Florentinus Marius (Floor) Wibaut werd geboren op 23 juni 1859 in Vlissingen. Hij was een kind uit een welgesteld gezin. Zijn vader, zoon van een winkelier uit Zierikzee, had zich opgewerkt tot brandstoffenhandelaar en reder. Floor had een goede verstandhouding met zijn ouders. Dat blijkt uit de gehoorzaamheid aan de opvatting van zijn vader over zijn toekomst in de handel. En uit de grote waardering voor zijn moeder. Over haar schreef hij: ‘Mijn moeder was een vrouw van grote liefderijkheid’.

Opleiding

Floor moest van zijn ouders een goede opleiding krijgen, iets waar het henzelf aan had ontbroken. Na de lagere school werd Floor op internaat gedaan. Zijn ouders hadden de rooms katholieke abdij van Rolduc, in Rolduckerveld, gemeente Kerkrade, vlak bij de Duitse grens, voor hem uitgekozen.

Hier doorliep Floor tussen 1871 en 1873 de HBS.

Na het afronden van de schooltijd ging hij in 1873 naar Amsterdam waar hij een opleiding ging volgen aan de Openbare Handelsschool. Hij deed in 1876 eindexamen.

Toeganspoort tot Rolduc

Toeganspoort tot Rolduc

Zakenman

Na zijn studietijd trad Wibaut in dienst bij de Houthandel G. Alberts Lzn & Co in Middelburg. Hier manifesteerde Wibaut zich al snel als een goed en pragmatisch zakenman. In 1883 werd hij vennoot. In 1899 werd de firma op aanraden van Wibaut omgezet in een NV waarvan hij naast aandeelhouder ook mededirecteur werd. Zijn belangrijkste taak was het onderhouden van nationale en internationale handelscontacten. Dit bracht hem bijna wekelijks naar Amsterdam, maar ook naar Rusland en Amerika. In die tijd bouwde hij een aanzienlijk vermogen op.

Doortastend

Wibaut bleek niet de makkelijkste man te zijn om zaken mee te doen. Rusland besloot eenzijdig de kosten voor houten dwarsliggers voor spoorlijnen met 100% te verhogen. Dit was een flinke aderlating voor de firma Alberts.

Een kolfje naar de hand voor de jonge Wibaut. Hij pakte zijn koffers en reisde meteen af naar Sint Petersburg. Hier vroeg hij een audiëntie aan bij Serge Witte, toenmalig Russisch minister van spoorwegen. Deze Witte was nog geen tien jaar later een van de machtigste mannen van Europa. Wibaut nam met minder geen genoegen.

Tot grote verbazing van de Nederlandse gezant in Rusland werd het verzoek van Wibaut, zonder de gebruikelijke omkoperij, ingewilligd. Hij hield schijnbaar een kort maar krachtig betoog. En met succes. Witte greep meteen in en gaf gehoor aan het verzoek tot opheffing van de maatregel. In minder dan een week was de zaak opgelost en Wibaut kon tevreden huiswaarts keren.

Mathilde portret van Marie Heijemans

Mathilde portret van Marie Heijemans

Huwelijk

In 1885 trouwde Wibaut met Mathilde Berdenis van Berlecom. Zij was een politica en feministe van het eerste uur. Haar politieke carrière begon in 1895 met de oprichting van een afdeling van de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. Maar grote bekendheid kreeg zij als voorzitster van de Bond van Sociaaldemocratische Vrouwenclubs.

Schrijver

In Middelburg verkeerde Wibaut al snel in progressieve kring. Met een groepje jonge mensen organiseerde hij avonden rond Multatuli. Wibaut werd naar eigen zeggen echter nooit ‘Multatuliaan’, in de zin dat hij al diens ideeën onderschreef. Wel heeft de revolutionaire denker die Multatuli was, hem ‘de duw gegeven tot zelfstandig denken en tot het vinden van een eigen richting in het leven’. Dit bracht hem in 1883 in contact met de journalist P.L. Tak, en later met F. van der Goes, in 1894 medeoprichter van de SDAP. Beiden waren bepalend voor Wibauts ontwikkeling als socialist. Franc van der Goes vroeg hem in 1891 het voorwoord te schrijven voor de Fabian Essays. Met dit voorwoord bekende Wibaut zich voor het eerst openlijk tot het socialisme.

Samen met Tak schreef Wibaut de hoofdartikelen voor de door Tak opgerichte Kroniek. Later nam Wibaut de redactie over van het sociaaldemocratische maandblad De Gemeente waarvan Tak eveneens de geestelijke vader was. Aan zijn omgang met Tak dankte Wibaut met name zijn geloof in de gemeentepolitiek.

Affiche SDAP

Affiche SDAP

Sociaal betrokken

Wibaut zelf had al blijk gegeven van sociale betrokkenheid. Hij was een gewiekst zakenman, die zijn sociale ideeën verwezenlijkte zonder daarbij zijn bedrijf te schaden. Zijn betrokkenheid bij de arbeidersstand kwam niet zozeer tot uiting in loonsverhogingen voor zijn werknemers, maar in de doorvoering, vanaf 1884, van verschillende sociale voorzieningen. Zo werd een ziekenfonds opgericht dat het bedrijf beheerde, terwijl de werklieden controle op dat beheer uitoefenden.

Ook stelde de houthandel een pensioenfonds in voor alle vaste werklieden. De firma Alberts was geen koploper op het gebied van sociaal beleid, maar kan wel symbool staan voor ontwikkelingen die sociale ondernemers zoals Wibaut in die periode doorvoerden.

Amsterdam

In 1904 verhuisde Wibaut naar Amsterdam. Het vele op en neer reizen voor zijn bedrijf begon hem op te breken. Al vrij snel begon hij hier een politieke loopbaan. Hij werd lid van de Gezondheidscommissie. Het was zijn taak om huizen onbewoonbaar te verklaren indien deze niet voldeden aan de eisen van de Woningwet van 1901. Voor die woningbezoeken trok Wibaut een speciaal kostuum aan, dat hij na thuiskomst op zolder hing om te luchten.

Door die bezoeken ontdekte hij wat de echte uitdaging was voor de gemeente: meer en betere woonruimte bouwen voor de ‘behoeftigen’. De gezondheidscommissie werd het begin van een lange carrière in de politiek. Hij werd definitief lid van de SDAP, de voorloper van de PvdA.

Al In 1907 werd hij lid van de gemeenteraad. Hij was wethouder van 1914 tot 1927 en van 1929 tot 1931 en bracht in die functie veel tot stand, onder andere op het gebied van de volkshuisvesting waarbij hij arbeiderswoningen bouwde. Zijn grote inzet en invloed in de Amsterdamse gemeentepolitiek in de periode tussen de twee oorlogen brachten hem zijn bijnamen ‘de Machtige’ en ‘Onderkoning van Amsterdam’.

De onderkoning aanschouwt zijn schare

De onderkoning aanschouwt zijn schare

Wie bouwt? Wibaut!

Verondersteld wordt, dat Wibaut verantwoordelijk was voor de bouw van vele Amsterdamse stadswijken. Dit beeld klopt niet helemaal. Hij was vooral een strategisch en daadkrachtig bestuurder. Op basis van een pragmatische visie wist hij keer op keer de randvoorwaarden te scheppen om belangrijke projecten te kunnen laten realiseren. Vanuit die positie zorgde hij er onder meer voor dat er in Amsterdam duizenden volkswoningen konden worden gebouw.

 

De rol van Wibaut in de volkshuisvesting was niet die van een ‘bouwer’ pur sang. Hij zorgde ervoor dat er voldoende politiek draagvlak en financiële armslag was om te kùnnen bouwen. Je zou hem dus de architect van de politieke, maatschappelijke en financiële randvoorwaarden kunnen noemen.

Wibauts betrokkenheid betrof niet alleen de woningbouw. Zo maakte hij zich sterk voor de voedselvoorziening aan armen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dankzij zijn enorme inzet en inzichten verwierf hij een invloedrijke positie in de Amsterdamse gemeentepolitiek.

Zijn scherpe pen.

Via zijn vriend Pieter Lodewijk Tak werd hij redacteur van het sociaaldemocratische maandblad ‘De Gemeente’. Hierin kon hij zijn bijna obsessieve mening over hoe gemeenten zouden moeten functioneren volledig kwijt. Hij kreeg bakken vol kritiek over zich heen, maar Wibaut bleef zich sterk maken voor zijn roep dat gemeenten verplichtingen hadden ten opzichte van hun inwoners. Niet alleen verplichtingen, maar ook de morele plicht deze na te komen.

Politieke carrière

Langzaam maar zeker was Wibaut een rijzende ster aan het politieke firmament. Van gemeenteraadslid werd hij verkozen tot socialistisch wethouder. Daarbij had hij veel voordeel van zijn ervaring als gewiekst handelaar. Een markant verhaal onderstreept Wibauts creatieve geest op het gebied van de financiën. Toen hij in 1924 als socialistisch wethouder bij het aantrekken van geld werd geblokkeerd door de Amsterdamse banken, wendde Wibaut zich tot een Engelse bank in Londen. Daar wist hij een lening van 2,5 miljoen pond los te krijgen. Op die manier zette hij de Amsterdamse bankiers voor schut en waren die hem nadien veel meer ter wille.

In 1907 werd hij gekozen tot lid van Provinciale Staten van Noord Holland, wat hij bleef tot 1922. In dat jaar werd hij lid van de Eerste Kamer. Hier was hij een fel deelnemer in debatten over financieel-economische politiek. Ook was hij een vurig verdediger van de financiële autonomie voor gemeente. Wibaut bleek een pragmatisch socialist en non-conformist.

Altijd aan het werk en betrokken

Altijd aan het werk en betrokken

Erfenis

In 1935, op 76 jarige leeftijd trok hij zich terug uit de politiek. Hij zou herinnert blijven als de man van de Amsterdamse Wibaut woningen. Als de man die zeer actief was in de internationale gemeentebeweging en als voorzitter van de Internationale Stedenbond.

 

Standbeeld Wibaut in de Wibautstraat

Standbeeld Wibaut in de Wibautstraat

De stad Amsterdam verleende hem de hoogste onderscheiding, de Gouden Eremedaille van de stad Amsterdam, en hem werd, door de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam een eredoctoraat verleend. Er werd een straat naar hem vernoemd.

Floor Wibaut overleed op 29 april 1936. Voorafgaande aan zijn crematie in Westerveld werd in het concertgebouw een massaal bezochte herdenkingsbijeenkomst gehouden.

Grafsteen op Westerveld

Grafsteen op Westerveld

Bron: www.150 jaarwibaut.nl