Nel Karelse werd op 25 januari 1926 geboren in Kortgene, een klein plaatsje op Noord-Beveland, grenzend aan het Veerse meer. Nel was een typisch buitenmeisje dat in haar jeugd niet veel tekort kwam. Haar vader was dorpsslager en binnen Kortgene gold het middenstandsgezin als redelijk welgesteld.

Jeugd en slootje springen

Nel had een relatief onbezorgde jeugd. Op school kon ze goed mee, maar na schooltijd was buiten ravotten haar lust en haar leven.

Ze leerde verspringen door met haar vriendinnetjes over de schorren te springen, wat haar regelmatig natte kleren opleverde.  Met haar kameraadjes hield ze hardloopwedstijden onder aan de zeedijk.

Nel Karelse begon in 1938 serieus atletiek te beoefenen bij EMM in Middelburg. Zij was toen 12 jaar. Later stapte ze om praktische redenen over naar OKK in haar woonplaats. Een jaar later werd de 13-jarige Nel Karelse Zeeuws kampioen bij het verspringen en won ze de titel op het onderdeel 100 meter. Voor de voorzitter van OKK, dhr. Van Damme, waren die resultaten een aanleiding om dit jonge talent vanaf 1946 mee te nemen naar landelijke wedstrijden. Hier begon men haar al snel als een geduchte concurrent te zien.

Nel Karelse, zittend links met haar ploeggenoten uit 1948 Bron krantenbank Zeeland.

Nel Karelse, zittend links met haar ploeggenoten uit 1948 Bron krantenbank Zeeland.

Serieus sporten

Vanaf 1947 sloot Nel zich aan bij de atletiekvereniging De Zeeuwen (later Zeeland Sport) in Vlissingen. Door haar lidmaatschap hier, werd ze ook in staat gesteld deel te nemen aan de wintertrainingen in Oostkapelle.

Blankers – door gebrek aan gewicht boven komen drijven

De Amsterdammer Jan Blankers  was ooit een veelbelovend atleet. Hij was gespecialiseerd in het onderdeel hink-stap-sprong. Hij had deelgenomen aan de Olympische spelen in Amsterdam in 1928.

Na zijn carrière deed hij zich voor als autoriteit en werkte zich op tot chefsport van de Telegraaf. Hij toonde zich een fervent tegenstander van vrouwensport, maar dat veranderde toen hij Fanny Koen leerde kennen, waar hij later mee trouwde. Hij wierp zich op als haar trainer en, niet vanwege zijn kunde, maar vanwege het talent van Fanny Koen en door gebrek aan beter werd hij aangesteld als bondstrainer.

Bondstraining

Vanaf de winter van 1947 maakte Nel deel uit van een select groepje dames die elke zaterdag bijeenkwamen in de Gooise bossen.  Voor die paar uur trainen reisde ze elke zaterdag een halve dag heen vanuit Kortgene naar het Gooi en een halve dag terug. Nel had er veel voor over om topatlete te worden. In de bossen onderging de selectie de verplichte olympische conditietraining. Voor die tijd behoorlijk revolutionair. Topvorm werd voornamelijk bepaald door het klimaat. Bij het begin van de lente kwamen de spikes tevoorschijn. ’s Winters bestonden de oefeningen voornamelijk uit gymnastische oefeningen. Deze zaterdagse trainingskampen waren in die tijd uniek in de wereld.

Voedselbonnen, cadeautjes van Nel

Voedselbonnen, cadeautjes van Nel

Voedselbonnen

Tijdens de voorbereiding op de Olympische Spelen van 1948 werd zo min mogelijk aan het toeval overgelaten. Alles werd er aan gedaan de kandidaat Londengangers lichamelijk in een zo goed mogelijke conditie te houden. Tijdens de voedselbeperkingen na de Tweede Wereldoorlog kreeg de bevolking voedselbonnen. De atleten kregen extra bonnen voor suiker, vlees, boter, kaas en brood.

Nel werd al snel sympathiek onder haar collega’s. Haar vader was slager en had ook een melkveehouderij. Zij kreeg al het eten dat haar hartje begeerde. Zij gaf daarom haar bonnen weg, onder andere aan Xenia de Jong, waar ze haar hele leven vrienden mee bleef en in Londen deel uitmaakte van de 4 x 100 meter estafette. Zie hier een artikel van de NOS, gemaakt na het overlijden van Gerda van der Kade.

Nel Karelse (rechts) in actie op de Spelen

Nel Karelse (links) in actie op de Spelen

De Spelen

Hoewel het aan de voorbereiding niet kon hebben gelegen, ging het verspringen in Londen toch nog bijna mis. Nel was gewend aan haar eenzame trainingen op een grasveldje in Kortgene. Bij de kwalificaties raakte zij in paniek door de indrukwekkende omgeving waarin zij moest presteren. Zij vergat alle lessen en aanwijzingen. Een drama leek in de maak.

Gerda van der Kade sprak haar moed in en bracht haar min of meer tot rust. Dankzij de bemoedigende woorden van Van der Kade maakte zij toch nog een goede sprong. In de finale haalde zij uiteindelijk toch nog de vijfde plaats met een sprong van 5,545 meter.

Op de 200 meter, waaraan zij ook deelnam, ging het opnieuw mis. In de halve finales eindigde ze op een vijfde plaats en werd uitgeschakeld. Zelf zei ze hierover: “Als atlete deed je maar wat tijdens de voorbereiding. Ik ging voor de wedstrijd juist ijzig hard trainen met als gevolg dat je met stijve spieren aan de start verscheen en juist niets presteerde”.

Heksenjacht

Haar optreden tijdens de Olympische Spelen had ook een keerzijde. Er ontstond een heksenjacht op vermoedde mannelijke atleten. Deze hetze bereikte enkele jaren later een absoluut dieptepunt. De Friese sprintster Foeke Dillema werd op basis van deze nooit bewezen feiten geschorst.

Stanisława Walasiewicz tijdens de EK in Wenen in 1938

Stanisława Walasiewicz tijdens de EK in Wenen in 1938

Gerda van der Kade zei later: “’Er liep een aantal atletes rond over wie getwijfeld werd, of ze wel bij de dames mee mochten doen. De Poolse Walasiewicz was het beroemdste voorbeeld. Die hebben we nog in Oslo  gezien, bij de Europese Kampioenschappen van 1946. Fanny was heel fanatiek wat dat betreft. Wij hadden Nel Karelse in de ploeg, een beetje mannelijk meisje. Wat ze (Fanny, maar ook haar man)  allemaal niet verzonnen om haar te “betrappen”, was gewoon gênant. Dat is een hele afschuwelijke situatie geworden in het olympisch dorp, waarmee ik niets te maken wilde hebben. Uit protest ben ik op mijn bed gaan liggen en ik dacht: bekijken jullie het allemaal maar. Hier wil ik geen deel van uitmaken. Als je dat nu zo graag wil weten, vind ik, moet je het op een nette manier – via artsen – laten uitzoeken.”

 

 

 

 

 

Omslag van het gewraakte boek

Omslag van het gewraakte boek

Nel Karelse was echter te fatsoenlijk om op deze geruchten in te gaan.

In 2003 werd echter door Kees Kooman, een gerespecteerd onderzoeksjournalist en schrijver een boek uitgebracht. Hij had een goede naam opgebouwd door het schrijven van geruchtmakende boek, waaronder de Woekerpolisaffaire, Eerlijk over later en In de wurggreep van de Aegon.

Ook schreef hij twee sport biografieën over Anton Geesink en Fanny Blankers-Koen, “De koningin met mannenbenen“. Opnieuw kwamen in dit boek de twijfels uit over de vrouwelijkheid van Nel Karelse en Foeke Dillema ter sprake. Nel Karelse las het met de nodige verontwaardiging en eiste rectificatie, hetgeen nooit gebeurde.

Karelse werd nooit Nederlands kampioene op haar beste nummer. Wel was ze in staat om in 1949 de zegereeks van Fanny Blankers Koen op de 200 meter te doorbreken.

Einde loopbaan

Nel als LUVA - Krantenbank Zeeland

Nel als LUVA – Krantenbank Zeeland

Daarna werd het stil rond Neeltje Jannetje Karelse. Zij stopte in 1951 met atletiek vanwege hardnekkige blessures. Ze werd LUVA (Luchtmacht Vrouwen Afdeling) in Bunnik en ging later aan de slag als sportlerares en administratief medewerkster.

Nel Karelse overleed op 20 oktober 2015 in haar toenmalige woonplaats Breda.

Een van haar laatste interviews, gemaakt door Omroep Brabant is hier te zien.

Van Nel Karelse kan worden gezegd dat haar carrière om zeep werd geholpen door ijverzuchtige, misschien wel angstige collega’s waardoor ze nooit de erkenning kreeg waar ze recht op had.