Op 29 oktober 1865 zag Gerard Jacobs in Antwerpen het levenslicht. Gerard was een kind uit een kunstzinnige familie. Zijn vader werkte als kunstschilder. Twee ooms van moederskant oefenden het zelfde beroep uit. Als kind was hij al veel in de ateliers van zijn vader en ooms te vinden om bezig te zijn met tekenen en kleuren.

Gerard Jacobs met de koninklijke onderscheidng van koning Boudewijn van België, 20 februari 1956, foto, ZB, Beeldbank Zeeland,

Gerard Jacobs met de koninklijke onderscheiding van koning Boudewijn van België, 20 februari 1956, foto, ZB, Beeldbank Zeeland,

 

Opleiding

Met deze achtergrond als bagage bevreemde het dan ook niemand dat hij voor de rest van zijn leven koos voor een kunstzinnige richting.

Hij ging studeren aan de Academie van Antwerpen, de latere Koninklijke Academie voor Schone Kunsten.

 

 

 

 

Gebouw van de Academie voor Schone Kunsten, architect Pierre Bruno Bourlah

Gebouw van de Academie voor Schone Kunsten

Dit instituut werd opgericht tijdens na Tachtigjarige Oorlog en de sluiting van de Schelde in 1648. Antwerpen was haar centrumfunctie als kunst- en handelsstad kwijt geraakt. Tal van belangrijke Antwerpse kunstenaars waren overleden of waren uitgeweken naar Parijs.

Portret van David Teniers

Portret van David Teniers

 

Het idee tot het opzetten van de Antwerpse Academie kwam in 1662 van de Vlaamse barokschilder en oud-deken van het Sint-Lucasgilde, Denis Teniers de Jonge. Hij werd bijgestaan door de schilder Theodoor Boeyermans. Hun gezamenlijke doelstelling was de opleiding tot meester aan te vullen met een basisopleiding en daardoor het gilde en de verdwenen glorie van de Antwerpse kunst terug te halen.

 

 

Donderbui boven de Schelde

Donderbui boven de Schelde

 

 

 

 

 

Aan deze academie leerde Jacobs de fijne kneepjes van het schilderen van portretten, interieurs, stemmige landschappen en havengezichten. Hij maakte marines, maar zijn voorkeur ging uit naar stormweer en zonsondergangen. Hij ontwikkelde een heel eigen postimpressionistische stijl.

Als Ik Kan

Jacobs was in 1883 betrokken bij de oprichting van de kunstenaarsgroep Union Artistique des Jeunes die later de naam zou krijgen ‘Als Ik Kan’. Onder deze laatste naam werd de groep vooral bekend. Het doel van de stichters was, vooral voor jonge leden die nog niet erg bekend waren in het kunstkenners circuit, ruimtes te vinden waarin zij hun werk konden exposeren.

Hij vormde met enkele leerlingen een eigen groep. Daarbij behoorden Kurt Peisser, Josephina Hendricks, met wie hij later zou trouwen, Françoys Maandag en Frans Maas. Zij zouden later bekend worden onder de naam ‘De Jacobsjes’.

Koeien in de lente

Koeien in de lente

 

Eerste Wereldoorlog

Tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam een stroom van duizenden vluchtelingen vanuit België naar Nederland op gang. Ook belandden velen van hen in Zeeland. Allemaal hadden ze hun eigen reden om te vertrekken en huis en haard achter te laten. Ook Jacobs liet Antwerpen voor wat het was. Hij kon vooral niet leven met het idee dat zijn artistieke vrijheid beknot zou worden.

In 1914 arriveerde hij in Zeeland en vond een dak boven zijn hoofd in Zoutelande, wat in die periode, samen met Domburg, bekend stond als kunstenaarskolonie. Later verhuisde Jacobs naar Vlissingen. Toch was het in Middelburg dat hij zijn atelier kon huren.

 

havengezicht

havengezicht

 

Kunstkring ‘Het Zuiden’

In 1915 hield Jacobs zijn eerste expositie. Deze werd ingericht in het Vlissingse Concertgebouw, nu het Arsenaaltheater. Zijn werk werd gekenmerkt door reflectie op de natuur. Deze expositie had grote gevolgen.

In 1919 werd Carel Albert van Woelderen benoemd tot burgemeester van Vlissingen. Deze had een duidelijk plan met de stad. Hij wilde niet alleen een economische opleving van Vlissingen. Hij wilde ook van Vlissingen een cultureel centrum voor Walcheren in het bijzonder en Zeeland in het algemeen maken. Hij benaderde Jacobs en samen stonden zij aan de wieg van de kunstkring ‘Het Zuiden’ die in 1920 het levenslicht zag.

Leden die zich bij dit gezelschap aansloten waren o.a.: Gerard Bergsma, Kornelis Heyneman en Willem Johannes Schütz.

In 1920 exposeerde ‘Het Zuiden’ voor het eerste gezamenlijk in Vlissingen in het badpaviljoen.

In 1942 hield ‘Het Zuiden’ onder druk van de oorlogsomstandigheden op te bestaan.

Westerschelde bij Vlissingen 1916 – Olieverf op doek – 99 x 68 cm

Westerschelde bij Vlissingen 1916 – Olieverf op doek – 99 x 68 cm

 

 

Erkenning

Echt internationaal brak Jacobs niet door. Maar wel kreeg hij de nodige erkenning met grote exposities in Zeeland en Vlaanderen.

Ook werd hij onderscheiden met de Koning Boudewijnprijs.

 

 

 

Op 14 februari 1958 overleed Gerard Jacobs in Vlissingen, de stad die hij nooit meer verliet. Samen met zijn vrouw wordt hij herinnert als de grondlegger van het Scheldeluminisme.

Zijn werk is o.a. terug te vinden in MuzEEum Vlissingen en het Zeeuws museum in Middelburg.