De naam Adriaen van Trappen Banckert is nergens in de doopboeken van Vlissingen terug te vinden. Maar hij was de tweede zoon van de Zeeuwse vlootvoogd Joos van Trappen Banckert die in Vlissingen woonde en getrouwd was met Adriana Janssen. Joost was viceadmiraal bij de West Indische Compagnie. Hij werd viceadmiraal en voerde het bevel over de Neptunus toen de vloot van Piet Hein tijdens de Slag in de Baai van Matanzas in 1628 de Zilvervloot veroverde. Hij kreeg drie kinderen waaronder twee zoons; Joos en Adriaen en een dochter. Adriaen, de jongste, werd in ieder geval geboren in Vlissingen en we mogen er van uitgaan dat dit tussen 1615 en 1620 was.

Joos van Trappen, gezegt Banckert, of Banckers, vader van Adriaen

Joos van Trappen, gezegt Banckert, of Banckers, vader van Adriaen

De naam duikt op

De eerste keer dat de naam van Adriaen Banckert in de maritieme geschiedschrijving opduikt is in 1637. In een verslag van een reis van zijn vader blijkt Adrian ook aan boord van het schip te zijn. Het schip dreigt ten prooi te vallen aan Duinkerker kapers. Twee kaperschepen enteren het schip van Banckert. Zijn vader schijnt zijn zoon toegesnauwd te hebben: “Gij steekt op mijn bevel de lont in het kruit. Doet ge het niet dan kloof ik u met eigen hand de kop”.

De Banckerts sloegen de aanval af en het schip bleef gespaard.

Snelle promoties.

Adriaen voer als schipper (de hoogste onderofficier aan boord) onder zijn vader tijdens de Slag bij Duins in 1639. Hij viel op vanwege zijn moed en niet aflatende geestdrift tijdens zeegevechten. Dat leidde er toe dat hij in 1642 het zelfstandig bevel kreeg over een schip van de Zeeuwse Admiraliteit.

Tijdens de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog van 1652 tot 1653 voerde hij, als vlaggenkapitein, het bevel over de Hollandia, het vlaggenschip van viceadmiraal Johan Evertsen. Hij van daarop deel aan tal van zeeslagen.

Adriaen Banckert (1673), Portret van Hendrick Berckman

Adriaen Banckert (1673), Portret van Hendrick Berckman

 

 

Tegenslagen

 

De Driedaagse Zeeslag werd uitgevochten van 28 februari tot en met 2 maart 1653. Een Engelse vloot onder aanvoering van Robert Blake werd aangevallen door een vloot van de Republiek der Nederlanden onder luitenant-admiraal Maarten Tromp. Deze slag, waarbij het ging om de heerschappij over Het Kanaal bleef onbeslist. Maar voor Banckert eindigde deze zeeslag in een persoonlijk drama. Zijn broer Joos de Jonge, inmiddels ook bevorderd tot kapitein, sneuvelde.

In de Slag bij Ter Heijde, die als afsluiter van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog wordt beschouwd, verloot Banckert zijn schip. Hij werd krijgsgevangen genomen. Enkele maanden later werd hij, in het kader van een gevangeneruil, vrijgelaten.

 

Noordse Oorlog

Onder de Noordse Oorlogen (1558 – 1660) worden een aantal met elkaar conflicten tussen Zweden, Polen-Litouwen, Denemarken-Noorwegen en Rusland en Rusland verstaan. Deze 163 jaar durende strijd had als inzet de heerschappij over het Oostzeegebied.

Om hun economische of strategische belangen veilig te kunnen stellen raakten een groot aantal  andere Europese staten hierbij betrokken. Daaronder Transsylvanië, Oostenrijk, de Nederlanden en Brandenburg-Pruisen. De oorlog werd voornamelijk op het land gevoerd, maar gezien het gebied waarom het ging, waren maritieme operaties noodzakelijk.

Eerste fase van de Zeeslag in de Sont 8 November 1658 door Jan Abrahamsz Beerstraten, 1660

Eerste fase van de Zeeslag in de Sont 8 November 1658 door Jan Abrahamsz Beerstraten, 1660

Slag om de Sont

Tijdens de Tweede Noordse Oorlog (1655 – 1660) nam de Republiek deel aan de schermutselingen die uiteindelijk leidden tot de Zweeds-Nederlandse oorlog. Dit was het gevolg van een interventie in de Deens-Zweedse Oorlog en wordt als een op zichzelf staand deel van het grotere conflict gezien. Een Nederlands eskader, onder aanvoering van Viceadmiraal Witte de With voer naar de Oostzee. Banckert was tweede persoon en kapitein van de Seeridder, onder de With. In 1658, tijdens de Slag om de Sont liep het schip van de With aan de grond. Door een ongunstige stroming in de smalle zeestraat, lukte het Banckert niet zijn commandant hulp te bieden.

In maart 1659 verloor hij, tijdens een storm zijn ankers. De Seeridder liep aan de grond bij het kleine eilandje Hven, 15 km. uit de Zweedse kust. Zijn schip vroor vast vlak bij de kust. Een Zweedse compagnie soldaten, ondersteund door vijf schepen, trachtten het schip buit te maken. Drie dagen lang wist Banckert alle aanvallen af te slaan. Wel moest hij, voorafgaand aan de eerste aanval, zijn bemanning met getrokken sabel, tegen houden om op de vlucht te slaan.

Van de Zeeuwse Admiraliteit ontving hij voor zijn moedige optreden een gouden penning met een waarde van honderd Zeeuwse daalders, voor die tijd een klein vermogen.

Ook werd hij door koning Frederik III van Denemarken in audiëntie ontvangen.

Een Zeeuwse Daalder

Een Zeeuwse Daalder

Tweede Engels-Nederlandse Oorlog

In de elf jaren die verstreken waren sinds de eerste oorlog tussen Engeland en de Republiek was er zowel in Engeland als in de Nederlanden het één en ander veranderd. In Engeland zat koning Karel II stevig in het zadel en in de Nederlanden streden de Organisten om de jonge Willem III van Oranje aan de macht te krijgen. Toen de moeder van Willem III plotseling overleed en het voogdijschap over haar zoon niet aan de Staten van Holland naliet maar aan haar broer koning Karel II van Engeland was een tweede oorlog tussen de Republiek en Engeland onafwendbaar.

Prins Willem III van Oranje

Prins Willem III van Oranje

 

 

De vloot werd sterk uitgebreid waardoor het aantal vlagofficieren toenam en de carrièremogelijkheden stegen. Dat bood kansen voor getalenteerde jonge marineofficieren, temeer daar er relatief veel oudere officieren sneuvelden en de doorstroming snel liep. Adriaen Banckert werd ten gevolge hiervan op 16 december 1664 bevorderd tot schout bij nacht en meteen daarop tot waarnemend videadmiraal om na enige maanden definitief te worden bevorderd tot viceadmiraal.

 

Slag bij Lowestoft

 

Banckert was met het schip de Vere tweede in bevel van het zesde eskader. Op 13 juni 1665 streed hij mee in de Slag bij Lowestoft, een zeeslag tussen schepen van de Republiek en Engeland. De slag eindigde in de zwaarste nederlaag op zee van de geschiedenis van de Republiek. Eigenlijk was die uitslag voorspelbaar. De Republiek beschikte ongeveer over een zelfde aantal schepen als de Engelsen. Maar de Nederlandse schepen waren veel lichter en uitgerust met minder en lichtere kanonnen.

Maar de marine van toen richtte zich op. In snel tempo werden nieuwe en zwaardere schepen gebouwd.

De Slag bij Lowesoft geschilderd door Van Minderhout

De Slag bij Lowesoft geschilderd door Van Minderhout

 

De hernieuwde vloot voer opnieuw uit voor een treffen met de Engelsen. Tussen de Vlaamse en de Engelse kust troffen ze elkaar voor wat wordt genoemd de Vierdaagse Zeeslag, die werd uitgevochten van 11 tot 14 juni 1666. De Engelse vloot bestond uit 56 schepen, aanzienlijk minder dan de Nederlandse die uit 85 schepen bestond. De vloot van de Republiek stond onder bevel van Michiel de Ruyter.

De slag is een van de langste zeeslagen uit de geschiedenis en de enige klinkende overwinning die de Nederlandse vloot tijdens de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Dat de zeeslag zo lang duurde was te wijten aan het feit dat de Engelsen versterking kregen van een nieuw flottielje. De slag werd beëindigd door de Nederlanders omdat de Engelsen erin slaagden over hun zandbanken weg te vluchten.

De Nederlandse vloot had zware schade toegebracht aan de Engelse schepen. Zij verloren tien schepen, zo’n 4250 man en twee admiraals De Nederlanders verloren vier schepen waaronder de zware Liefde en Hof van Zeeland en maakten er zes buit. Maar er sneuvelden ook twee admiraals: Cornelis Evertsen en Abraham van der Hulst.

De vloten van beide landen waren zwaar beschadigd. Maar de Republiek beschikte over een veel grotere scheepsbouw capaciteit. Daardoor was de schade sneller hersteld. Na drie weken voer de vloot opnieuw de Noordzee op, opnieuw onder bevel van Michiel de Ruyter. Op zoek naar de Engelsen voor een nieuwe zeeslag.

 

De tweedaagse zeeslag

De tweedaagse zeeslag

Tweedaagse Zeeslag

Op 4 en 5 augustus 1666 troffen de vloten elkaar opnieuw. Door de wisselende weers- en windveranderingen werd deze zeeslag voor de Republiek een tactische nederlaag, maar een strategische overwinning.

Luitenant-admiraal Jan Evertsen leidde het Zeeuws-Friese eskader, maar had tijdens deze slag het leven gelaten. Het schip van Banckert zonk en hij had zijn vlag verplaatst naar de Ter Veere. Banckert nam het commando van het eskader over. Aan het einde van de zeeslag dekte hij, na eerst te zijn afgedreven, de aftocht van de hoofdmacht van de vloot naar Vlissingen. Hij werd bevorderd tot Luitenant admiraal. Deze promotie leverde hem echter niet meteen grote roem op.

Door vertraagde proviandering en werving was hij te laat om deel te nemen aan het eervolle deel van de Tocht naar Chattam in 1671.

 

Derde Engels-Nederlandse Oorlog.

 

Zijn roem begon te stijgen tijdens de Derde Engels-Nederlandse Oorlog. Hierbij moest de Republiek het opnemen tegen de gecombineerde Frans-Engelse vloot. In drie van de vier zeeslagen van die campagne tegen de Franse vloot werd Banckert ingezet.

In de Slag bij Solebay op 7 juni 1662, de eerste van de vier zeeslagen, lokte Banckert als bevelvoerder op de Walcheren, het Franse eskader weg bij de Engelsen vandaan. Michiel de Ruyter kon hierdoor grote schade aanrichten aan de Engelse vloot.

Tijdens de Eerste Slag bij Schooneveld, het brede vaarwater bij Oostende, precies een jaar later op 7 juni 1673, voerde Banckert het bevel over de Domburg. Met zijn eskader nam hij het op tegen de Engelse achterhoede. Een deel van de Franse vloot richtte zich tegen hem. Hierdoor kreeg De Ruyter de mogelijkheid een wig te drijven in de Franse vloot. De Fransen dropen af.

De Slag bij Schooneveld door Willem van de Velde de Oude

De Slag bij Schooneveld door Willem van de Velde de Oude

Een week later, op 14 juni 1673, vond de Tweede Slag bij Schooneveld, plaats. Intussen was de verwarring en de onderlinge achterdocht tussen Fransen en Engelsen sterk gegroeid. Op het moment dat Banckert de Fransen aanviel, namen ze de vlucht.

 

Een maand later troffen de vloten op 11 augustus elkaar opnieuw. Dit keer vond de zeeslag een stuk noordelijker plaats bij Den Helder. Ze zou de geschiedenis ingaan als de Slag bij Kijkduin. Banckert had zijn oude schip de Walcheren weer terug. Met een veel kleiner eskader voorkwam hij het ingrijpen van de Franse vloot die zich wilden mengen in de gevechten tussen de Nederlandse hoofdmacht en de Engelse vloot. De Ruyter kon hierdoor de Engelsen enorme schade toebrengen. Voor Banckert was dit zijn belangrijkste overwinning.

De Engelsen trokken zich voorgoed terug uit het conflict. Deze drie zeeslagen betekenden ook het einde van de Derde Engels-Nederlandse oorlog. De overwinningen behoedden de Republiek voor een Engels-Franse invasie.

Als waardering voor zijn moedige en succesvolle optredens kreeg Banckert een rentebrief met een waarde van 4.000 guldens van de Zeeuwse Admiraliteit. Merkwaardig genoeg was ondanks alles zijn roem in Nederland niet zo groot. Bij de vijand was hij echter bekend en geducht.

Maarten Harpertszoon Tromp

Maarten Harpertszoon Tromp

Teleurstelling

 

Zijn mindere bekendheid leidde tot een enorme teleurstelling. In 1674 nam Banckert als luitenant-admiraal deel aan een verwoestingstocht langs de Franse Westkust. Zijn eskader maakte deel uit van een grote vloot die onder bevel stond van admiraal Cornelis Tromp. Toen Tromp met een deel van de vloot de Spanjaarden te hulp te snellen in dMiddellandse Zee gaf hij het bevel over de rest van de vloot over aan luitenant Aert Jansse van Nes.

Banckert was enige jaren ouder dan Van Nes, maar deze was een paar maanden eerder dan Banckert bevorderd. Banckert beklaagde zich later hierover bij de Staten van Zeeland en blies daarbij nogal hoog van de toren. Zijn toon schoot bij de admiraliteit in het verkeerde keelgat. Deze reageerden feller dan in de bedoeling van Banckert had gelegen. Ze besloten uit protest hun gelauwerde luitenant-admiraal niet meer uit te zenden. Op 3 december 1674 verliet Banckert gedwongen de actieve dienst.

 

Raadsman

 

De Zeeuwse Admiraliteit wilde de kennis van Banckert niet verloren laten gaan. Zij stelden hem aan als belangrijkste raadsman. In 1678 kreeg hij zelfs een zetel in de admiraliteitsraad, een grote uitzondering voor een vlagofficier.

Het Hof van Zeeland in 1644 in Middelburg

Het Hof van Zeeland in 1644 in Middelburg

Banckert kocht een duur huis in Middelburg dat hij ‘de Trappen’ noemde, een verwijzing naar zijn oorspronkelijke familienaam; de Van Trappens, waren gheseyt, meergenaamd Banckert.

 

Gestorven, maar niet vergeten

 

Adriaen van Trappen Banckert overleed op 22 april 1684 in Middelburg. Hier werd hij begraven de in de Sint Pieterskerk. Hij kreeg echter geen praalgraf. Dat was immers alleen voorbehouden aan admiraals die in het gevecht gesneuveld waren.

De indienststelling van Hr. Ms. Banckert in 1980

De indienststelling van Hr. Ms. Banckert in 1980

Toch is hij door de Koninklijke Marine niet vergeten. Er werden in de loop der jaren vijf marineschepen naar Banckert vernoemd. De laatste, Hr.Ms. Banckert, F810 werd, kan het mooier, in Vlissingen bij de Koninklijke Maatschappij De Schelde gebouwd. In het scheepswapen kwamen drie trappen terug, die aan de oorspronkelijke naam van Banckert herinneren.