Schore is een klein dorp op Zuid-Beveland. Met haar iets meer dan 500 inwoners mag het eigenlijk geen naam hebben. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het dorp behoorlijk gehavend. Er moest, voor de bijna verwoeste kerk, een nieuwe worden gebouwd en ook het gemeentehuis was onbruikbaar geworden. Hierdoor werd de, tot dan toe, zelfstandige gemeente opgeheven en werd Schore in 1941 ingelijfd bij Kapelle.

Stille jongen

Waarschijnlijk zou niemand van Schore hebben gehoord als op 5 juli 1937, vier jaar voor deze gebeurtenissen hier niet ene Jo de Roo op 5 juli 1937 was geboren.
Jo was een stille, wat terug getrokken jongen. Hij gebruikte nooit veel woorden waardoor hij later werd bestempeld als stugge Zeeuw.

Jo, samen met zijn broer op het bedrijf van zijn ouders

Jo, samen met zijn broer op het bedrijf van zijn ouders

Jo groeide op op de boerderij van zijn ouders. Na zijn lagere schooltijd ging hij nog drie jaar naar de LTS om daarna te gaan werken op het bedrijf van zijn ouders. Zijn oudere broer was voorbestemd het bedrijf over te nemen. Jo zat hier niet zo erg mee. Hij wilde, tegen de zin van ouders, graag wielrenner worden.
Hij trainde regelmatig, lange tochten over de dijken van Zeeland. Ook deed hij al vroeg mee aan wedstrijden, maar hij reed geen ‘platte prijs’.

Van boer naar wielrenner

Dat veranderde toen hij, tijdens een van zijn trainingsritten, kennis maakte met Piet Rentmeester en Theo van Wijchen. Rentmeester, afkomstig uit Yereke en twee jaar ouder dan De Roo begon hem tips te geven en raadde hem aan lid te worden van een wielerclub. Dat bleek een gouden tip. De Roo werd lid van de Zeeuwse wielerploeg ‘Theo Middelkamp’ en begon al snel koersen te winnen. In 1957 won hij de 2de etappe in Olympia’s Tour en schreef hij de Omloop der Kempen op zijn naam.

Piet Rentmeester

Piet Rentmeester

In 1958 werd hem door Klaas Buchly gevraagd om proef te komen rijden bij de professionele ploeg van Magneet, waar Buchly ploegleider was. Magneet was een Amsterdamse fietsenfabriek die samen met Vredestein banden de eerste sponsor van een Nederlandse profploeg was.
Als onafhankelijke – toen een tussencategorie tussen amateurs en beroepsrenners – reed De Roo in dat seizoen opvallende uitslagen. Hij werd onder andere tweede in de klassieker Gent-Wevelgem.

Eindelijk profwielrenner

Later in dat jaar trad De Roo toe tot het gilde der profwielrenners. Hij moest wennen aan de nieuwe omstandigheden. In dat jaar stond hij slechts een keer op het podium, als winnaar van de zesde etappe van De Ronde van Nederland. Wel een aansprekende overwinning. Het was de slotetappe die eindigde op de baan van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Hij versloeg de legendarische Gerrit Schulte en de al even bekende Ab Geldermans. De Roo moest toen nog 20 worden.

Na winst in de 4de etappe ronde van nederland 1960

Na winst in de 4de etappe ronde van nederland 1960

 

 

In 1960 kwam de grote omslag. Hij werd ingelijfd in een Franse ploeg, Helyett-Leroux-Hutchinson. Bij deze ploeg waar Jacques Anquetil kopman was, zochten ze naar sprinters. In die tijd waren Nederlandse wielrenners graag geziene gasten in Franse ploegen. Jan Janssen en Dick Enthoven reden voor Pelforth, Bas Maliepaard en Piet Rentmeester verdienden hun geld bij Geminiani, terwijl Ab Geldermans en Jo de Haan al voor Anquetil reden. Een jaar later veranderde de naam in Saint Raphael – Helyet – Hutchinson.
De Roo deed het voortreffelijk. In dat jaar won hij ritten in de Ronde van Sardinië en het eindklassement, waarbij hij de Belg Rik van Looy opvolgde als eindwinnaar. Ook reed hij in dat jaar zijn eerste Tour de France, waarin hij geen rol van betekenis kon vervullen en zelfs opgaf. Maar dat was te vroeg voor deze jonge jongen. Later zou hij nog vier keer deelnemen aan het grootste wielerspektakel ter wereld en zich ruim revancheren.

Jo de Roo, rijdend voor Saint-Raphael

Jo de Roo, rijdend voor Saint-Raphael

De doorbraak

1962 wordt het jaar van zijn doorbraak. De Roo boekte in dat jaar acht zeges en hier zaten drie klassiekers tussen. Bordeaux-Parijs was bij beroepswielrenners geliefd en gevreesd. Deze wedstrijd nam een unieke plaats in op de wielerkalender. Op de eerste plaats vanwege de lengte, gemiddeld 600 kilometer, maar ook vanwege de manier van rijden. In de laatste 300 kilometer van de wedstrijd kregen de renners de hulp van gangmakers. In de beginjaren van deze wedstrijd reden ze zelfs achter auto’s.
In 1938 werd de derny ingevoerd. Lichte tweetaktmotoren (100 cc) waarop de snelheid kon worden opgevoerd door het mee trappen van de gangmaker.

Bordeaux-Parijs in 1899, Josef Fischer arriveert achter de auto van Fernand Charron

Bordeaux-Parijs in 1899, Josef Fischer arriveert achter de auto van Fernand Charron

De beste van de wereld

Dat jaar was ook Parijs-Tours een prijs voor De Roo. Hij vestigde daarin een nieuw snelheidsrecord. Nooit had iemand de gemiddelde snelheid van 44 kilometer en 933 meter gehaald.
Ook won hij de Koers van de Vallende Bladeren. De Ronde van Lombardije was de laatste wielerklassieker van het seizoen. Deze wedstrijd heeft een gemiddelde lengte van ca. 220 kilometer en het parcours loopt langs de oevers van het Comomeer.
Nooit eerder was het voorgekomen dat een renner, drie zulke totaal van elkaar verschillende wedstrijden in een seizoen had gewonnen. Jo de Roo won dan ook met ruime voorsprong de eindzege van de Super-Prestige- Pernod, het eindklassement over de voornaamste wielerwedstrijden per jaar. Deze prijs wordt ook wel het wereldkampioenschap op punten genoemd vanwege de regelmatigheidsfactor over een heel jaar.
Tegenwoordig wordt deze prijs uitgereikt aan de winnaar van de Pro Tour.

De naam van Jo de Roo was in de internationale wielerwereld voorgoed gevestigd. Hij viel niet alleen op door zijn overwinningen, maar ook door de rust die hij uitstraalde en zijn mooie ‘zit’ op de fiets, maar vooral zijn strijdlust.

Pech onderweg in de Ronde van Lombardije

Pech onderweg in de Ronde van Lombardije

 Grote overwinningen

In 1963 herhaalde hij het kunstje door zowel Parijs-Tours als de Ronde van Lombardije te winnen. In de jaren daarop volgend won de Roo drie jaar achter elkaar een etappe in de Tour de France. In de Ronde van Spanje schreef hij een rit op zijn naam, en hij behaalde etappezeges in de Ronde van Nederland, Tour de Sud-Est, de Aude en de Midi-Libre.
In 1964 (rijdend voor de Televizierploeg) en 1965 werd hij kampioen van Nederland en won tussendoor nog ‘even’ de Ronde van Vlaanderen en de Omloop het Volk. Een filmverslag van het kampioenschap in 1964 vindt u hier.

Jo de Roo wint de ronde van Vlaanderen, foto Zeeuwse Krantenbank

Jo de Roo wint de ronde van Vlaanderen, foto Zeeuwse Krantenbank

 

 

In 1965 stapte hij over naar de Nederlandse ploeg van Willem II-Gazelle, maar het leek of de fut er uit was. Heel bescheiden zei hij: “Toch won ik goed beschouwd niet zoveel koersen. Ik kon me vaak wel bij de eersten klasseren, maar in massasprints bleef het meestal bij ereplaatsen”.

Beste Nederlandse wielrenner

Jo de Roo bleef, tot de opkomst van Jan Janssen, de latere Tourwinnaar, met voorsprong de beste Nederlandse wielrenner. Hij leeft nu rustig in zijn geboortestreek tussen Schore en Goes in Biezelinge. Een beetje uit zicht geraakt, mediaschuw en, door zijn bescheidenheid, bij veel mensen niet bekend of vergeten.

Jo de Roo, bijna 80

Jo de Roo, bijna 80

Zo niet in Zeeland. Er waren al een Jo de Roo fietsroute en een Jo de Roo toertocht. Voor zijn 80ste verjaardag in 2017 werd er een dijk naar hem vernoemd. Onder het straatnaambord is een gedicht van Margreet Harte opgehangen.

Jo de Roodijk

Jo de Roodijk

Jo de Roo is een man die niet vergeten mag worden. Voor een mooie documentaire over zijn leven, gemaakt door Ricardo Alvares, kijk hier.