Reinier de Klerk werd op 19 november 1710 geboren in Middelburg, als kind uit een armoedig gezin. Om de armoede te ontvluchten ging hij al op 15-jarige leeftijd naar zee. In die tijd de enige manier om meer geld te kunnen verdienen dan aan wal.

Het fregat Pieter en Paul. Tekening van Abraham Stork

Het fregat Pieter en Paul. Tekening van Abraham Stork

In dienst van de VOC

Hij vond een plaats aan boord van een fregat van de Zeeuwse Kamer van de VOC. De taak was de, vanuit Batavia terugkerende koopvaarders de laatste honderden mijlen te begeleiden en te beschermen tegen kapers.

Nederlandse koopvaarders waren in de Gouden Eeuw kwetsbaar voor de aanvallen van zeerovers. Zij  brachten de economie grote schade toe. De Republiek zette oorlogsschepen in om haar handelsvloot te beschermen.

Een manier om schepen minder kwetsbaar te maken was het varen in konvooi. Schepen voeren dan gezamenlijk naar hun eindbestemming, met een aantal oorlogsschepen aan hun zijde als extra bescherming.

Reinier de Klerk (1777)

Reinier de Klerk (1777)

 

Kennismaking met Indië

Na zijn tijd op het fregat reisde De Klerk twee keer naar Indië. In 1731 voer hij als ‘derde maat’ met het ‘Vliegden Hert’ naar Indië. Hij vestigde zich hier definitief.

Eenmaal gevestigd in Batavia maakt hij snel carrière. Hij voer tussen 1735 en 1737 zeven keer op een bark van Batavia naar Padang aan de westkust van Sumatra. Eerst als plaatsvervangend gezagvoerder. De laatste reizen als kapitein. Daarna werd hij als marineofficier uitgezonden naar Padang om de inlandse vorsten van Baros en Sorkam te steunen in hun strijd tegen de heerser van Atjeh. Hier werd hij in brieven aan de gouverneur-generaal in Batavia de grote held genoemd.

 

 

Lampong - httpscommons.wikimedia.org

Lampong, de groene zuidwestpunt – httpscommons.wikimedia.org

Bemiddelaar

De Klerk bleek een goed bemiddelaar te zijn. Hij was gedurende een korte periode de boekhouder van de VOC. Toch werd hij terug gestuurd naar Lampong op Sumatra. Nu in de functie van onderkoopman en resident. Opnieuw moest hij bemiddelen bij een strijd tussen de vorsten van Bantam en Palembang. Een strijd die ging over de macht over de plaatselijke peperleveranties. Gedurende 18 maanden lag hij met zijn schepen als een soort scheidsrechter tussen de toepen van de vechtende vorsten. Maar toen bleek dat er geen mogelijkheid tot bemiddeling mogelijk was nam hij een drastisch besluit.

Op de grens tussen Bantam en Palembang bouwde hij fort Valkenoog. Hierop hees hij de VOC vlag, plaatste kanonnen en eiste het omstreden gebied op tot deel van de VOC.

Gedenksteen in Fort Valkenoord op Ambon

Gedenksteen in Fort Valkenoord op Ambon

 

Chinese opstand

In 1741 hadden de vele Chinezen die ook gevestigd waren op Java plannen om het Nederlandse gezag omver te werpen. Duizenden werden uit Batavia verjaagd en velen werden vermoord.

De Klerk keerden kort na dit drama teug naar Batavia. Hij kreeg, tegen zijn zin en misselijk van de moordpartij, de opdracht als secretaris zich te voegen bij de expeditie die de, zich rond Batavia hergroeperende Chinezen, die werden bijgestaan door opstandige Javaanse bondgenoten, naar Oost Java te verjagen. Opnieuw bewees De Klerk een goed onderhandelaar te zijn. In Semarang wist hij door een list de Javaanse aanvoerder van de opstandige rebellen over te halen zich over te geven.

Het uitmoorden van de Chinese bevolking van Batavia op 9 oktober 1740

Het uitmoorden van de Chinese bevolking van Batavia op 9 oktober 1740

 

 

Toch niet onkreukbaar?

Na dit nieuwe succes werd De Klerk in 1742 benoemd tot hoogste gezagsdrager aan de noordoostkust van Java. Soerabaja werd zijn standplaats. In die tijd probeerde de vorst van Madoera zijn macht over oostelijk Java uit te breiden. Hij stuitte echter op de invloed van de meest invloedrijke inlandse heerser, de ‘Soesoehoenan van Kartasoera’. De vorst van Madoera trachtte door omkoping De Klerk over te halen aan zijn kant mee te strijden. Maar De Klerk bleek niet om te kopen.

Daarop klaagde de vorst zijn nood bij de gouverneur-generaal van de VOC.

De Klerk werd in 1744 ontboden in Batavia en uit zijn functie ontheven. Van Imhof was intussen benoemd tot nieuwe secretaris-generaal. Hij ontving De Klerk en ondervroeg hem. Na de uitleg van De Klerk te hebben aangehoord werd deze vrijgesproken. Hij werd terug gestuurd naar noordoost Java. In eerste instantie in de functie van hoofdadministrateur en later, vanaf 1746, bevorderd tot  opperkoopman en gezagvoerder van Semarang.

 

Humaan bestuurder

 

In 1749 werd De Klerk benoemd tot gouverneur en directeur van Banda, een verzamelnaam van een tiental vulkanische eilanden die deel uitmaken van de Molukken. Hij vestigde zich op het grootste eiland, Banda Neira. De eilanden waren tot diep in de 18de eeuw de enige bron voor de specerijen nootmuskaat en foelie.

De Molukken met centraal Banda

De Molukken met centraal Banda

 

Bij zijn aankomst bleek dat de plaatselijke bevolking verhongerde en de Nederlandse handelaren de prijs van rijst regelmatig verhoogden en hun monopoliepositie misbruikten. Een van zijn eerste maatregelen was de onderlinge prijsafspraken van de handelaren te verbieden. Hij voorkwam hiermee dat de bevolking een dreigende hongersnood tegemoet ging. Gedurende zijn gouverneurschap verhoogde hij stelselmatig de leefomstandigheden van de bevolking en de productie van nootmuskaat en foelie steeg aanzienlijk.

Het is aan te nemen dat de trouw van de Molukkers aan Nederland in die periode is ontstaan.

 

Terugkeer naar Batavia

In 1753 keerde De Klerk terug naar Batavia. Hij schreef een verhandeling met  daarin zijn visie over de Banda eilandengroep. In die periode nam hij het besluit zich voorgoed in Batavia te vestigen. Zijn huwelijk in 1754 met de weduwe van voormalig lid van de Raad van Indië, Verijssel, sterkte hem in dit besluit. Hem werd de functie van boedelmeester der Chinese en andere Onchristelijke Sterfhuizen te Batavia aangeboden. Een functie die hij accepteerde.

Het daaropvolgende jaar werd hij benoemd tot ‘extraordinair’ lid van de Raad van Indië. Vanaf 1762 werd hij volwaardig lid van deze raad.

Jeremias van Riemsdijk

Jeremias van Riemsdijk

Hoogtepunt?

Het hoogtepunt van de carrière van De Klerk had 4 oktober 1777 moeten zijn. Van Riemsdijk, de toenmalige gouverneur-generaal van de VOC, overleed op die datum. De Klerk werd in zijn plaats benoemd in die functie. De eenvoudige Zeeuwse jongen had de top van zijn mogelijkheden bereikt. Toch duurde het nog tot 10 juni 1779 voor zijn aanstelling officieel door Willem V werd bevestigd.

Was hij blij? Niet echt. Hij vond dat zijn aanstelling op 67-jarige leeftijd kwam als ‘Mosterd na de maaltijd’.

Met de grove bezem

Wel ging  De Klerk voortvarend te werk. Hij was altijd al wars geweest van protocol en verheerlijking. Meteen na zijn aantreden liet hij dat dan ook merken. Hij begon met het afschaffen van de zogenaamde ‘hofrituelen’ die in de loop van de jaren waren ontstaan rond de persoon van de gouverneur-generaal. Mensen hoefden niet langer blootshoofds stil te blijven staan als hij of zijn vrouw passeerden. Inlandse vorsten werden niet langer gedwongen zich voor te komen stellen aan een nieuwe gouverneur-generaal.

Behandeling met alle respect

Behandeling met onnodig respect

Veranderingen

In 1778 werd De Klerk voorzitter van het nieuw gevormde literair genootschap van  Batavia. Hij gaf blijk van culturele interesse. Hij voerde plannen in om het Nederlands over de hele archipel als officiële taal te onderwijzen, een plan dat maar ten dele slaagde.

Vanuit Nederland was het een goed gebruik om avonturiers en mislukkelingen als dominee naar Indië te sturen. De Klerk eiste dat in de toekomst alleen nog ervaren en talentvolle dominees naar Indië zouden worden uitgezonden.

Voor inlandse hoofden in de omgeving van Batavia, die zich vaak diep in de schulden hadden gestoken, verbond hij zich persoonlijk door hen een afbetalingsregeling aan te bieden.

Onder zijn gezag werd door de VOC een eigen toezichtraad ingesteld om de schulden die inlandse vorsten in de toekomst eventueel zouden maken in te tomen. Zij werden doorlopend in de gaten gehouden.

Land in eigendom van de VOC in de omgeving van Batavia werd aan Javanen verkocht om aan de ene kant de toevoer van groenten naar de stad zeker te stellen en aan de andere kant om de relatie tussen de inlanders en de VOC te verbeteren.

Molenvliet

Molenvliet

 

Uitgeblust

Door al zijn werk en hervormingen was de relatie tussen de VOC sterk verbeterd. Door de Indische bevolking werd hij geprezen als een groot man.

Maar al dat werk had een zware wissel op De Klerk getrokken. In augustus 1779  verslechterde zijn gezondheid zo erg dat hij zich terugtrok op het landhuis Molenvliet dat hij had laten bouwen buiten de stadsmuren van Batavia. Het gebouw huisvestte later enige tijd het Nationaal archief (Arsip nasional) en is nu in gebruik als ruimte voor culturele evenementen en exposities..

In maart van het daarop volgende jaar was zijn gezondheidstoestand zo ver terug gelopen dat De Klerk zijn functie overdroeg aan Willem Alting.

Willem Arnold Alting (1788)

Willem Arnold Alting (1788)

 

 

Einde

De Klerk stierf op 69 jarige leeftijd op 8 september 1780. Tijdens zijn bewind veranderde Nederlands Indië in een snel tempo van een eilandenrijk waar het voornamelijk om de handel ging in een goed geleid en beginnend sociaal onderdeel van een volwaardig koloniaal rijk.

Hij werd begraven in de Nederlands Hervormde Kerk in Batavia. Als de inwoners van het huidige Batavia de kerk en zijn graf passeren, spreken ze nog steeds met de nodige eerbied over hun toean basar. Hun grote leider.