Gerardus Hubertus Galenus Fock , of zoals hij werd genoemd Geert werd op 27 december 1859 geboren in Koudekerke op Slot ter Hooge. Nog geen vier jaar later veranderde zijn vader Henri Dignus Fock , de familienaam in von Brucken Fock. Als kind van welgestelde ouders was werken voor Geert niet noodzakelijk.

Von Brucken Fock was een telg uit een gezin met vier jongens. Een van hen was Emile, die, ondanks een carrière als militair ook muziek componeerde. Met Emile kreeg Geert nooit meer een goede relatie na een incident in Amsterdam.

Slot ter Hooge zijn geboortehuis

Slot ter Hooge zijn geboortehuis

Geert werd op een kostschool in Kampen geplaatst. Tijdens de, toen nog lange reis daarnaartoe, werd overnacht in het Amstel Hotel in de hoofdstad. In de salon van dit hotel speelde Geert Von Brucken Fock uit zijn hoofd een paar stukken. Een vrouwelijke gaste van het hotel complimenteerde zijn vader met zo’n zoon. Deze gaf als antwoord dat dit nog niets was met het pianospel van broer Emile. Vanaf dat moment voelde Geert zich danig miskent en achtergesteld. Een gevoel dat de rest van zijn leven zou blijven bestaan en tot twijfel aanzette.

Na een verblijf van twee jaar in Kampen keerde hij terug naar Zeeland. Hij bezocht daar de HBS maar vond in die tijd componeren en tekenen belangrijker dan huiswerk. Hij verliet de school zonder diploma. Toch trachtte hij op de Militaire Academie aangenomen te worden. Hij werd echter afgewezen.

Een van zijn eerste naakten

Een van zijn eerste naakten

Von Brucken Fock trok daarop naar Utrecht waar hij tussen 1877 en 1879 compositielessen ging volgens bij Richard Hol. Ook kreeg hij hier pianolessen, speelde altviool en maakte mensen in het Utrechts Concert enthousiast samen met hem op te treden in Middelburg.

Von Brucken Fock besloot zich verder te bekwamen in muziek. Hij vertrok naar Berlijn waar hij les nam bij Friedrich Kiel. Vervolgens studeerde hij compositieleer bij Woldemar Bargiel. Zijn pianostukken uit de tijd verschenen in druk als ‘Opus 1’.

Na zijn tijd in Berlijn volgde een rusteloze tijd waarin hij componerend en tekenend door Europa trok. Bij verbleef in Amsterdam, Dresden, Praag, Wenen en bracht veel tijd door op het Duitse Waddeneiland Borkum. In 1885 besloot hij terug te keren naar Zeeland.

Originele bladmuziek van zijn 4de symphonie

Originele bladmuziek van zijn 4de symphonie

 

 

In 1886 trouwde hij met Jonckvrouwe Maria Pompe van Meerdervoort. Tijdens de zomermaanden bracht het jonge paar hun tijd door in een huisje in Domburg waar Von Brucken Fock tekende, aquarellen maakte en componeerde.

Van 1988 tot 1891 woonde het echtpaar Von Brucken Fock in Amsterdam. Hij voorzag in zijn onderhoud in het schrijven van kritieken onder de naam ‘Muziek in de Hoofdstad’ voor de krant de Amsterdammer. Kritieken die vaak zijn onbarmhartig oordeel weergaven. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Ook componeerde hij veel en was directeur en dirigent van het Remonstrants Zangkoor.

Hij werd steeds religieuzer.

Het Spaarne in Haarlem van Geert von Brucken Fock

Het Spaarne in Haarlem van Geert von Brucken Fock

 

Von Brucken Fock werd steeds meer heen en weer geslingerd bij zijn keuze; kunst of kerk. Ook begon hij een hekel te krijgen aan zijn vermogen dat leidde tot nutteloos rentenierschap. Hij vond dat hij zijn geld zelf moest verdienen. Hij las de werken van Tolstoi en Ibsen en zijn twijfel werd steeds groter. Ibsen had de stelling geponeerd dat door het huwelijk de liefde zou afnemen. Om hun liefde te redden gingen Geert en Maria gescheiden leven. Maar Von Brucken Fock kon in Uitrecht, waar hij ging wonen, niet wennen aan het leven zonder zijn vrouw. Als snel keerde hij terug bij haar.

Omstreeks 1912

Omstreeks 1912

 

Van de denkbeelden van Tolstoi, het opnemen voor de maatschappelijk zwakken, wist hij zich, ondanks pogingen zich dit eigen te maken, geen raad. Hij nam zich voor zelf zijn geld te verdienen en ging als pianoleraar werken in Leipzig. De bankier die hun zaken waarnam, kreeg de opdracht al zijn bezittingen te verkopen. Maar in 1891 kwam Von Brucken Fock al weer met hangende pootjes terug naar Middelburg. Daar bleek dat zijn bankier een vooruitziende had en de opdracht van Von Brucken Fock niet had uitgevoerd.

Toch liet het idee zich onder te dompelen in armoede om een beter mens te worden hem niet los. Hij ging als boerenknecht werken, maar bij zijn eerste contact met een zeis sneed hij zich in alle vingers. Tijdens een later verblijf in Parijs sloot hij zich aan bij het leger des heils.

Van 1892 tot 1895 trok hij met zijn vrouw en een klein handdraaiorgeltje door heel Frankrijk en Zwitserland om het evangelie te prediken. In deze periode schreef hij veel muziek voor het heilsleger.

Liederenbundel

Liederenbundel

In 1895 nam hij afscheid van het leger en sloeg hij weer aan het componeren. In 1898 schreef hij ‘De mond van de Gironde’. Dit was een van zijn eerste werken die waren geïnspireerd op de natuur, waarvan er nog velen zouden volgen.

Zijn schilderijen hadden hetzelfde thema, zoals ‘Domburg badstrand’ en ‘Een rustige Westerschelde’.

 

Het echtpaar keerde weer terug naar Amsterdam. Dit waren, creatief gezien, vruchtbare jaren voor Von Brucken Fock. Hier ontstonden onder andere zijn beroemde Kerstcantate en Paascantate. Tijdens een vakantie op Walcheren schreef hij, geïnspireerd op Chopin, zijn 24 préludes voor piano.

Schepen in de haven

Geert schilderde ook schepen in de haven

 

Maar opnieuw brak een periode van rusteloos zwerven aan. Van 1904 tot 1912 woonde hij in Aerdenhout, onderbroken door een periode van twee jaar in Berlijn. In 1912 vertrok hij voor een periode van twee jaar naar Parijs, om vervolgens via Laren in 1917 in Katwijk aan Zee neer te strijken.

De Middelburgse muziekuitgever Anthony Noske bood hem in 1918 aan zijn muziek in drukvorm uit te geven. Na een aanvankelijke weigering ging hij hier toch mee akkoord.

In 1920 verhuisde Von Brucken Fock naar Heemstede, waar hij bleef wonen tot op zijn sterfdag.

In deze laatste periode van zijn leven musiceerde en schilderde hij vooral voor zichzelf. Hij bewerkte zijn oorspronkelijke ‘De wederkomst van Christus’ dat hij pas in 1934 als gereed zag. Vlak voor hij stierf voltooide hij zijn ‘Requiem’ waaraan hij al in 1888 was begonnen. Dit bleek een meesterwerk.

Als schilder in zijn atlier

Als schilder in zijn atelier

Von Brucken Fock liet een groot oeuvre na, zowel als componist als schilder. Tal van muzikale werken voor een groot aantal bezettingen liet hij na. Daarbij was de invloed van Chopin, Grieg, Brahms en Liszt onmiskenbaar aanwezig.

Het belangrijkste deel van zijn werk als beeldend kunstenaar ontstond in de periode tussen 1910 en 1920. In zijn schilderijen en tekeningen nam, net als in zijn muziek, hetzelfde thema als in zijn muziek, landschappen en zee, een belangrijke plaats in. Zijn werk toont de invloed van de Haagse School op verschillende manieren en invloeden, maar leunt sterk tegen het impressionisme aan.

Om kennis te maken met zijn muziek, luister hier naar sonate voor cello en piano.

 

 

Von Brucken Fock overleed op 75-jarige leeftijd op 15 augustus 1935 in Heemstede. Nog steeds twijfelend of hij de wereld wel voldoende had gegeven.