duiken altijd wel verhalen op die uitgroeien tot legendes. Neem nu de legende van de baby van Dordrecht. Op veel schilderijen van de Sint-Elisabethsvloed is wel ergens een wiegje te zien. In dat wiegje een baby en een katje.

De redding van Beatrix

Het verhaal gaat dat mensen bij de Vuilpoort, vlak bij de Grote Kerk, een wiegje zagen drijven. In dat wiegje een baby’tje, een meisje. Het wiegje dreigde in de harde wind en door de hoge golven om te slaan. Een op de rand van het wiegje balancerende kat hield het geheel in balans. Enkele mensen stapten et water in en trokken het wiegje op het droge. De kat sprong aan land en spurtte weg en werd nooit meer gezien.

Het meisje zou een ketting van bloedkoraal met daaraan een gouden stift gedragen hebben. Ook zou ze een kruis met het wapen van haar ouders bij zich hebben gehad. Ondanks dat zijn de ouders nooit achterhaald.

 

Volgens de legende kreeg het meisje de naam Beatrix, wat gelukkige betekent. De stad Dordrecht was zo onder de indruk van deze gebeurtenis dat het stadsbestuur haar een goede opvoeding en opleiding aanbood. Beatrix zou later trouwen  met de rijke koopman Jacob Roerom.

Waar gebeurt?

Er zal waarschijnlijk wel ergens iets van waarheid schuilen in deze legende. Maar er zijn meer plaatsen die aanspraak maken op deze baby. Op een schilderij, gemaakt in opdracht van een of meer inwoners van Wieldrecht in 1490, is een afbeelding van het wiegje te zien.

Gevelversiering Huis te Kinderdijk (foto Ruben Koman op Wikipedia)

Ook gaat het verhaal rond dat in de Alblasserwaard, bij Alblasserdam en niet in Dordrecht, het wiegje is aangespoeld.

Ook zou het zijn gebeurd op een plaats die later Kinderdijk werd genoemd. Er is in een van de oudere panden in  Kinderdijk een gevel versiering aangebracht met daarop het wiegje en een kat. Maar dit verhaal kunnen we meteen ontzenuwen. Onderzoekers hebben ontdekt dat er al ruim voor de Sint-Elisabethsvloed op die plaats een dorpje lag. De Naam? Kinderdijk.

Een prachtige film over de Sint-Elisabethsvloed is gemaakt door Frank Peters en Mark Reintjes en kunt u hier bekijken.

Herhaling

!9 november moest in die tijd wel een vervloekte datum zijn geweest. Zoals we schreven, de eerste Sint-Elisabethsvloed vond plaats in 1404. Deze werd gevolgd door de tweede, hier beschreven vloed in 1421. Maar hiermee was de koud nog niet af. Op 19 november 1424, dus maar drie jaar later, meldde zich de derde Sint-Elisabethsvloed zich. Deze stormvloed had een desastreuze invloed op de mensen.

Na de stormvloed van drie jaar eerder was men vol goede moed begonnen aan het herdijken van de polders.

Door de derde Sint-Elisabethsvloed werden veel van deze herstelwerkzaamheden tenietgedaan. Zo was de Groote of Hollandsche Waard na de tweede Sint-Elisabethsvloed eindelijk weer geheel bedijkt. Als gevolg van de derde Sint-Elisabethsvloed werden deze herstelwerkzaamheden in een klap weggevaagd. Daarna was de moed op en heeft men ook niet meer geprobeerd de Hollandse Waard te herstellen. Hierdoor ontstond de Hollandse Biesbosch. Ook het Land van Saeftinge had het zwaar te verduren onder deze stormvloed.

Behalve de zuidelijke delen van Nederland werd ook de rest van het kustgebied getroffen. Er werden bressen geslagen in de West-Friese Omringdijk en langs de kust liepen delen van Friesland onder. Ook gebieden rond de monding van de Dollard kregen met de stormvloed te maken.

Waakzaam

We denken dat dit soorten rampen niet meer voor zullen komen in onze contreien. Toch zullen we waakzaam moeten blijven. De klimaatverandering zou wel eens een zware wissel op ons bestaan kunnen treffen. Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk geeft u al een goed inkijkje op de mogelijke gevolgen hiervan.

Bronnen: Historisch Nieuwsblad (Henk ‘t Jong) en Vergeten Verhalen