Johan Pieter van de Brande was niet de eerste de beste. Hij was ambachtsheer van Gapinge en Kleverskerke. Ook was hij schepen en lid van de raad van Middelburg. Hij stond bekend als een van de rijkste mannen van Middelburg.

Het echtpaar Van den Brande in hun tuin

Indrukwekkende afkomst

Van den Brande was getrouwd met Maria van Reigersberch ook een telg uit het niet onaanzienlijk geslacht, de van Reigersbergs. Maria was vernoemd naar de vermaarde Maria van Reigersberch, de vrouw van Hugo de Groot, die haar man uit Slot Loevestein hielp ontsnappen in zijn boekenkist.

Maria helpt Hugo de Groot ontsnappen

 

 

In 1744 gaf Van den Brande aan de bouwmeester Jan Pieter van Baurscheidt de Jonge de opdracht een huis voor hem te bouwen. Het huis werd opgetrokken in rococostijl aan de Lange Delft in Middelburg. Sinds 1898 is de Provinciale Bibliotheek hier gevestigd.

 

Huis van Van den Brande uit 1733. Sinds 1898 Provinciale Bibliotheek

 

 

Jacoba

 

In dit indrukwekkende huis zag op 4 juli 1735 Jacoba van der Brande het levenslicht. Samen met haar broer genoot ze van een onbezorgde jeugd. Voor een belangrijk deel werd die doorgebracht op de buitenplaats van de familie; het al even indrukkende Sint Jan ten Heere in  Aagtenkerke. De vraag blijft echter of de kinderen erg gelukkig waren. Op een bepaalde manier waren zij ongelukkig vanwege een groeistoornis in hun vroege jeugd. Jacoba was klein van stuk. Haar broer Johan Pieter Jr. werd zelfs later ‘een dwerg in gestalte, maar een reus in rijkdom’ genoemd.

Huwelijk

Onaantrekkelijk was Jacoba niet ondanks haar kleine gestalte. Haar broer ontving een brief van zijn moeder. Hierin stond dat er sprake was van; ‘eenige beginsels van vrijage tussen Jacoba en Johan Adriaen van de Perre’. Van de Perre bevond zich op dat moment in Bordeaux. Hij was bezig met zijn Grand Tour door Europa. Iets wat behoorde bij de opvoeding van welgestelde jonge mannen om hun blik op de wereld te verruimen.

Johan van de Perre was, net als Jacoba een kind uit een oud Zeeuws regentengeslacht.

Moeder had een vooruitziende blik. Jacoba en Johan trouwden in 1760. Het huwelijk werd gesloten onder huwelijkse voorwaarden. Iedere gemeenschap van goederen werd uitgesloten.

De jonge Jacoba

 

Johan Adriaen van de Perre

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat weerhield het jonge paar er niet van om, ter gelegenheid van hun huwelijk, een zwaar zilveren doopbekken, gegraveerd met beider familiewapens, te schenken aan de kerk van Westkapelle. Op dat moment was Johan ambachtsheer van deze gemeente.

Het doopbekken is nog steeds in gebruik.

Schatrijk

Het stel was twee jaar getrouwd toen in 1762 de steenrijke oom van Jacoba; Jacobus van Reigersberch, plotseling overleed. Zij erfde haar latere woonhuis de Commanderij aan het Hofplein in Middelburg. Ook het enige echt middeleeuwse kasteel op Walcheren, Westhove in Westkapelle kwam in haar bezit. Daarnaast erfde ze een enorm fortuin.

Opnieuw kwam bouwmeester Jan Pieter van Baurscheidt in beeld. Hij kreeg de opdracht het stadspaleis te verbouwen tot woning voor het echtpaar. Wel met de restrictie de oude kern van het oorspronkelijke commandeurshuis in het ontwerp op te nemen. Dit was een uitdrukkelijke wens van het echtpaar. Vermoedelijk hield dit verband met riddermatigheid van de locatie.

De commanderij, ook wel Het Van de Perrehuis aan het Hofplein te Middelburg,

In 1788 werd Johan benoemd als representant van de eerste edelen van Zeeland. Vanuit die functie werd hij lid van de Staten Generaal. Een reden waarom het stel tien jaar lang een huis huurde aan de Prinsengracht in Den Haag. Daar brachten ze voornamelijk de winters door.

 

Natuurkundig Genootschap der Dames

In 1779 nam Van de Perre ontslag als representant. In de periode die hierop volgde ontpopte hij zich als stimulator en aanjager van een groot aantal wetenschappelijke genootschappen en activiteiten. In 1785 leidde dat, op aandrang van Jacoba tot et ontstaan van het Natuurkundig Genootschap der Dames.

Het Natuurkundig Genootschap der Dames, ook wel Het Middelburgse Dames physica genoemd, was een genootschap van dames dat bestond van  1785 tot 1887.  Dit genootschap was het eerste natuurwetenschappelijke genootschap ter wereld dat zich uitsluitend op vrouwen richtte. Doel was het bestuderen van de natuurkunde door lezingen en proeven, waartoe docenten werden ingehuurd en apparatuur werd aangeschaft Jacoba van den Brande werd de eerste directrice van het genootschap.

Diverse instellingen

Het Dames Genootschap vond in 1787 samen met de mannelijke tegenhanger ‘Het Middelburgs Natuurkundig Gezelschap onderdak in het Musaeum Medioburgense. Dit was het voormalige ouderlijke huis van Van der Perre. Naar wordt aangenomen werd dit huis op kosten van Jacoba heringericht tot wetenschappelijk centrum.

Later kregen de Middelburgse Teekenacademie, het Middelburgs Departement van het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, een publieke bibliotheek, kabinetten met natuurkundige instrumenten en naturalia en een kruidentuin voor kruideniers, apothekers en drogistengilde hun plek in het gebouw.

 

 

Weduwe

In 1790 overleed Johan van de Perre, slechts 52 jaar oud. De kinderloos gebleven Jacoba, die altijd in de schaduw van haar man had geopereerd, stond er nu alleen voor. In juni 1790 dienden het Natuurkundig Genootschap der Dames en het Middelburgs Natuurkundig Gezelschap een verzoek bij haar in om de steun die haar man aan deze gezelschappen verleende voort te zetten. Dat werd door haar onmiddellijk ingewilligd. Zij schonk het musaeumgebouw aan het Natuurkundig Gezelschap. Deze hield het gebouw, samen met de ‘Dames Physica’ die in 1889 werd opgeheven, tot 1892 in gebruik.

Het planetarium in het voormalige woonhuis van Van de Perre, nu Zeeuws Archief. (Zeeuws Archief, foto Aart van Belzen.

 

Royale giften

Jacoba bleef een gulle geefster. Naast het Musaeum schonk ze het in 1788 gereedgekomen planetarium aan het Zeeuws Genootschap.

De leesbibliotheek werd echter in 1791 ontmanteld. Ook beëindigde ze de financiële steun aan de meteorologische afdeling  van de Natuur- en Geneeskundige Sociëteit.

 

Maar op andere gebieden bleef Jacoba, in de geest van haar man zich inzetten. Zo schonk zij een behoorlijk bedrag aan de noodlijdende predikant Jacob van Loo, en schonk het kamerorgel aan de Lutherse Kerk in Vlissingen. Ze verstrekte voordelige leningen aan de fysisch instrumentmaker David Rechter.

In de geest van haar man bleef zij bescherming en financiële begunstiging van kunsten en wetenschappen bieden.

De Oude- of Sint Pieterskerk

 

 

Na haar overlijden

Jacoba overleed op 14 augustus 1794, 59 jaar oud. Zij werd bijgezet in het graf van haar man in de, in 1834 gesloopte, Oude- of Sint Pieterskerk. Bij het opmaken van de erfenis bleek dat zij, ondanks de vele schenkingen die ze tijdens haar leven had gedaan, nog een, voor die tijd enorm bedrag van ruim anderhalf miljoen gulden ter beschikking had.

Dit bedrag werd verdeeld onder de drie dochters van haar ook al overleden broer.

Opvallend is dat zowel de bibliotheek als het kabinet van natuurkundige instrumenten tot haar nalatenschap werd gerekend en niet, zoals werd aangenomen tot die van haar man.

De jarenlange goede relatie die zij samen met haar man had met de huispredikant Van der Palm werd ook beloond. Hij erfde een som van dertigduizend guldens. Hij was daardoor voor de rest van zijn leven financieel onafhankelijk.

Van der Perrehuis

 

Miskenning

In de vroegere commanderij is tegenwoordig het Zeeuws Archief gehuisvest. In 2009 kreeg het gebouw officieel de naam ‘het Van der Perrehuis’. Eigenlijk is deze naamgeving niet juist en zou moeten worden rechtgezet. Immers, Jacoba van den Brande is gedurende haar leven de enige eigenaar van het gebouw geweest. Ook heeft zij vermoedelijk alle kosten voor de toenmalige verbouwing en renovatie voor haar rekening genomen.

Als we praten over het Van der Perrehuis, laten we dan toch even stil staan bij de grote weldoenster Jacoba van den Brande.