Kasteel Ter Hooge, bij Koudekerke, is een van de oudste buitenplaatsen op Walcheren. Het stamt uit het einde van de 13de eeuw. Het is daardoor stukken ouder dan andere buitenplaatsen die tijdens de gouden eeuw zijn gebouwd. De naam van het kasteel werd, voor zover bekend, voor het eerst genoemd in 1289.

Familie Von Brucken Fock

Op dit buitenhuis werd op 19 oktober 1857 Emile von Brucken Fock geboren als Abraham Emilius Fock. Nog geen vier jaar later veranderde zijn vader, Henri Dignus, waarschijnlijk uit ijdelheid, de naam naar Von Brucken Fock. Fock was niet de enige die gezegend was met een bijna geniaal creatief talent. Zijn broer Geert was als componist, muzikant en schilder waarschijnlijk groter. Maar door miskenning en ontkenning van vooral zijn vader, bleef deze altijd een beetje in de schaduw en ging er een totaal andere levenswijze op nahouden. Lees hier zijn verhaal.

Kasteel Ter Hooge - geboortehuis van Emile Von Brucken Fock

Kasteel Ter Hooge – geboortehuis van Emile Von Brucken Fock

Welgesteld

De familie van Emiel, zoals hij werd genoemd, was bijzonder welgesteld. Hij zou nooit hoeven te werken. Wel volgde hij voor een behoorlijke status zijn opleiding aan de HBS in Middelburg. Daar kreeg hij pianolessen van de organist van de Nieuwe Kerk, Simon Verwijs en cellolessen van Abraham de Jong, de concertmeester van het orkest “Uit Kunstliefde”.

Militair

Na het afronden van zijn middelbare schoolopleiding trok Von Brucken Fock in 1875 naar Breda waar hij ging studeren aan de Koninklijke Militaire Academie. Ondanks de vrij zware opleiding die nauwelijks enige ruimte bood voor vrije tijd, bleef Von Brucken Fock zich bezig houden met muziek. Dat viel zodanig op bij de leiding van de Academie dat hij de leiding kreeg over het muziekkorps van de cadetten; “Sempre Crescendo”. Voor dit muziekgezelschap schreef hij arrangementen op bestaande werken en een aantal eigen werken.

Huwelijk

Kort na het afronden van zijn opleiding in 1878 trouwde Von Brucken Fock met Samuela Adriana Cornelia Pické. Het echtpaar kreeg twee zonen. Emiel bleef militair en werd achtereenvolgens bevorderd tot tweede luitenant, eerste luitenant in 1880, kapitein in 1881, majoor en tenslotte luitenant-kolonel in 1910.

Los van zijn militaire loopbaan bleef hij de muziek trouw. Hij bleef publiceren over muziek en schreef de nodige eigen composities. In 1881, hij was inmiddels gestationeerd in Utrecht, verzorgde hij tot 1884 de muziekpagina’s van het Utrechts Dagblad.

Nederland doorkruisen

Emiel werd overgeplaatst en via Den Helder kwam hij terecht in 1886 in Breda, vanwaar hij in 1891 weer naar Utrecht terugkeerde. Hier componeerde hij onder andere zijn opera “Seleneia”, waarvan het libretto was geschreven door M. Constant. De eerste uitvoering van deze opera vond plaats op 5 maart 1895 in de stadsschouwburg te Amsterdam. Von Brucken Fock had zelf de leiding over de uitvoering.

In 1896 werd Emiel in Arnhem gelegerd. Hij werkte zich al snel op tot dirigent bij het Arnhems Orkest waarmee hij veel eigen werken uitvoerde. Hij trok met dit orkest door het hele land en trad zelfs op 29 oktober 1901 op in zijn eigen provincie, in de concert en gehoorzaal van Middelburg.

Krantenadvertentie uit 1901

Krantenadvertentie uit 1901

 

Adempauze

Na 1900 stopte Von Brucken Fock vanwege een te hoge werkdruk met componeren. Maar zijn werken werden wel regelmatig uitgevoerd. Zijn Koninginne-Marsch werd door het Concertgebouworkest, dat toen onder leiding stond van Willem Mengelberg, in 1902 uitgevoerd.

Zijn werk “Elaine’s Todt” werd op het muziekfeest van de Utrechtse afdeling van Toonkunst uitgevoerd in 1904.

Willem Mengelberg

Willem Mengelberg

 

Goed militair 

Naast een bijzonder getalenteerd componist bleek Von Brucken Fock ook een goed militair, gezegend met een groot strategisch inzicht te zijn. Om die reden werd hij vaak, te vaak, overgeplaatst. Hij werd achtereenvolgens gelegerd in Middelburg, Bergen op Zoom, Den Haag, de Bilt om uiteindelijk in Aerdenhout terecht te komen, waar hij bleef tot aan zijn pensionering in 1917.

Daar kreeg hij eindelijk weer de tijd om te gaan componeren.

 

Opnieuw aan de slag

Von Brucken Fock werd zeer gewaardeerd als componist. Abraham Antony Noske, afkomstig uit Axel, had zich in 1896 opgewerkt tot muziekhandelaar en uitgever in Arnhem. Twee jaar later verplaatste hij zijn bedrijf naar Middelburg. Hij gaf het grootste gedeelte van het werk van Von Brucken Fock uit (Zeeuwse jongens onder elkaar?) en noemde hem “de meest beduidende lieder componist van Holland”.

Emile Von Brucken Fock op latere leeftijd in Aerdenhout

Emile Von Brucken Fock op latere leeftijd in Aerdenhout

 Hoewel geroemd en geprezen door vooraanstaande muziekkenners bleef er een zweem hangen van kopiëren van de stijl van Wagner in zijn composities. Zelfs zijn vriend Noske merkte op dat de muziek van Zwei Lieder, ganz Wagnerisch modern ist.

Volgens kenners was de muziek van Emile Von Brucken Fock van een zeer hoogstaande kwaliteit, maar heeft hij nooit een eigen stijl ontwikkeld.

Emile Von Brucken Fock overleed op 3 januari 1944 in Aerdenhout.