De Kamer van Zeeland had een belangrijke inbreng in het reilen en zijlen van de VOC. De Kamer was verantwoordelijk voor de uitvoering van een kwart van de activiteiten van de VOC. Per cyclus van acht jaar was de Zeeuwse Kamer twee jaar lang de hoofdzetel. In het VOC-opperbestuur, de zogenoemde Heeren XVII zetelden vier Zeeuwse bewindhebbers.

De eigen vlag van de VOC

De eigen vlag van de VOC

Middelburg

In 1746  besloten de Zeeuwse bewindhebbers in de hoofdzetel te Middelburg dat er zes nieuwe schepen gebouwd dienden te worden. De directeur, Jan van Borssele, telg uit een oud Zeeuws geslacht, vervulde meerdere belangrijke functies. Hij bedacht de naam Geldermalsen voor één van de schepen. Deze naam sloeg op het ‘Landhuis Geldermalsen’ dat al lang in het bezit was van de familie.

De bouw van de Geldermalsen begon in oktober 1746. Op 10 juli 1747, negen maanden na de kiellegging was het schip met een lengte van 42 en een breedte van 12 meter gereed.  De Geldermalsen had een laadvermogen van 1.150 ton en bood plaats aan een bemanning van 300 opvarenden.

Op weg

Fort Rammekens was een fort bij Ritthem aan de monding van het vroegere Kanaal van Welzinge. Dit kanaal verbond van 1532 tot 1817 Middelburg met het Sloe aan de Westerschelde. Op 9 km. ten zuidoosten van Middelburg werd in 1547 aan de monding van het kanaal een fort gebouwd om controle uit te oefenen en ter bescherming van de vaarroute. Fort Rammekens.

Zicht op de rede van Fort Rammekens - schilderij Willem Hermansz. van Diest

Zicht op de rede van Fort Rammekens – schilderij Willem Hermansz. van Diest

In augustus 1748 vertrok de Geldermalsen vanaf Rammekens voor haar eerste reis naar de oost. Na een reis van ruim een jaar arriveerde het schip in 1750 in Kanton in China. Vandaaruit werd het ingezet voor reizen naar andere Chinese bestemmingen. Na maanden van omzwervingen vertrok de Geldermalsen op 18 december 1751 uit Kanton om de terugreis naar Middelburg te ondernemen. Het was afgeladen met thee, porselein, zijde, een kist goud en andere zaken.

Lokatie van de gezonken Gelsermalsen - Fot G.J. tr Denge

Lokatie van de gezonken Geldermalsen – Foto G.J. ter Denge

Noodlot

Riau is een provincie van Sumatra in het oude Nederlands Indie. Voor de westkust ligt een archipel van enkele tientallen eilanden. De kust was goed bekend bij de VOC en redelijk kaart gebracht. Toch sloeg hier het noodlot toe voor de Geldermalsen. Op 3 januari, ‘s avonds rond zeven uur liep het schip, door een verkeerd uitgezette koers, op het Geldria’s Rif in deze archipel. Een groot lek was het gevolg. Het schip dreef af van het rif, maar er was geen redden meer aan. Om half een ’s nachts zonk de Geldermalsen. Tachtig leden van de bemanning verdronken. 32 wisten zich te redden in twee sloepen, waarvan, tot overmaat van ramp, er één lek bleek te zijn. De mannen beschikten over slechts een tonnetje scheepsbeschuit en een verdronken en uit zee gevist varkentje. Na een week vol ontberingen bereikten de zeelieden Batavia. Twee bemanningsleden overleden alsnog in een ziekenhuis.

Oudst bekende scheepsbeschuit uit 1852 - Foto Paul A. Cziko,

Oudst bekende scheepsbeschuit uit 1852 – Foto Paul A. Cziko,

Schade

De schade voor de VOC was aanzienlijk. Bij elkaar opgeteld schatte men de waarde van de lading op 714.963 gulden en de prijs van het goud was 68.135 gulden. De prijs van het schip was ca. 100.000 gulden in toenmalig eigen geld van de VOC.

 

 

VOC duiten

VOC duiten

 

 

In 1984 werd het wrak van de Geldermalsen ontdekt. De Brit Michael Hatcher zag kans de lading te bergen. Het mooie porselein was nog volledig intact. De thee, die onder invloed van het zoute water was uitgezet, had het porselein met een beschermende laag omhuld. De ironie van het verhaal was dat het porselein bedoeld was om de veel waardevoller thee te beschermen en moest verhinderen dat vocht de kostbare thee waardeloos zou maken. Het porselein was eigenlijk maar bijzaak.

De vondst

De boven water gehaalde lading porselein had een omvang van ruim 160 duizend blauw-witte stukken. Daaronder bevonden zich 40.000 theekommen, schotels, juskommen, botervloten, zoutvaatjes, beeldjes, po’s, kwispedoors en bierpullen. Er zaten complete eetserviezen bij de lading waarvan sommige geschikt waren voor 144 personen.

VOC Porselein

VOC Porselein

De meest opzienbarende vondst waren de goed geconserveerde 125 zeldzame baren puur goud. Ze bestonden uit twee types, normale langwerpige schuitjes en zogenoemde Nangkin shoes. Dit waren modellen in de vorm van een helm. Het goud was voorzien van zeldzame Chinese inscripties die zoveel betekende als ‘veel  geluk’.

Veiling

Een belangrijk deel van de lading van de Geldermalsen werd in mei 1986 geveild door de Amsterdamse vestiging van Christie’s. Het  goud, porselein en gebruiksvoorwerpen brachten ruim 37 miljoen gulden op.

Kijkdag Nanking Cargo bij Christie's - 1986 - Foto Bart Molendijk

Kijkdag Nanking Cargo bij Christie’s – 1986 – Foto Bart Molendijk

 

 

 

Michael Hatcher had enkele belangrijke stukken ‘Geldermalser porselein’ geschonken aan het Groninger Museum. In het kunstnijverheid paviljoen van dit museum is een deel van deze gift ondergebracht in een aquarium dat is ingemetseld in de vloer.

 

 

Artefacten, dingen die door de bemanning van de Geldermalsen zelf zijn gemaakt of gebruikt, waaronder onderdelen van de brandspuit, een kistdeksel en pijpenkoppen, maar ook stukken bewapening en kogelmallen zijn door het Rijk overgedragen aan muZEEum, het Zeeuws maritiem museum, waar ze op uw bezoek liggen te wachten om even stil te staan bij het harde en soms noodlottige leven aan boord van de VOC schepen.