Henriëtte Rosina Dorothea van der Meij werd geboren in Harderwijk op 21 december 1850. Ze was de dochter van een militair officier en groeide op in een hervormd gezin. Henriëtte was een van de eerste vrouwen die de akte middelbaar onderwijs voor de Hoogduitse taal- en letterkunde behaalde. Dat deed ze in 1875.

Henriette van de Meij 1904

Vanaf september 1876 gaf Van der Mey Duits en Nederlands op de MMS van Goes. Nadat ze haar hoofdakte had behaald, ging ze een bloemlezing samenstellen uit de Duitse literatuur, die in 1882 werd uitgegeven. Vervolgens ging ze literaire kritieken schrijven. Ook publiceerde ze links en rechts over vrouwenarbeid in het algemeen en de positie van vrouwelijke onderwijzers in het bijzonder.

Vroege publicaties

Als schrijfster trok Van der Meij al in 1882 de aandacht toen ze een Duits leesboek samenstelde en onder het pseudoniem Enrichetta haar eerste literaire kritiek publiceerde. Daarna schreef ze, soms onder een pseudoniem, in vooraanstaande Nederlandse tijdschriften.

Eerste vrouwelijke journaliste

In 1885 ging Van der Meij bij de Middelburgsche Courant werken. De krant was de spreekbuis van de vooruitstrevende liberalen in Zeeland. Al eerder waren er vrouwelijke medewerkers aan weekbladen verbonden, maar Van der Meij was de eerste journaliste die bij een dagblad in loondienst kwam. Tien mannelijke sollicitanten legden het tegen haar af. De sociaaldemocraat Floor Wibaut, die op dat moment nog in Middelburg woonde, herinnerde zich later: ‘er waren toen heel wat lezers van het orgaan die het nogal erg vonden.’

Krantenbericht Zierikzeesche Nieuwsbode 28 oktober 1884 – Krantenbank Zeeland

Vanaf dat moment ondertekende ze haar teksten met haar eigen naam. Dat was toen heel bijzonder. Een enkele keer publiceerden vrouwen hun eigen werk. Ze kozen dan een schuilnaam of ze gebruikten de naam van hun man. Welgestelde vrouwen werkten niet in die dagen, dat deden alleen de arme vrouwen. En als ze toch werkten, dan deden ze het stiekem. Ze wilde geen schuilnaam en ze werkte niet stiekem. Iedereen mocht weten dat het haar werk was

Ze verzorgde van 1884 tot 1896 de rubrieken Buitenlandse berichten en Kunst en Letteren. Ook verving ze hoofdredacteur Van der Pauwert als deze afwezig was.

ergadering van Provinciale Staten. op het balcon was plaats voor Van der Mey – foto J. Midavain

Met toestemming naar Statenvergadering

Van der Meij moest, omdat ze vrouw was, toestemming vragen om de vergaderzaal van Provinciale Staten binnen te mogen om daar de vergaderingen te kunnen verslaan. Later zei ze hierover: ‘Ik hoef u niet te zeggen hoe de heeren mij telkens opnieuw vol verbazing aanstaarden als … feministisch phenomeen’.

De linkse pers citeerde haar vaak met instemming. Van der Meij oordeelde met een scherpe en vooruitziende blik. In De Groene Amsterdammer werden haar kunstkritieken aangehaald als getuigen van een frisse nieuwe geest in de provincie. Ze werd het eerste vrouwelijke lid van de Nederlandsche Journalisten-Kring.

Affiche voor het vrouwenkiesrecht

Opzienbarend koppel

Van der Meij verkeerde in Middelburg in de kring van vooruitstrevende liberalen. Daarvan maakten ook F.M. Wibaut, C.M. Ghijsen, de familie Berdenis van Berlekom en de advocaat M.J. de Witt Hamer deel uit. Met de zus van de advocaat, Petronella Johanna de Witt Hamer woonde Van der Meij samen. Zij was openlijk lesbisch. Het koppel baarde opzien door niet vergezeld van enig mannelijk gezelschap de zomerconcerten in de tuin van de sociëteit Schuttershof bij te wonen en er thee te drinken.

Van der Meij nam met anderen in 1889 het initiatief tot de oprichting van een vereniging die aan arme kinderen warme maaltijden verschafte. In 1895 werd ze voorzitter van de Middelburgse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, die ze ook had helpen oprichten. Het jaar daarop verhuisde ze naar Amsterdam.

Steeds meer toonaangevende vrouwen eisten kiesrecht

Amsterdam

In 1896 ging ze werken voor het nieuwe feministische tijdschrift ‘Belang en Recht”. Dat tweewekelijks blad was een uitgave van de ‘Vereeniging tot Verbetering van den Maatschappelijken en den Rechtstoestand der Vrouw in Nederland’. In Amsterdam ging ze om met andere Middelburgers als Floor Wibaut en Pieter Lodewijk Tak.. Zelf bleef ze buiten de SDAP om de vrouwenbeweging niet te schaden.

Carry Pothuis-Smit

 

 

 

Wel ging ze deelnemen aan scholingsprojecten voor vrouwelijke arbeiders, eerst via de Diamantbewerkersbond en later door de Bestuurdersbond. Ze werkte hierin samen met  Carry Pothuis-Smit, Deze was Nederlands eerste vrouw in de Eerste kameer der Staten Genaraal. Van der Mey vond dat veel feministen van die tijd niet genoeg stilstonden bij de situatie van arbeidsters en vond dat wetten om arbeidsters te beschermen niet beperkend, maar juist een goed opstapje naar algemene betere arbeidswetgeving waren.

Henriette Rosina Dorothea van der Mey-collectie-atria

Tot haar dood

In woord en daad bleef Van der Meij zich tot op hoge leeftijd inzetten voor vrouwenrechten, in het bijzonder voor het kiesrecht en de arbeidsbescherming van vrouwen. Ze overleed op 26 augustus 1945 in Laren (Noord-Holland). In Middelburg leeft ze voort als naamgever van het ledenorgaan van de PvdA Middelburg (Rode Jet) en op een bordje links van de deur van Nieuwstraat 49 in Middelburg. Daar waren eind 20ste eeuw enkele vrouwenorganisaties gehuisvest.

In de Canon van Zeeland is een speciaal item aan Van de Meij gewijd, hier te zien.

Bron: o.a.  Zeeuwse Ankers