De Tachtigjarige Oorlog woedde tussen 1568 en 1648. Deze oorlog zou de geschiedenis van ons land voorgoed veranderen

Een van de belangrijke gebeurtenissen was de Slag bij Reimerswaal. Tijdens deze, vergeten en nagenoeg onbekende, zeeslag troffen op 29 januari 1574 een Spaanse vloot en de Geuzenvloot elkaar op de Oosterschelde. Dit was het begin van een groot verzet.

Margaretha van Parma - portret van Anthonie Mor

Margaretha van Parma – portret van Anthonie Mor

Wat vooraf ging

Van 1559 tot 1567 was Margaretha van Parma landvoogdes namens haar halfbroer Filips II over de Habsburgse Nederlanden. De Nederlanden gingen zwaar gebukt onder de vervolging van de protestanten Omdat Filips II Margaretha bij deze taak niet helemaal vertrouwde werd zij bijgestaan door Antoine Perrenot de Granvelle. Deze had al onder de vader van Filip II, Karel V gediend. Hij was bijzonder invloedrijk, ook stond hij hoog in aanzien bij Filips vanwege het gebrek aan ervaring van Margaretha. Vanwege die invloed was hij gehaat bij de Nederlandse adel.

Door de macht die hij uitoefende op de landvoogdes raakte deze steeds meer klem tussen Filips II enerzijds en de plaatselijke adel aan de andere kant.

 

Wandtapijt van de Geuzen tijdens de Slag bij Lillo – Mischa de Muynck

 

 

Audiëntie

Op 5 april 1566 had de edelman Hendrik van Brederode audiëntie aangevraagd bij Margaretha. Hij was een vooraanstaand lid van het Verbond van Edelen – een verbond van voornamelijk lagere adel uit de Zuidelijke Nederlanden. Dit verbond maakte zich sterk voor de verzachting van de vervolging van de protestanten en de daaruit voortvloeiende inquisitie die maatregelen trof tegen ketters.

Het waren inderdaad niet de hoogste edelen. Graven als Lamoraal, van Egmont, van Montmorency en zelfs Willem van Oranje hielden zich aanvankelijk afzijdig. Brederode bood, namens een groep edelen, een smeekschrift aan.

Geuzen

Een andere raadgever van Margaretha, Karel van Berlaymont,  zwaar Spaansgezind, raadde haar aan geen aandacht aan deze edelen te schenken. Toen van Brederode namens het Verbond der Edelen het smeekschrift aanbood, zou van Berlaymont hebben gezegd: “Wees niet bang mevrouw, het zijn slechts bedelaars (des gueux).

Hendrik van Brederode biedt Margaretha het smeekschrift aan

Hendrik van Brederode biedt Margaretha het smeekschrift aan

Op dat moment was de naam Geuzen geboren. Van Brederode kreeg de bijnaam Grote Geus (le Grand Gueux).

Maar door deze minachting liepen de spanning in de Nederlanden hoog op. Dat leidde er toe dat Filips II in 1567 zijn zus onthief van haar taken en de Hertog van Alva in haar plaats benoemde tot landvoogd.

Soorten Geuzen

Er ontstonden al snel twee soorten Geuzen. Op het land streden de Bosgeuzen. Op het water werden het de Watergeuzen. Eigenlijk waren dit zeerovers en vrijbuiters. Veelal bannelingen, oproerkraaiers, moordenaars, dieven en avonturiers.

Calvinistische edelen die in opstand waren gekomen tegen het gezag van Margaretha verloren hun goederen. Velen vluchten naar het buitenland maar een aantal bleef op zee en vormde de harde kern van de Watergeuzen.

Luis de Requesens

Luis de Requesens

 

 Requesens

In 1573 werd Alva door Filips II vervangen door Don Luis de Zúñiga y Requesens. Alva had een aantal gevoelige nederlagen geleden tegen de opstandelingen. Daarnaast bleek dat door zijn hardvochtig optreden de Geuzen zich steeds feller tegen hem keerden.

Tijdens de periode van Requesens vond het beleg en het ontzet van Leiden plaats. Ook de slag op de Mokerhei een veldslag die eindigde in een Spaanse overwinning waarbij zowel Lodewijk als Hendrik van Nassau sneuvelden.

 

Lodewijk an Nassau (L) met zijn broers Jan (zittend), Adolf en Hendrik

Lodewijk van Nassau (L) met zijn broers Jan (zittend), Adolf en Hendrik

 

 

 

Requesens deed alles wat in zijn vermogen lag om de bevolking van de Nederlanden gunstig te stemmen. Hij schafte de gehate belasting ‘de tiende penning’ af. Hij maakte een einde aan de Raad van Beroerten en bood een Generaal Pardon aan, aan alle opstandelingen die afzagen van de opstand. Maar Willem van Oranje en zijn voornaamste aanhangers onder de adel, de burgerij en predikanten werden daarvan uitgesloten. Het was niet voldoende om te Geuzen te paaien.

Requesens startte daarop de vredesonderhandelingen van Breda, maar toen die ook niet lukten greep hij hard in. Hij veroverde steden als Oudewater en Zierikzee.

 

De inname van Den Briel in 1572 naar Frans Hogenberg

De inname van Den Briel in 1572 naar Frans Hogenberg

Eerste succes

De Watergeuzen deelden hier en daar kleine prikken uit. Maar hun eerste grote succes boekten zij op 1 april 1572 door de inname van Den Briel.

Vanuit Den Briel trokken zij steeds verder Zeeland binnen. Grote delen werden ingenomen. Arnemuiden, Veere en Vlissingen vielen in handen van de opstandelingen onder leiding van Willem van Oranje.

Middelburg, de bisschopszetel van Zeeland bleef zich verzetten. De stad werd verdedigd door Christobal de Mondragon.

Het beleg van Middelburg naar Frans Hogenber

Het beleg van Middelburg naar Frans Hogenber

Beleg van Middelburg

Er ontbrandde op Walcheren een hevige strijd.  Vlissingen werd belegerd door de Watergeuzen, die over het hele eiland vreselijk huishielden.  Mondragon verdedigde de stad met moed en beleid. Maar hij kreeg te maken een steeds groter tekort aan voedsel en munitie, wapens en andere noodzakelijke goederen. De situatie voor de stad werd hopeloos.

 

Cristóbal de Mondragón y Otalora naar Hillebrant Jacobsz van Wouw

Cristóbal de Mondragón y Otalora naar Hillebrant Jacobsz van Wouw

 

Bevoorradingsvloot

Bevelhebber Requesens besloot Mondragon te hulp te snellen. Onder Sancho d’Alvia  werd  een poging ondernomen om met een bevoorradingsvloot naar Middelburg te varen. D’Alvila zou met 30 grote schepen de Westerschelde afvaren. Gelijktijdig zouden 70 kleinere smakken onder De Glimes en Romero met voorraden en troepen vanuit Bergen op Zoom, via de Oosterschelde Walcheren moeten bereiken en hun spullen afleveren voor Middelburg. De vloot stond onder bevel van admiraal Romero.Tegen het advies van De Glimes besloot Romero met de vloot uit te varen.

De Slag bij Reimerswaal

Oranje, die zelf in Zeeland aanwezig was, beschikte ook over een vloot. De Westerschelde werd bewaakt door 40 schepen onder bevel van admiraal Cornelis Claasz. 70 andere schepen, onder bevel van de admiraals Lodewijk van Boisot en de Vlissingse admiraal Joos de Moor waren belast met de bewaking van de route langs de Oosterschelde, Joos was de zoon van Jan de Moor, de eerste vice-admiraal van Vlissingen.

Admiraal de Boisot

Admiraal de Boisot

Op 29 januari 1574 kregen de Nederlandse en Spaanse vloot elkaar in zicht. Met de opkomende vloed en noordwesten wind viel Boisot, die zijn vloot in drie eskaders had opgedeeld, de Spaanse vloot aan. Hij had zijn hele bemanning aan dek opgesteld, klaar om de Spanjaarden te enteren. Maar het geschut- en musketvuur vanaf het schip van de Glimes brachten aan zijn bemanning grote schade toe. Zelf verloor Boisot een oog.

Sancho d'Avila

Sancho d’Avila

 

 

 

 

 

 

 

 

Zijn schip liep door deze misrekening nu het risico door de Spanjaarden geënterd te worden. Andere Zeeuwse schepen klampten het Spaanse admiraliteitsschip aan. Jasper Leynsen slaagde er in de vlag van de Glimes naar beneden te halen. Boisot liet onderdeks een paar tonnen buskruit tot ontploffing brengen. Het schip raakte licht beschadigd, maar het had effect. De Spanjaarden dachten dat ze met het schip de lucht in zouden gaan, sprongen overboord.

De Spaanse achterhoede hield zich op een afstand en nam met wat kanonvuur deel aan de verwarde strijd van schip tegen schip. De Glimes sneuvelde in de strijd. Romero sprong over boord. Hij waadde door de modder naar de Tholense dijk. Requesens die vanaf dit punt de gevechten had gadegeslagen besloot te vluchten, terug naar Bergen op Zoom.

Zeeslag in de Zeeuwse wateren

Zeeslag in de Zeeuwse wateren

Resultaat

Tien schepen werd door de Zeeuwen  veroverd. Anderen werden in de grond geboord, verbranden of liepen vast. D’Alvia had zijn kansen om het nagenoeg onbeschermde Vlissingen in te namen voorbij laten gaan. De schepen van Claasz waren nog niet gereed voor een gevecht op zee. Toen d’Alvia hoorde van de Spaanse nederlaag bij Reimerswaal, trok hij zijn schepen naar Antwerpen terug.

Het gevolg van de Slag bij Reimerswaal was dat Middelburg in februari 1574 in handen van de opstandelingen viel. Maar belangrijker, na Den Briel en Reimerswaal was Spanje diep onder de indruk en het zelfvertrouwen van de Geuzen sterk gegroeid. Dat zou de rest van de Tachtigjarige oorlog sterk beïnvloeden.