Op 21 juni 1629 kregen Jean Sandra en Cornelia van Ackersdyck in Middelburg een dochter. Ze noemden haar Margaretha.

Haar grootouders van vaders kant waren oorspronkelijk van Waalse afkomst. Zij waren aan het einde van de 16de eeuw verhuisd van Tourcoing (Doornik) naar Middelburg gekomen.

Middelburg

Haar ouders sloten zich aan bij de Waalse Gemeente. Voor haar moeder, die uit Vlissingen kwam, moet dat een beproeving zijn geweest. Zij kregen negen kinderen. Tot haar zesde jaar bleef Margaretha in Middelburg wonen, waarna haar ouders naar Sluis verhuisden.

Margaretha groeide op in een beschermd gezin.

Middelburg in de zestiende eeuw

Middelburg in de zestiende eeuw

Drie keer getrouwd

Zij trouwde op 27 jarige leeftijd in Sluis met Jean Fraudenius. Ze werd enige jaren later al weduwe. In 1660 volgde een tweede huwelijk, nu met Jan Pieterszoon Puijs. Ook deze overleed al vroeg en een derde huwelijk, in 1672 met Pieter Roman volgde. Roman zou later schepen van Aardenburg worden.

Hollandse Oorlog

Tussen 1672 en 1679 woedde de Hollandse Oorlog. Deze begon toen Frankrijk de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden binnenviel. Het streven van de Fransen was natuurlijke grenzen vast te leggen.

De Republiek steeg boven zichzelf uit in de beginjaren van deze oorlog (1672 – 1674). Zowel de Franse als de Engelse vloot werd afgeweerd in de Derde Engelse Zeeoorlog, niet in het minst dankzij Michiel de Ruyter die in korte tijd vier zeeslagen wist te winnen.

Ook werden de Franse, Keulse en Munsterse invallen afgeslagen.

Afbeelding van alle Nederlandse vestingsteden die in 1672 veroverd werden

Afbeelding van alle Nederlandse vestingsteden die in 1672 veroverd werden

 

 

Zeeuws Vlaanderen

 

Stadhouder Willem III nam de leiding over de troepen tijdens deze oorlog. Elias Beeckman werd geboren in Diksmuide en stamde uit een van oorsprong Vlaams geslacht. In het jaar 1672 was hij vaandrig in het Staatse Leger. Hij was gelegerd in Aardenburg waar op 25 en 26 juni van dat jaar Franse troepen, onder leiding van Claude Antoine de Dreux, graaf van Nancré, het stadje aanvielen.

Met de verdediging van Aardenburg was het niet best gesteld. Al voor aanvang van de oorlog had men de daar aanwezige vestingwerken willen slopen. Dit was niet gebeurd, maar er was ook geen aandacht geschonken aan de verbetering van de vestingwerken. Beeckman had maar weinig middelen tot zijn beschikking; de bezetting van de vesting bestond uit ongeveer 40 man en een paar kleine stukken geschut. Per kanon had hij slechts één kanonnier ter beschikking.

Het kleine Aardenburg stond tegenover een Franse overmacht van vijf à zesduizend manschappen toen het in het weekeinde van 25 en 26 juni 1672 werd aangevallen.

Stadhouder Willem III nam de leiding in de strijd tegen Frankrijk op zich

Stadhouder Willem III nam de leiding in de strijd tegen Frankrijk op zich

 

 

Hulp uit onverwachte hoek

Beeckman stond voor een hopeloze taak. In het vestingstadje Aardenburg bevonden zich bij het begin van de Franse aanval, buiten zijn 40 soldaten, 186 burgers. Met een ongelooflijke verbetenheid sloegen ze elke aanval tijdens opeenvolgende nachten af.

Ook vrouwen hielpen mee. In hoeden droegen zij munitie naar de muren, en zetten ook hoeden op hun hoofd om zo bij de vijand de indruk te wekken dat het aantal mannen in de stad groter was. Bij de tweede Franse aanval kregen de verdedigers hulp van ongeveer 160 soldaten en bootslieden uit Cadzand en Sluis. Met elkaar wisten zij de Fransen op de vlucht te jagen.

 

Het Staatse leger tijdens de Slag bij Nieuwpoort

Het Staatse leger tijdens de Slag bij Nieuwpoort

 

Margaretha Sandra

 

De meest opvallende rol onder de burgerbevolking was weggelegd voor Margaretha Sandra. Na de eerste aanval op zondagmorgen, werd een van de poorten geopend. Vrouwen en kinderen konden daardoor de stad verlaten. Een tiental vrouwen bleven achter.  Margaretha spoorde iedereen, ook de overgebleven kinderen, aan de handen uit de mouwen te steken. Onder de luifel voor de deur van haar huis aan de Markt zat zij samen met tien jongens hield ze zich bezig kogels te kappen uit straatstenen en allerlei ijzerwerk werd tot schroot verwerkt. Naast haar huis was een groot vuur ontstoken. In een lange rij werden de brokstukken zonder onderbreking en onvermoeid naar de wallen gebracht. Boomstammen, schroot voor kanonnen en kogels, die naam niet waard, werden aangevoerd. Kinderen brachten brandende lonten en hoeden vol buskruit naar de soldaten op de wallen. Na twee dagen van hevige gevechten gaven de Fransen de strijd op. Honderden Fransen sneuvelden en evenveel werden gevangengenomen. Aan de kant van de verdedigers viel niet één dode.

Margaretha Sandra zou voortaan bekend staan als de Heldin van Aardenburg.

Het standbeeld van Margaretha

Het standbeeld van Margaretha

 

Herinnering

Op het plantsoen ‘Verloren Kostje, destijds het zuidelijke bolwerk van de Aardenburgse vesting, werd op 10 september 2005 een standbeeld voor Margaretha Sandra onthuld. Het is een, in metaal uitgevoerd, beeld van een vrouw, omringd door potten, pannen en kanonnen. Dit staat in een buizenframe dat de vestingplattegrond van Aardenburg voorstelt. Op dat frame staat de tekst: ‘Margaretha Sandra 1672 – Tot heyr toe ende niet verder’.

Aardenburg had voortaan haar eigen Kenau.