Op 29 december 1879 kwam in Smerdiek, sorry, Sint-Maartensdijk op Tholen in het molenaarsgezin Dijkman een jongetje ter wereld. Hij kreeg van zijn ouders de namen Christoffel Hendrik mee. Het was een gewoon jongetje dat redelijk mee kon op school, maar zeker geen hoogvlieger was. Alleen het talent van Chris voor tekenen viel op. Hij werd door zijn onderwijzer aangespoord om tekenlessen te gaan nemen. Maar bij die aansporing bleef het. Dijkman tekende veel, maar er moest ook brood op de plank komen.

Koeien in weidelandschap 1930

Koeien in weidelandschap 1930

Autodidact

In 1902 trouwde hij met Aaltje Noorlander, die hem als tekenaar bijzonder waardeerde en aanmoedigde. Dat veranderde zijn leven. Hij liet zich inschrijven aan de academie in Rotterdam, waar hij al snel de aandacht trok met zijn schetsen.  Later bezocht hij de academie in Amsterdam. Zijn leermeester Allebé zag het talent dat hij onder zijn hoede had. Hij prees hem als een geboren schilder en raadde hem aan buiten te gaan schilderen. Dit maakte een zo diepe indruk op Dijkman dat hij besloot huis en haard (en zijn vrouw) te verlaten en zich helemaal aan het schilderen te wijden. Ondanks zijn lessen aan de twee academies was hij toch grotendeels autodidact.

Doorbraak

In 1915 bezocht Dijkman de academie in Den Haag en maakte hij kennis met de Haagse School. Hier kreeg hij lessen van gearriveerde schilders zoals Willem de Zwart, die wel de ‘Haagse Breitner’ werd genoemd. Gedurende deze tijd schilderde hij prachtige stadsgezichten. Hij maakte, zwervend door de omgeving, stadsgezichten van Den Haag, Rotterdam, Delft en Rijswijk en schilderde tal van landschappen in het Groene Hart.  Vooral uit die periode (1910 – 1925) is veel van het werk in musea opgenomen. Gedurende die periode signeerde hij zijn werk met C.H. Dijkman of C. Dijkman.

Gezicht op de Grote Markt te 's Gravenhage, Olieverf op doek, Collectie Haags Historisch Museum

Gezicht op de Grote Markt te ‘s Gravenhage, Olieverf op doek, Collectie Haags Historisch Museum

Maasvallei

In 1925 vertrekt Dijkman naar het Limburgse. Hij vestigt zich in het Belgische deel van de Maasvallei vlak bij Maasmechelen. Om af te rekenen met zijn verleden verdwijnt de naam Christoffel en gaat hij zich Henk noemen. Hij signeert zijn werk vanaf dat moment dan ook met Henk Dijkman, H. Dijkman of simpel met Dijkman.

 

 

Hij is bijzonder productief in die periode. Boris Gorissen, een kunsthandelaar uit het Belgische Vught neemt de verkoop van het werk van Dijkman voor zijn rekening en Henk kan aardig rondkomen van zijn werk. Hij besluit te verhuizen naar Vught om dicht bij Gorissen te zijn. Hij trouwt er met Rika van Veelen.

Tentoonstellingscatalogus

Tentoonstellingscatalogus

Stichting Christoffel

In deze periode is Dijkman ontzettend productief geweest. Op 14 februari werd door twee van zijn kleinkinderen de Stichting Christoffel opgericht door twee kleinkinderen. Deze stichting stelde zich ten doel grotere bekendheid te geven aan het werk van hun post-impressionistische grootvader en zijn werk voor het nageslacht te behouden. In het archief van de stichting bevinden zich ruim 1200 foto’s van het werk van Dijkman. Daarbij is het opvallend dat steeds meer stillevens van Dijkman werden ontdekt.

Tentoonstellingscatalogus

Stilleven met klaprozen en margrieten

Op 6 oktober 2013 werd de stichting na 22 jaar opgeheven na een mooie tentoonstelling van Haagse schilderwerken van Dijkman.

Maastricht.

Na een paar jaar verhuizen ze naar Maastricht. Maar zijn onrust en drang naar buiten zijn er de oorzaak van dat ook dit huwelijk spaak loopt. In 1943 trekt Dijkman in bij de familie Wouters in Borgharen aan de Maas. Deze caféhouders hebben achter hun huis een houten optrekje, zomerhuisje is zelfs teveel gezegd, waar Dijkman zich in zijn atelier voelde. Hier legt hij veel historisch interessante plekjes vast.

 

 

De schilderijen van Dijkman zijn wisselend van kwaliteit. Duidelijk zichtbaar is het verschil in zijn werk dat hij maakte tijdens zijn vroege periode en dat uit de tijd dat hij voor zijn brood schilderde. Toch is er prachtig werk gemaakt in de tijd na 1925. Zijn voorstudies, door kunsthistorica Ans van Berkum expressieve opzetjes genoemd, worden door haar gekenmerkt als pareltjes in een zee van, door zijn omgeving (afnemers) gedirigeerde stukken.

Robert van Lit van het Haags Historisch Museum prijs Dijkman als een ‘kleine meester’: “De schilderijen die ons museum van hem heeft zijn letterlijk met verve gemaakt”.

Lange Grachtje Maastricht

Lange Grachtje Maastricht

Historici in zowel Den Haag als Maastricht en Belgisch Limburg, zijn Dijkman dankbaar dat hij zoveel historische maar ook minder pittoreske plekjes, zowel op doek, paneel en papier heeft vastgelegd.

Materiaal

Dijkman werkte meestal met olieverf, maar hij maakte ook gouaches. Voor zijn olieverfschilderijen gebruikte hij alle soorten doek, van linnen tot katoen, en in de tweede wereldoorlog ook zeildoek. Dat laatste kwam van de  Mosa-fabriek. Om het doek onherkenbaar te maken, maakte Dijkman de achterzijde zwart. Verder schilderde hij op paneel (in de beginjaren bodems van de laden uit de linnenkast van Aaltje).

Huisje in Genk omstreeks 1930, Olieverf op doek, Collectie Familie Janssen

Huisje in Genk omstreeks 1930, Olieverf op doek, Collectie Familie Janssen

In Maastricht en omgeving bleef Dijkman tot aan zijn dood op 11 december 1954, werken.

Bron: o.a. Stichting Christoffel