Op 15 januari 1914 zag Esther (Etty) Hillesum in Middelburg het daglicht. Zij was een kind uit een Nederlands-Joodse familie. Haar vader, Louis (Levi) was leraar klassieke talen. Haar moeder Rebecca (Rivka) was geboren in Rusland. Na een pogrom in haar geboorteland in 1907, vluchtte zij, kaalgeschoren en in militaire kledij, naar Nederland.

Geboorteacte gemeente Middelburg

Geboorteacte gemeente Middelburg

Jonge jaren

Tijdens haar jeugd werd Etty niet bepaald in de Joodse tradities opgevoed. Hoewel haar overgrootvader opperrabbijn was liet haar vader zich in 1937 uitschrijven als lid van de Joodse gemeenschap.

In 1918 liet het gezin Middelburg achter zich en vertrok naar het Groningse Winschoten. In 1924 kreeg haar vader een aanstelling als rector aan het Stedelijk Gymnasium. Etty ging hier studeren.

Amsterdam

Familie Hillesum in gelukkiger tijden

Familie Hillesum in gelukkiger tijden

Na afronding van het gymnasium in 1932 ging zij in Amsterdam rechten studeren. Na het succesvol afronden van haar studie in 1939 trok ze door naar Leiden om Slavische talen te studeren. In de jaren daarop gaf ze privélessen Russisch om in haar onderhoud te voorzien.

Spier

In 1941 veranderde een ontmoeting met de gevluchte Duitser gescheiden Julius Spier haar leven. Julius Spier werkte 25 jaar bij de metaalhandelsfirma Beer, Sondheimer & Co in Frankfurt am Main en heeft daar in 1927 een punt achter gezet om zich volledig te kunnen gaan wijden aan de ‘psychochirologie’. Geïnspireerd door zijn leermeester, de psycholoog Carl Gustav Jung, maakte Julius van zijn natuurgave zijn beroep: psychochiroloog. In 1935 scheidde hij van zijn niet-joodse vrouw. Zijn twee kinderen bleven bij haar. In 1939 emigreerde hij naar Amsterdam, waar zijn zus woonde. Julius Spier speelt als ‘S.’ een belangrijke rol in het dagboek van Etfty. Spier drong er bij Etty op aan een dagboek bij te gaan houden. Op 9 maart 1941 zette zij de eerste letters op papier. Haar intentie was oude en nieuwe inzichten met elkaar te vergelijken en daardoor inzicht te krijgen in de ontwikkeling van haar gevoelens en gedachten in allerlei alledaagse dingen en zaken.

Julius Spier

Julius Spier

Joodse Raad

Etty oordeelt negatief over de rol die de Joodse Raad speelt bij de vervolgingen. Toch solliciteert ze er, op aanraden van haar broer, naar een baantje. Ze verwachtte zelf een oproep voor Westerbork.

In 1942 werd ze administratief medewerkster bij deze organisatie die op bevel van de bezetters het bestuur over de Joodse gemeenschap moest voeren.

Ze krijgt een baantje op het kantoor Lijnbaansgracht en op 15 juli treedt ze er in dienst als typiste op de afdeling Culturele Zaken van de Joodse Raad.

De beruchte Jodenster

De beruchte Jodenster

 

Westerbork

Etty hield het er slechts twee weken vol. Ze liet zich op eigen verzoek overplaatsen naar de afdeling “Sociale Verzorging Doortrekkenden” in Kamp Westerbork. Dit werk vond ze wel zinvol. Op 30 juli 1942 kwam ze in Westerbork aan.

Vanwege haar functie kwam ze in een uitzonderingspositie. Daardoor kon ze vrij het kamp in en uit gaan. Naar onlangs is gebleken, heeft de tijdens die periode een aandeel gehad bij het uit het kamp smokkeln van een aantal kinderen.

In het kamp, dat ze in haar dagboek “de Hel” noemde, trachtte zij lotgenoten te helpen die op het punt stonden naar Polen getransporteerd te worden. In augustus moest zij zelf verplicht verhuizen naar het deportatiekamp. Maar haar uitzonderingsbewijs had ze nog steeds. Ze kon dus nog steeds zonder problemen het kamp in en uitgaan. Daardoor kon ze nog enkele keren naar Amsterdam reizen. Zowel vanuit Amsterdam als vanuit Westerbork kon ze haar ervaringen in brieven op papier zette.

Dagboekpagina 27-februari

Dagboekpagina 27-februari

Ziekte

In de winter van 1942 werd zij, tijdens haar verblijf in Amsterdam ernstig ziek. Eenmaal weer gezond werd haar aangeraden, zelfs gesmeekt, onder te duiken. Daar had Etty geen oren naar. Zij wilde bij haar eigen mensen zijn. Op 6 juni 1943 vertrok zij opnieuw naar Westerbork. Daar ontdekten de Duitsers dat ze nog steeds, onterecht een uitzonderingspositie had. Deze werd onmiddellijk ingenomen en Etty werd een gewone kampbewoonster.

Omgebracht

Etty, haar ouders en haar broer werden op 7 september 1943 op transport gezet naar concentratiekamp Auschwitz. Op 30 november werd zij, slechts 29 jaar oud, in een gaskamer omgebracht. De laatste letters in haar dagboek dateren van 6 september.

Nalatenschap

In het najaar van 1943 werden twee brieven uitgegeven, uiteraard clandestien. Ze verschenen onder de titel: “Drie brieven van den kunstschilder Johannes Baptiste van de Pluym (1843-1912)”.

In 1959 werden de brieven opnieuw gepubliceerd in het literaire tijdschrift Maatstaf. Op dat moment viel haar naam op.

Haar brieven werden in 1962 door Uitgeverij Bakker/Daamen uitgebracht. Ze waren zo’n succes dat in dat eerste jaar drie herdrukken verschenen.

Toch duurde het nog tot 1981 eer Etty’s dagboeken in boekvorm verschenen. Ze verschenen onder de titel “Het Verstoorde Leven”. Het boek werd een groot succes en vertalingen in vele landen volgden.

Monument het Verstoorde Leven

Monument het Verstoorde Leven

Niet vergeten

Vergeten is Etty Hillesum niet. In haar oude woonplaats Deventer is op Bevrijdingsdag, 5 mei 1996 het Etty Hillesum Centrum in een voormalige Joodse school gevestigd. Hier worden activiteiten georganiseerd om de onderlinge verstandhouding te bevorderen en de kennis over andere godsdienste en culturen te vergroten

In Deventer is een herinneringsmonument ter nagedachtenis aan deze, van oorsprong Zeeuwse opgericht.

 

Op 4 november 2017 werd Etty Hillesum uitgeroepen tot Grootste Middelburger aller tijden.