Vanaf eind 1898 deed de auto meer en meer zijn intrede op de Nederlandse wegen. Natuurlijk moest in ons land, ook toen al, alles aan strakke regeltjes voldoen. Om die reden was Nederland het eerste land ter wereld waar men een nationaal systeem van kentekenregistratie invoerde. Dat kenteken was meteen een vergunning om op rijkswegen te mogen rijden. Op provinciale en dorpswegen waren er geen belemmeringen.

Kentekenbewijs uit 1908

Kentekenbewijs uit 1908

In 1900 werd door de gedeputeerde staten van Zeeland een apart systeem ingevoerd voor het afgeven van vergunningen voor het berijden van de provinciale wegen, dus niet de rijkswegen, met dit nieuwe vervoermiddel; de automobiel.

De 336ste auto op de Zeeuwse wegen

De 336ste auto op de Zeeuwse wegen

In dat eerste jaar werden door het provinciaal bestuur 25 vergunningen afgegeven. Hiervan waren er maar liefst 22 voor Belgen en Zeeuws-Vlamingen.

Niet zo vreemd als we weten dat veel Belgische grootgrondbezitters uitgebreide landerijen bezaten in Zeeuws-Vlaanderen en deze regelmatig kwamen inspecteren. Maar ook zij mochten de Zeeuwse wegen niet op zonder vergunning.

Vermoedelijk op 6 januari 1900 werd door het gemeentebestuur van Goes in de Goese Courant een publicatie opgenomen die de verschijning van de Z.1. aankondigde. Voordat deze auto van eigenaar F.C.O.M. Hombach uit Hulst, op de weg kwam werd door het provinciaal bestuur een vergunning afgegeven waarin een groot aantal voorwaarden en bepalingen werden opgenomen. Als wij deze bepalingen lezen en bedenken welke dolzinnige kapriolen er nu op de wegen worden uitgehaald, dan is het wel duidelijk dat de heer Hombach geen mogelijkheden kreeg om een snelheidsduivel te worden.  Dit eerste geregistreerde voertuig droeg de letter Z en cijfer 1.

Z staat voor Zeeland en 1 was het eerste uitgegeven nummer.

n 1905 werd de nieuwe motor en rijwielwet ingevoerd. Elke provincie kreeg haar eigen letter op het kenteken toegewezen. De Z verdween en de Zeeuwse auto’s kregen de letter K, gevolgd door maximaal 5 cijfers.

In 1935 waren er al 14.871 K-nummerplaten voor auto’s en motoren.

Vanaf 1952 kregen auto’s een landelijk kenteken.

Als een vergunning werd afgegeven kreeg men deze toegestuurd, samen met een brief waarin de “bepalingen betreffende de afmetingen, de kleur, het aanbrengen en het verlichten der nummers met letter voor motorvoertuigen” werden aangegeven. Het stond de eigenaar vrij zijn kenteken zelf te schilderen of te laten vervaardigen, zolang het maar aan de gestelde eisen voldeed.

De bepalingen waaraan een kenteken moest voldoen

De bepalingen waaraan een kenteken moest voldoen

Over het rijbewijs werd in die tijd nog niet al te moeilijk gedaan. Dat werd pas in 1905 ingevoerd. Men kon dit document aanvragen en er bestond nog geen rijexamen. Dit werd pas in 1927 ingevoerd.

De auto is in de loop der jaren steeds populairder geworden. Het gaf ons het gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. Maar dat dit gevoel zou omslaan in gevoelens van ergernis, wachten, agressie en luchtvervuiling, daar had niemand in 1900 rekening mee gehouden.

Soms is het alsof we terug zijn gegaan in de tijd. Dan is voor velen een maximumsnelheid van 50 km. per uur, vanwege de eindeloze files, een echte droom. Het verschil met toen is dat we nu met duizenden die droom hebben.

 

Afbeeldingen: Conam