Jason Pratensis werd vermoedelijk in 1486 in Gent geboren als Jason van der Meersche of Jason van der Velde. Zijn vader, Thomas, was medicus die zich in Zierikzee vestigde. Zoon Jason groeide daarom op in deze stad.

Omdat Leuven de enige universiteit had in de toenmalige Nederlanden, ging Jason, in de voetsporen van zijn vader, hier ook medicijnen studeren. Waarschijnlijk in die periode vertaalde hij zijn naam in het latijn en dat werd Jason Pratensis.

Jason Pratensis - naar een schilderij van Jan Maurits Quinkhard uit 1771 - Rijksmuseum Amsterdam

Jason Pratensis – naar een schilderij van Jan Maurits Quinkhard uit 1771 – Rijksmuseum Amsterdam

Zeeland

Na zijn afstuderen in 1514 keerde hij terug naar Zeeland en werkte beurtelings in Zierikzee en Veere. Hij manifesteerde zich al snel tot een man met vele interesses, ook op sociaal vlak. Hij stond bekend als humanistisch. Ook schreef hij gedichten. Tussen 1549 en 1554 was hij zelfs schepen van Veere.

Veere in 1581

Veere in 1581

 

 

Lijfarts

Maar vooral als medicus werd zijn faam groot. Hij werd onder andere lijfarts van de heren van Sandenburg. Hun slot, even buiten Veere gelegen, was de residentie van de heren van Sandenburg. In eerste instantie werd deze titel gevoerd door leden van het huis van Borssele. Later werden dat leden uit een bastaardlijn van het huis van Bourgondië. Vooral de admiraals Filips, Adolf en Maximiliaan van Bourgondië maakten in de eerste helft van de 16de eeuw het slot Sandenburg tot een van de bekendste hoven van de Habsburgse Nederlanden.

In zijn tijd als lijfarts voor Maximiliaan II van Bourgondië schreef Pratensis een wetenschappelijk werk ‘De tuensa sanitate’ dat hij opdroeg aan zijn broodheer.

Slot Sandenburg - tekening Jan de Beijer 1744

Slot Sandenburg – tekening Jan de Beijer 1744

 

Wetenschappelijke werken

Pratensis begon steeds meer van zijn wetenschappelijk werk te boek te stellen. Hierin verwerkte hij geneeskundige principes van oude geneeskundigen. Vooral het werk van Hippocrates had diepe indruk op hem gemaakt. Hippocrates, vertaald betekent het paardentemmer, wordt beschouwd als de grondlegger van de westerse geneeskunde. Afgestudeerde artsen leggen nog steeds de Eed van Hippocrates af.

De wetenschappelijke werken van Pratensis hadden voornamelijk de werkgebieden neurologie, verloskunde en gynaecologie als onderwerp.

De eed van Hippocrates

De eed van Hippocrates

Tremoren

Een tremor is een voortdurende schuddende beweging van één of meer lichaamsdelen. De oorzaak is een onwillekeurige samentrekking van spieren.

In Bazel publiceerde Pratensis zijn werk ‘De ceribri morbis’. Dit werk wordt algemeen beschouwd als het eerste tekstboek, dat uit 33 delen bestond, dat geheel was gericht op neurologie.

Pratensis wilde hiermee bewijzen dat tremoren geen willekeurige beweging waren en dat tremoren van het hoofd zich zelfs voordeden als de patiënt er alles aan deed om het stil te houden.

In de overige 32 hoofdstukken ging Pratensis dieper in op ziekten zoals tetanus, duizeligheid, epilepsie, geheugenverlies, onnozelheid, manie, melancholie en hermicranie (migraine).

Daarin borduurde hij verder op ziekteconcepten, aandoeningen en het ontstaan van ziekten en behandelingen van aandoeningen zoals die al in de Griekse, Romeinse en Arabische oudheid werden beschreven. Hij vulde deze aan met nieuwe renaissancistische kennis uit de astrologie en farmacie. Merkwaardig genoeg en ondanks het succes van zijn boek, benoemde Pratensis slechts enkele nieuwe klinische waarnemingen.

Duiveluitdrijving - detail van de drie wonderen van de heilige Zenobius - Sandro Botticelli

Duiveluitdrijving – detail van de drie wonderen van de heilige Zenobius – Sandro Botticelli

Manie

Opvallend was dat in zijn hoofdstuk over manie, hij het niet onmogelijk achtte dat de duivel hierbij een rol speelde. Maar nergens besteedde hij enige aandacht aan de mogelijke religieuze of spirituele aandacht voor de behandeling van de stoornis. Was hij dan toch meer pragmaticus dan religieus?

Niet serieus genomen

Omdat Pratensis vast bleef houden aan  principes uit de oudheid werden zijn werken inhoudelijk, gezien vanuit de medisch-wetenschappelijk visie, zeker in vergelijking met het werk van latere medici als weinig vernieuwend gezien. Zijn werken kregen voornamelijk betekenis als het werk van een wetenschapper die de renaissance volgde. Het bijzondere was het renaissancistische Latijn waarin ze geschreven waren.

Pieter van Foreest, portret uit 1586

Pieter van Foreest, portret uit 1586

Na zijn dood heersten er verschillende meningen over zijn prestaties. Pieter van Foreest (1521 – 1597) was in zijn tijd een van de belangrijkste medici van Nederland. Hij werd wel de Hollandse Hippocrates genoemd. Hij omschreef Pratensis als: ‘een medicus die in zijn dagen een beroemd en buitengewoon geleerd man was’. De nadruk lag daarbij op de toevoeging ‘in zijn dagen’.

Albrecht von Haller, een Zwitsers medicus, dichter, natuurwetenschapper en magistraat, was nog minder te spreken over het werk van Pratensis.

De Belgische arts Nicolas François Éloy, welke leefde in de 18de eeuw, was auteur van het Historisch woordenboek voor antieke en moderne geneeskunde. Hij verklaarde het werk van Pratensis zelfs als volkomen ongeloofwaardig.

 

 

Dichter

Op dichterlijk gebied bleef zijn werk beperkt tot de bundel ‘Sylva carminum adolescentiae’. Dit werk werd in 1530 uitgegeven. Hierin waren zijn Neolatijnse jeugdgedichten gebundeld. De bundel bestaat uit vier delen. De eerste twee delen bestaan voornamelijk uit moralistische en filosofische liederen. Het derde deel is voornamelijk gelegenheidspoëzie. In het laatste deel zijn religieuze liederen opgenomen. Daarin komen zijn vrome katholieke geloof en zijn aversie tegen de leer van Luther naar voren.

Overlijden

Jason Pratensis overleed op 22 mei 1558 in Zierikzee.  Hoewel in latere tijd Pratensis’ werk fel bekritiseerd is, werd hij door tijdgenoten als bijzonder vooruitstrevend beschouwd.  Hij was ondanks alle kritiek een stimulator voor latere medici.