Hoewel Nederland in de Eerste Wereldoorlog neutraal was en zich buiten het krijgsgewoel hield, kon niet worden voorkomen dat op Schouwen-Duiveland toch een aantal doden te betreuren vielen. Vooral het vergissingsbombardement op Zierikzee maakte grote indruk. Maar de doden daar waren niet de eersten.

Duitse duiboot uit de Eerste Wereldoorlog

Nieuw soort oorlog

De Eerste Wereldoorlog bracht een grote omwenteling in de oorlogvoering. De inzet van zo veel, ook niet eerder gebruikt, materieel en wapentuig was ongekend.  Nog nooit eerder werd een oorlog in de lucht gevoerd. De Duitsers maakten gebruik van een nieuw soort wapen.  Ze begonnen met hun duikboten de onbeperkte duikbootoorlog.

Daardoor werden de geallieerde verliezen op zee dramatisch. In de eerste week van februari 1917 torpedeerden de Duitsers in Het Kanaal en in de westelijke toevoerkanalen 35 Britse en geallieerde schepen. In de maanden februari en maart waren dat er al 232 met een totale tonnage van 663.000 ton en in april slaagden de Duitsers erin om in totaal 826.000 ton scheepsruimte tot zinken te brengen en dat ging maand na maand zo door. Van elke 100 koopvaardijschepen die de Britse havens verlieten kwamen er 25 niet meer terug.

Ontploffende zeemijn

 

Zeemijnen

Ook mijnen werden ingezet om vijandelijke schepen te treffen. Deze mijnen werden in grote aantallen gelegd in de Noordzee en Het Kanaal. Ze werden gelegd door de duikboten. Dat moest snel en ongezien gebeuren. Maar door de snelheid ontstond onnauwkeurigheid en regelmatig sloegen deze zeemijnen los van hun ankers en dreven doelloos rond.

 

Een zogenaamde contactmijn

 

De mijnen waren contactmijnen. Deze waren doorgaans uitgerust met antennes of stekels. Ze lagen verankerd aan een zwaar blok op de bodem van de zee. Ze zweefden daardoor zo’n 6 meter onder het wateroppervlak want ze waren bedoeld om schepen met een behoorlijke diepgang te treffen. Als een vaartuig in contact kwam met de mijn explodeerde deze. Contactmijnen waren het eerste type mijn. De explosieve lading bevatte TNT (trinitrotolueen). TNT is onoplosbaar in water, en blijft werkzaam gedurende tientallen jaren, waardoor oude mijnen nog steeds explosief kunnen zijn. Sommige mijnen kunnen een explosieve lading bevatten tot 1.5 ton.

Op 7 januari 1918 ontplofte bij Scharendijke een Engelse contactzeemijn nadat hij bij het Baken tegen de zeedijk was aangespoeld. Hierbij vielen geen doden of gewonden.

Op 7 januari 1918 ontplofte bij Scharendijke een Engelse zeemijn nadat hij bij het Baken tegen de zeedijk was aangespoeld. (Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland)

 

 

 De mijn van Borrendamme

Een dergelijke zeemijn spoelde op dinsdagmorgen 2 maart 1915 tussen acht en negen uur aan op de dijk bij Borrendamme, dichtbij de boerderij van landbouwer J.L. Cashoek. Zijn kinderen zagen het koper en dat leidde tot het plan om de mijn te demonteren. Met een schroefsleutel wisten ze vijf stekels los te draaien.

Marien Cashoek en zijn jongere broer Jan waren er druk mee in de weer. Ze moesten snel handelen want spoedig zou de militaire patrouille komen, die elk uur de dijk inspecteerde. De knecht van hun vader, de 66-jarige Andries van Burgh senior, de zestienjarige broer Simon Cashoek en de twaalfjarige Pieter de Haan, koeienwachter, die dichtbij woonde, trokken aan de staaldraad, die aan de mijn vastzat. De andere twee broers Cashoek duwden de mijn omhoog. Zo werkten ze de zeemijn op de berm van de zeedijk. Plotseling explodeerde de mijn. Een ontzettende klap volgde, die de ramen in Zierikzee deed trillen.

Schouwse familie poseert aan het strand bij een aangespoelde mijn

 

Hondje

Alle drie broers, de landarbeider en Pieter de Haan moesten dat met de dood bekopen. Hun lichamen werden uit elkaar gereten en waren vrijwel onherkenbaar. Van de twee die de mijn omhoog hadden geduwd, Marien en Jan, 26 en 25 jaar, werd niets teruggevonden. Vermoed werd dat de resten van hun lichamen in de Oosterschelde terecht zijn gekomen. Alleen het hondje, dat ze bij zich hadden, bleef in leven.

De Zierikzeesche Nieuwsbode deed de dag erop verslag van de gebeurtenis met als kop: ‘Ontzettende ramp’. Het verslag sloot af met: ‘Wij behoeven niet te zeggen, dat zij een algemeene verslagenheid teweeg bracht’.

De Zierikzeesche Nieuwsbode bracht het nieuws in haar editie van 3 maart 1915.

Het bewuste artikel in de Zierikzeesche Nieuwsbode

De ontploffing bracht veel mensen op de been. Door dienstplichtige militairen van de Landwacht werd het terrein afgezet. Op brancards werden de stoffelijke resten naar de ouderlijke woningen gebracht door soldaten van het Rode Kruis.

Het nieuws bereikte ook koningin Wilhelmina die via haar Commissaris de burgemeester verzocht om haar deelneming te betuigen. Burgemeester Van der Vliet ging bij alle getroffen families langs en schreef een uitvoerig verslag waar de koningin om gevraagd had.

Begrafenis

Op 4 maart werd het lichaam van Van Burgh begraven op de algemene begraafplaats in Zierikzee. De dag daarop volgde het lichaam van de twaalfjarige Pieter de Haan. De Gereformeerde predikant Sybesma sprak de diepbedroefde aanwezigen toe. Diezelfde dag, om twaalf uur, volgde de derde rouwstoet met het lichaam van Simon Cashoek, zestien jaar oud. De kist werd gedragen door zes vrienden. Aan het graf sprak de Hervormde predikant J.H. de Roode. De verslagenheid in Zierikzee en op Schouwen-Duiveland was enorm.

 

Dit artikel is een bewerking van de column van Huib Uil uit Wereldregio van 6 maart 2015.