In 1478 werd de Spaanse Inquisitie ingesteld. Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon waren net met elkaar getrouwd. Zij streefden samen naar vergroting en versteviging van hun koninkrijk. Daarbij wilden ze de paus in Rome gunstig stemmen.

De Dominicaanse priester Tomás de Torguemada werd door hen aangesteld als grootinquisiteur. Als hoofd van de rechtbank van de Katholieke Kerk werd hij belast met de opsporing van ketters. Daarna voerde hij het onderzoek en legde straffen op. Van enige vorm van onpartijdigheid was geen sprake.

Zitting van de inquisitie

Zitting van de inquisitie

 

Op 3 maart 1492 werd in Granada het Edict van de verdrijving van de joden, ook wel de Acte van Verdrijving uitgevaardigd. Hierin werd bepaald dat de Spaanse joden (Sefardim) gedwongen werden de gebieden waarover het katholieke koningspaar heerste (ongeveer het huidige Spanje) te verlaten of te kiezen tot bekering tot het christendom. Dat had gevolg dat in dat jaar ongeveer 160.000 joodse gezinnen Spanje ontvluchtten.

 

Slotpagina van de Acte van Verdrijving

Slotpagina van de Acte van Verdrijving

 

 

 

 

 

Veel joden vertrokken naar Noord-Afrika of vluchtten naar het Ottomaanse Rijk. Een kleinere groep trok naar het noorden en verbleven aanvankelijk in Antwerpen. Aan het begin van de 17de eeuw trokken ze door naar Holland. In 1604 had de Alkmaarse vroedschap als eerste stadsbestuur in Holland officieel ingestemd met de komst van de joden. In een jodenreglement werd wel bepaald dat, als zij zich behoorlijk gedroegen zij in alle vrijheid hun geloof konden belijden. Wel werd hen verboden met een christen te trouwen of christenen te bekeren tot het jodendom.

 

Soortgelijke verdraagzame reglementen werden ook door andere stadsbesturen vastgesteld. Ook door Middelburg.

Met 10.000 joden had Amsterdam rond 1700 de grootste joodse gemeenschap in Europa. De nazaten van deze Sefardische joden zijn tot op heden nog te herkennen aan hun achternamen: Pereira, Cardozo, del Castilho, de Pinto of Vas Dias.

Veel Sefardische joden hadden vanuit hun land van herkomst een bepaalde welvaart mee naar Holland genomen. Zij beschikten over waardevolle handelscontacten, Spanje was immers een grote speler op het wereldtoneel  en was sterk vertegenwoordigd in de handel. Sefarden investeerden in de reizen van de Oost-Indische Compagnie en werden zelfs de huisbankier van de Oranjes.

De meeste Sefardische joden kwamen in de handel terecht en in de 18de eeuw speelden ze een belangrijke rol in het culturele leven. Sefarden hadden onmiskenbaar een belangrijk aandeel in de Hollandse Gouden Eeuw.

Liggende grafzerken op het Joods kerkhof in Middelburg

Liggende grafzerken op het Joods kerkhof in Middelburg

Ook in Middelburg, in die tijd een belangrijke stad waren vanaf 1641 Sefarden neergestreken.  Ze hielden hun erediensten in een huissynagoge, hoewel ze daar pas in 1641 toestemming voor kregen. In Middelburg investeerden zij in handel en scheepvaart.  In 1655 (waarschijnlijk op 21 december van dat jaar) kregen zij het recht op een eigen begraafplaats aan de Jodengang. Hier bevinden zich 93 graven. Serafisch-Spaanse graven zijn naast Spaanse teksten ook herkenbaar aan de liggende grafstenen. Zij   gingen er van uit dat men nederig ten opzichte van God behoorde te zijn.

Op deze begraafplaats heeft onder andere Samuel ben Israël, een zoon van Menasseh ben Israël zijn laatste rustplaats gevonden. Menasseh was een belangrijke rabbijn. Hij onderhandelde met Cromwell over de toelating van joden in Engeland.

Lang maakten de joden geen gebruik van hun kerkhof. Rond 1700 was het merendeel van hen vertrokken naar Amsterdam. In 1721 werd hier de laatste jood begraven.

Er zijn slechts twee exclusief Sefardische begraafplaatsen in ons land. Deze in Middelburg en Beth Him in Ouderkerk aan de Amstel.

De nieuwe toegangspoort van Appie Drielsma

De nieuwe toegangspoort van Appie Drielsma

De Sefardisch-Joodse begraafplaats in Middelburg werd in 1998 geheel gerestaureerd en van een nieuw toegangshek voorzien. Dit werd vervaardigd door de Appie Drielsma. Drielsma groeide op in een joods gezin in Maastricht. Hij overleefde de oorlog door als jongetje onder te duiken. Deze traumatische ervaring gebruikte hij later in zijn werk.

 

 

 

 

 

.