Groot was het verdriet, de onthutsing, de frustratie en later de woede na de Watersnoodramp in 1953. Grote delen van Zeeland, West-Brabant en Zuid-Holland kwamen onder water te staan en duizenden mensen lieten het leven.

Voorloper

Zeeland had gedurende eeuwen talloze keren last gehad van overstromingen. In het begin van vorige eeuw kwam de hoop dat de regering eindelijk iets zou gaan doen aan dit altijd op de loer liggend gevaar. En er werd ook wel over gesproken in Den Haag. Maar men ging niet over tot actie.

Toch waren er concrete plannen. Door de waterbouwkundig ingenieur Johan van Veen was er na de Tweede Wereldoorlog al een voorloper van het Deltaplan ontwikkeld.

Johan van Veen (1953) Foto J.D. Noske Anefo - Nationaal Archief, commons.wikimedia.org

Johan van Veen (1953) Foto J.D. Noske Anefo – Nationaal Archief, commons.wikimedia.org

 

Deltaplan.

Jacob Algera (minister van verkeer en waterstaat) installeerde 20 dagen na de ramp, op 21 februari 1953 de Deltacommissie. Deze stond onder leiding van A.G. Maris, toenmalig directeur-generaal van Rijkswaterstaat. Deze commissie moest concrete plannen maken om een ramp zoals die zich had voorgedaan in de toekomst te voorkomen.

Er werden twee varianten gemaakt. Verhogen en versterken van ruim 1.000 kilometer dijken in het betreffende gebied.

De tweede mogelijkheid was de kustlijn met ettelijke honderden kilometers in te korten door kunstwerken in de vorm van dammen aan te leggen. Maar daarbij moest wel rekening worden gehouden met het feit dat de havens van Rotterdam, Gent en Antwerpen bereikbaar moesten blijven.

 

 

Brouwersdam

Brouwersdam

 Aangenomen

In oktober 1955 diende de Deltacommissie haar laatste advies in. Op 16 november ging het ontwerp van de Deltawet naar de Tweede Kamer. Op 5 november 1957 werd het wetsvoorstel aanvaard en werd het doorgestuurd naar de Eerste Kamer. Deze keurde de wet goed op 7 november 1958 en werd de aangenomen wet doorgestuurd naar koningin Juliana.

De vorstin zette een dag later haar handtekening onder de wet.

Planning

De Brouwersdam was het zevende kunstwerk in de reeks van bouwwerken die gezamenlijk het Deltaplan vormden.

Er werd lang nagedacht over de plaats waar de dam moest komen. Ook de manier waarop de dam moest worden aangelegd. De Brouwersdam moest in ieder geval de eilanden Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee tegen het steeds dreigende water beschermen. De dam moest daarom zo westelijk mogelijk komen te liggen.

Trace van de dam

Trace van de dam

Het traject

Uiteindelijk werd gekozen voor een traject dat aan alle wensen voldeed. De dam moest zowel de eilanden Schouwen-Duiveland als Goeree-Overflakkee volledig bescherming bieden. Er werd verder besloten om de dam van Schouwen naar de zandplaat Middelplaat te laten lopen. Vandaar ging het traject door naar de Kabbelaarsplaat en dan naar Goeree. Dat betekende dat de afstand tussen de nog te bouwen Oosterscheldekering en de Brouwersdam zo kort mogelijk werd gehouden. Dat zou voor het doorgaande verkeer een groot voordeel zijn.

Het tweede voordeel had alles met geld te maken. Door te kiezen voor dit tracé werd tussen de 20 en 30 procent bespaard op de kosten.

Het uiteindelijke resultaat

Het uiteindelijke resultaat

De bouw

De, in het oosten van de Grevelingen gelegen Grevelingendam was al in een eerder stadium gereed gekomen. Door het aanleggen van de Brouwersdam zou de Grevelingen veranderen in een van de grootste zoutwater binnenmeren van Europa.

Het bouwen van de Brouwersdam was geen makkelijke opgave. Om het gat te dichten tussen de beide eilanden moest een afstand van ruim 6 ½ kilometer worden overbrugt. Wel bleek dit een goede oefening voor de later aan te leggen Oosterscheldekering. Men had geleerd van de aanleg van de Grevelingendam en daarom besloot men ook hier te kiezen voor een sluiting met caissons betonblokken die werden gestort met een kabelbaan.

Het water tussen de Middelplaat en de Kabbelaarsplaat was relatief ondiep en niet te breed. Er werd daarom besloten deze twee banken met elkaar te verbinden. Hierna zouden er nog maar twee openingen overblijven, aan de noord- en aan de zuidkant. Het noordelijke gat zou worden gedicht met caissons. Aan de zuidkant zou men blokken storten die werden aangevoerd door middel van een speciaal daarvoor aangelegde kabelbaan.

Omdat door de sluiting van de grote gaten de stroming aan elke kant totaal verschillend zou worden werd besloten beide gaten gelijktijdig te sluiten.

Bouw doorlaatcaissons op Bommende

Bouw doorlaatcaissons op Bommende

De  eerste werkzaamheden

 Voor de aanleg van de Brouwersdam waren twee werkhavens nodig. Ten westen van Brouwershaven werd in 1962-1963 de werkhaven Den Osse aangelegd. Bewesten Scharendijke werd in de periode 1963-1964 een tweede werkhaven gebouwd, West Repart.

 

Draaipunt van de kabelbaan

Draaipunt van de kabelbaan

 

 

 

 

Toen men begon met de werken aan de kabelbaan waren de plannen voor de sluiting van het gat tussen de Kabbelaarsplaat en Goeree-Overflakkee ook compleet. Op de bodem van de noordelijke geul zou een wal worden aangelegd die tot 8 meter onder NAP zou reiken. Hierdoor zou al een derde deel van de diepte van de geul zijn opgevuld. Hierop zouden caissons worden geplaatst die nog een derde deel van het sluitgat zouden opvullen. De geul was 800 meter breed en 10 meter diep. Dat betekende dat de afmetingen van het te sluiten gat 8.000 m² was.

Caissons

Vanwege de sterke stroming in het Brouwershavense Gat was het zaak de afsluiting met caissons ze snel als mogelijk uit te voeren. Om die reden werd gekozen voor grote caissons die men snel kon laten afzinken. Daarbij was uiterste nauwkeurigheid geboden. Ze moesten op de centimeter geplaatst worden.

In 1968 werd begonnen met het fabriceren van 12 caissons. In het bouwdok Bommende werden deze in 1968 en 1969 gebouwd. Elke caisson had een lengte van 68 meter en was 18 meter breed. Daarnaast werden nog twee ‘landhoofd’ caissons gebouwd die aan het begin en het einde van de dam zouden worden geplaatst.

Een geduldig en nauwkeurig werk

Een geduldig en nauwkeurig werk.

 

Doorlaatcaisons

Doorlaatcaisons

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De caissons hadden een hoogte van 16,2 meter. In de caissons bevonden zich 12 openingen met een breedte van 5 meter. Door deze gaten kon het water blijven stromen tot aan het moment van definitieve afsluiting waarbij de gaten met schuiven konden worden gesloten. Tijdens het transport naar de plaats waar ze zouden worden afgezonken waren de doorstroomgaten met houten schotten afgesloten.

 

Het verwijderen van de drijfschotten

Het verwijderen van de drijfschotten

 

De caissons werden naar hun ligplaats gesleept en nauwkeurig naast elkaar gelegd en afgezonken. De afsluiters stonden nog open waardoor het water nog vrij spel had in het Brouwershavense Gat. De kleine naden werden opgevuld met zand en grind. Toen alles op zijn plaats lag was het wachten op een gunstig moment waarop eb en vloed in elkaar overgingen. Dat moment was belangrijk omdat er dan de minste stroming was. Dan werden alle schuiven gesloten. Na het sluiten van de schuiven werden de ‘lichte caissons’ gevuld met zand en stenen.

 

 

 

Ingebruikname

Het uiteindelijke afsluiten

Het uiteindelijke afsluiten

Op 30 maart 1972 kon de oostelijke parallelweg voor het verkeer worden opengesteld. 10 jaar na het begin van het eerste werkeiland was de Brouwersdam eindelijk gereed. De openstelling van de hoofdrijbaan vond drie maanden later plaats, op 30 juni 1972.

De definitieve oplevering van het werk gebeurde op 3 oktober 1972.

 

Brouwerssluis

Door de afsluiting van de Grevelingen was er een groot zoutwatermeer ontstaan. Maar men was een ding vergeten. Er was geen stroming meer en het water werd langzaam maar zeker brak. Om dit tegen te gaan werd tussen 1974 en 1978 de Brouwerssluis aangelegd. Door de aanleg van deze sluis konden door middel van het inlaten van zeewater het zoutgehalte van de Grevelingen verzekert worden. De sluis werd gebouwd in de zuidelijke dam van het Brouwershavense Gat. De oplevering vond plaats op 1 juni 1978.

Opening Brouwersdam Door burgemeesters van Middelburg en Goedereede, Dhrn. S. Francke en D. de Voogd

Opening Brouwersdam door burgemeesters van Middelburg en Goedereede, Dhrn. S. Francke en D. de Voogd

Toch bleek dit niet voldoende. Er was geen eb en vloed meer in het Grevelingenmeer. Flora en fauna hadden zwaar te lijden door gebrek aan doorstroming. In de diepere delen van het meer ontstond een gebrek aan zuurstof. Dit was dramatisch voor het bodemleven, kreeften, vissen en daardoor ook voor de recreatie.

Laatste aanpassingen.

Om die reden werd in 2018 het besluit genomen, er wordt een opening gemaakt in de Brouwersdam. Het meer kan daardoor worden ‘doorgespoeld’. Tevens kan het getij worden gebruikt voor het opwekken van energie via een getijdencentrale die hier zal worden gebouwd.

Een en ander zal plaats vinden door het aanbrengen van afsluitbare pijpen die in de dam worden aangebracht. Deze pijpen worden zoveel mogelijk over de lengte van de dam verspreid aangelegd. Het getijdenverschil zal hierdoor ongeveer een halve meter bedragen.

Als dit werk in 2024 gereed is, is het maar de vraag of de Brouwersdam dan eindelijk haar beoogde functie heeft.

Voor een artist impressie van de getijdencentrale kijk hier.