Rudy de Queljoe is van Molukse komaf, maar werd desalniettemin geboren in Surabaya op 14 mei 1947. Het gezin De Queljoe vertrok in 1951 vanuit Indonesië naar Nederland. Ze woonden achtereenvolgens in Muiderberg, Vlissingen, Burghsluis, Westkapelle en Middelburg (in het ‘Ambonezenkamp’ aan de Nadorstweg). Hier groeide Rudy op en ging hij gitaar spelen. Hij kreeg les van een aantal Molukse ooms en bleek al snel over een groot talent te beschikken.

Indonesiche muziek en Rock ‘n Roll

Krontjongmuziek en later Amerikaanse en Franse rock-‘n-roll waren van grote invloed op zijn latere muzikale stijl. Het kon niet uitblijven. Rudy de Queljoe vormde een eigen groep. De eerste triomfen werden gevierd met Johnny and the Blue Jeans, waarmee in 1963 voor de Belgische tv werd opgetreden.

Diverse groepen

Tijdens de opkomende beatperiode kwam Rudy de Queljoe terecht in The Javelins 69 uit Vlissingen, waar een paar oude kameraden al met smart op hem zaten te wachten: zanger John Caljouw en Rudy’s broer Tonny op slaggitaar. Buiten Rudy en John bestond The Javelins ook nog uit Ad Wilschut (drums) en Boet Saija (bas). Het repertoire van de band bevatte veel Beatles-nummers, maar ook instrumentale stukken en rock-‘n-roll stonden nog steeds op het programma. De formatie speelde veel in België.

 

Group 69 Sect, v.l.n.r. Johnny Caljouw, zang; Tonny de Queljoe, slaggitaar; Huib Pouwer, drums; Rudy de Queljoe, sologitaar; rechtsachter Carlos van den Berg, basgitaar. Foto J. Midava

Group 69 Sect, v.l.n.r. Johnny Caljouw, zang; Tonny de Queljoe, slaggitaar; Huib Pouwer, drums; Rudy de Queljoe, sologitaar; rechtsachter Carlos van den Berg, basgitaar. Foto J. Midava

Vanwege onderlinge onenigheid vertrokken Rudy de Queljoe en John Caljouw naar The Beat Five, later gevolgd door Tonny de Queljoe. The Beat Five bestond uit: Carlos v.d. Berg (bas), John Caljouw (vocals), Huib Pouwer (drums), Richard Henning (slaggitaar) en Rudy de Queljoe (sologitaar).

Group ’69

Richard Henning werd na een paar maanden vervangen door Tonny de Queljoe. The Beat Five heeft echter maar korte tijd bestaan, de naam werd al snel veranderd in Group ’69 en later veranderd in  Group ’69 Sect. De bezetting bleef echter hetzelfde: Ruud, Huib, John, Tonny en Carlos. De naam was afkomstig van het drankmerk “finest Scotch whiskey VAT 69”. De groep trad vaak op in het Vlissingse “La Cave” en het Goese “Schuttershof”. In de laatste lokatie waren ze min of meer huisorkest, er werd veel voor vakantiegangers opgetreden en ze stonden samen op de bühne met The Black Albinos, Group Check, The Motions, Tee-Set, Q 65, Sandy Coast, Skybolts en Golden Earrings.

Verdere ontwikkeling

Er werden twee blazers aangetrokken: Henk Don en Andrian Schot, resp. op saxofoon en altsax/tenor waarmee het accent meer op de blues kwam te liggen, niet in het minst door de in 1966 verschenen LP van John Mayall & the Bluesbreakers die als grote inspiratiebron diende. Group ‘69 speelde tevens nummers van The Doors, Jimi Hendrix, Mike Bloomfield en Jeff Beck. Rudy had ondertussen zijn gitaar van negen (?) snaren voorzien in plaats van de gebruikelijke zes en kreeg daardoor een brede sound, zwaar en vol klinkend en gebruikte ook een booster van Vox, plus een Echolette. Voor de mensen was dit aantrekkelijk omdat ze het nog nooit hadden gehoord; de band speelde op dat moment voor volle zalen.

Hans Verhagen - foto Jan Zandbergen httpscreativecommons.orglicenses

Hans Verhagen – foto Jan Zandbergen httpscreativecommons.orglicenses

De grote omwensteling

Er volgde een ontmoeting met de controversionele schilder en schrijver Hans Verhagen in La Cave (zijn vader was notaris te Vlissingen ). Verhagen deze vergeleek de band meteen met The Jimi Hendrix Experience vanwege Rudy’s spel. Hiermee was de geboorte van Dragonfly een feit.

Hans woonde in Amsterdam en was het middelpunt van een groep kunstenaars en schrijvers. Onder invloed van Hans werd er geluisterd naar platen van Capt.Beefheart, Moby Grape, andere West Coast Muziek en Frank Zappa. Tijdens de plaatopname van Celestial dreams / Desert of Almond  speelde de groep nog steeds onder de naam “Group ‘69 Sect”, maar deze naam was echter volstrekt onbruikbaar geworden. Men associeerde de band meteen met sterke drank. De naam had geen niveau.

New Looks

New Looks

Dragonfly

De kunstenaar Bert Quite werd er bij betrokken. Deze kwam op het idee de band als levend kunstwerk te presenteren. De beschilderde gezichten werden dus een imago en zouden bij elk optreden consequent bij ieder groepslid worden aangebracht. Tien jaar later pas jatte de Amerikaanse groep Kiss  hetzelfde idee. Onder de invloed van Hans werd de bandnaam veranderd in Dragonfly, terwijl slaggitarist Carlos van den Berg naar huis werd gestuurd. Rudy de Queljoe over het vertrek van Carlos destijds: “Dragonfly was een geheel nieuwe ervaring voor mij. Ik vond het wel leuk, maar Dragonfly was absoluut niets anders dan de voortzetting van Group ‘ 69 Sect plus de beschilderde gezichten. Muzikaal gezien zat het verschil hierin dat wij zonder slaggitarist opereerden. Ik vond het erg jammer dat The Group ter ziele is gegaan want die had meer levenskansen gehad met Carlos erbij, want Dragonfly was gewoon minder in organisatorisch opzicht. Qua artisticiteit was Dragonfly echter effectiever, vanwege Hans Verhagen.”

Eerste Amsterdamse optreden

Het eerste Amsterdamse optreden was op 4 augustus 1968 in “Felix Meritis”, waar zij het nummer Crazy Woman presenteerden.  Daarna waren de Birds Club, Sheherazade, Paradiso en Fantasio aan de beurt. Rudy de Queljoe: “We wilden ons waarmaken in Amsterdam, want in die tijd was het de bedoeling om veelvuldig in de hoofdstad te opereren. De drang en het willen bewijzen in Amsterdam maakten het spelen daardoor boeiender en daarom werden het meestal te gekke optredens. Het publiek in de zaal vond het prachtig en kennelijk hadden de beschilderde gezichten ook invloed, omdat ze dat nog nooit hadden gezien. Ik zelf stond er niet achter, de anderen wel. Ik voelde me niet vrij, ondanks het feit dat het goed aansloeg. Bij mij ging het meer om de gitaar, dat je via de gitaar jezelf laat zien, dan via de beschilderde gezichten. Het moet namelijk gevoelsmatig gebeuren. Ik voelde me daardoor wel geremd, maar kreeg ook snel door dat ook de visuele kant heel belangrijk kan zijn.”

De band trad ook op in de vierde (nooit vertoonde) tv-uitzending van het legendarische TV programma Hoepla. In datzelfde programma waren ook Phil Bloom en de Amerikaanse Electric Prunes aanwezig.

Phil Bloom shokkeerde Nederland naakt op TV te verschjnen - Foto A. Vente - Beeld en Geluid - httpscommons.wikimedia.org

Phil Bloom shokkeerde Nederland naakt op TV te verschijnen – Foto A. Vente – Beeld en Geluid – httpscommons.wikimedia.org

Reputatie gevestigd

Dragonfly had inmiddels een stevige reputatie opgebouwd. De band zou meedoen aan het “Eerste Europese Internationale Popfestival” te Rome waaraan ook The Who, Cream, Donovan, Pink Floyd, Crazy World of Artur Brown, Jefferson Airplane, Byrds, Country Joe & The Fish, Bo Diddley, Muddy Waters, Paul Butterfield Blues Band, Electric Flag, Buffalo Springfield, The Stones en Jimi Hendrix deel zouden nemen. De groep kreeg onder meer aanbiedingen van “Fenklub”, het tienerprogramma van de VARA, en “Moef Ga Ga” van de AVRO. Voorts werd een er een film gemaakt door Wim van der Linden voor de VPRO getiteld : “Prince of Amboyna”.

 

 

Met Pink Floyd, de Dordtse Living-Kick Formation en de Utrechtse Mods speelde Dragonfly op 17 mei 1969 in het Concertgebouw te Vlissingen. Daar brachten zij o.a. het nummer Blue Monday.  In datzelfde jaar maakte cineast Johan van der Keuken de film “De tijdgeest” terwijl ze o.a. met beschilderde gezichten door de binnenstad van Middelburg liepen en ook terwijl hun gezichten beschilderd werden door Kieten. Dragonfly ging ook internationaal en trad op in Londense clubs zoals “Middle Earth” en the “Speakeasy”.

Hans Verhagen kon zich bij de band volledig uitleven maar in zijn kielzog kwamen ook veel geflipte figuren mee. De band zag het met hem steeds minder zitten en maakte een eind aan de samenwerking.

Einde in zicht

Rudy de Queljoe: “Organisatorisch zat het niet goed in elkaar. Binnen de groep vond ik ook dat er soms te veel aandacht werd besteed aan visuele zaken dan aan de muziek. Op een gegeven moment vormde de groep geen eenheid meer. Een van de voornaamste redenen waarom de zaak in feite uiteenviel was het feit dat wij geen optredens meer hadden. Op zich was de muziek niet slecht, maar de mensen vonden het kennelijk op den duur een beetje vreemd, of zo”.

Dit was het definitieve einde van de eerste spraakmakende en internationaal doorgebroken Zeeuwse popgroep.

Wat volgde

Na zijn Dragonfly-periode speelde de veelzijdige Rudy de Queljoe o.a. in Island, Brainbox, Cyril, Chain of Fools, Harry Muskee Band, Vitesse en de Molukse formatie Massada. Met laatstgenoemde band scoorde hij zijn grootste hit, het sentimentele Sajang é.

Rudy maakt nog steeds muziek en speelt in verschillende groepen.

Zijn broer Tonny speelde nog bij Delrose and eveneens Brainbox. Tonny overleed in 1983 in Breda.

Optreden in De Piek in Vlissingen van Johny's Rock & Roll Band, met op gitaar John Caljouw en rechts Cees Meerman, foto Jan Simonse,

Optreden in De Piek in Vlissingen van Johny’s Rock & Roll Band, met op gitaar John Caljouw en rechts Cees Meerman, foto Jan Simonse,

 

 

 

 

Zanger John Caljouw zong nog een tijdje in de Rotterdamse formatie “Machine” een off-shoot van de reeds eerder bestaande Swinging Soul Machine. Hij werd de vervanger van “Spooky”. Toen Rudy in Vitesse speelde en Zeeland aandeed, kwam John altijd een nummertje meezingen. Naderhand speelde hij nog in “Johnny’s Rock and Roll Band, Black Bang en Lois Malone, plaatselijke groepen. Tussentijds was hij aktief als leraar. Op dit moment geeft hij gitaarlessen. Huib Pouwer stapte uit de muziek.

Met dank aan George Evers