“…en dan nu de verkeersinformatie; de veerdienst Anna Jacobapolder-Zijpe is door dichte mist uit de vaart genomen” Honderden keren werd dit bericht uitgezonden en had diepe zuchten en ergernis tot gevolg. Een overtocht van nauwelijks drie minuten en vaak vervelende consequenties.

Kaart van de situatie in 1866

Kaart van de situatie in 1866

In 1847 werden de Anna Jacobapolder en de Kramerspolder ingedijkt. Het kleine eilandje Sint-Philipsland was op slag twee keer zo groot in oppervlakte, maar het bleef een geïsoleerd gebied. Als men naar de bewoonde wereld in Noord-Brabant wilde, was men aangewezen op een veerman. Hetzelfde gold voor een verplaatsing naar Tholen, waar Cornelis Faasse naast kapitein van de veerboor, ook het vervoer van de post voor zijn rekening nam en houder was van het postbestelhuis.

Herdenkingsteken voor Del Campo

Herdenkingsteken voor Del Campo – Foto Aren Admiraal

De bedijker van de Anna-Jacobapolder, de militair W.F. del Campo, had zich sterk gemaakt voor de afdamming van de Slaak, ten oosten van Sint-Philipsland in 1884. Hierdoor kwam Sint-Philipsland vast te liggen aan Noord-Brabant.
Ook zette del Campo zich in voor een nieuwe verbinding tussen Brouwershaven en Steenbergen. In 1878 werd de Rotterdamse Tramweg Maatschappij (RTM) opgericht. Zij kregen de concessie om de lijn tussen deze twee plaatsen uit te gaan voeren. Het Zijpeveer maakt onderdeel uit van deze lijn. Op vrijdag 27 april 1900 werd de eerste tram met veel muziek en een groot publiek, erebogen en erewachten te paard verwelkomd.

RTM Tram uit ca. 1913

RTM Tram uit ca. 1913

 

 

Een belangrijk obstakel in de tramwegverbinding vormde de Zijpe, een zeearm in de Zeeuwse Delta dat Schouwen-Duiveland scheidt van Sint-Philipsland. Samen met het Mastgat en het Keeten vormt het Zijpe een deel van de verbinding tussen de Grevelingen en de Krammer en de Oosterschelde. Het is een druk bevaren deel van de route van Rotterdam naar Terneuzen.
Om dit obstakel uit de weg te ruimen werd voorzien in een veerdienst. Bij Bruinisse werd een haven ingericht en gebouwen neergezet.
Aan de Philipse kant werd een remise gebouwd met een lengte van 46 meter. Daarin lagen drie sporen. Hier werd ook onderhoud gepleegd. Het stationsgebouw stond op het hoofd van de Zuidelijke havendam. Van hieruit liep een tram naar de veerhaven.

Het oude stationsgebouw in Anna Jacobapolder

Het oude stationsgebouw in Anna Jacobapolder – Foto Aren Admiraal

Aan de kant van Schouwen-Duiveland werd bij Bruinisse een haven aangelegd, die men nu nog ‘de Tramhaven’ noemt. De oude haven is goeddeels verdwenen.
Wel staat het oude stationsgebouw er nog dat momenteel bekend staat als een van de beste Oosterscheldekreeft restaurants. Van hieruit kon men via een tram doorreizen van Bruinisse, via Nieuwerkerk en Zierikzee, langs Zonnemaire naar Brouwershaven. Later, in 1915 werd de tramlijn om aan de vraag van de toeristen te voldoen, doorgetrokken naar Renesse en Burgh-Haamstede.

 

 

 

 

VDe vroegere veerhaven Zijpe

De vroegere veerhaven Zijpe – Foto archief Dhr. A. Schults

Ook voor Schouwen-Duiveland was het veer een belangrijke ontwikkeling. In 1938 werd de aanleg van een betonweg over de Slaakdam gerealiseerd. Er volgde een aansluiting op de weg Sint-Philipsland – Anna Jacobapolder – Veerhaven. Vanaf dat moment ging het autoverkeer pas echt profiteren van de veerdienst. Het was voor de RTM misschien wel de kortste, maar zeker de meest winstgevende veerdienst. In 1902 maakten 29.275 reizigers gebruik van de dienst. In 1950 was het aantal opgelopen tot 336.863 en in het topjaar 1963 werden 934.539 personen en 325.847 auto’s overgezet.

Een zijlader op het Zijpe

Een zijlader op het Zijpe

 

 

 

Op 10 mei 1940, het begin van de Tweede Wereldoorlog, werd verkeer via de veerdienst en het tramverkeer stil gelegd. Op 18 juli zag de bezetter het belang van de veerdienst in voor de kustverdedigingswerken en kwam het opnieuw in de vaart.
Maar aan het begin van 1943 werd een groot deel van Schouwen-Duiveland door de Duitsers onder water gezet. Een groot deel van de bevolking moest worden geevacueerd. Op 11 maart werden zowel de tramdienst als de veerdienst gestaakt. Veel van het varend materiaal werd gevorderd en trams en rails werden gesloopt voor hergebruik voor de oorlogsindustrie. Na de oorlog was er van de diensten niet veel meer over.

Veerponten Zijpe en Krammer op het Zijpe

Veerponten Zijpe en Krammer op het Zijpe

 

 

 

In 1945 werden de aanlegsteigers door het rijk weer bedrijfsklaar gemaakt. Maar er kon alleen via de zijkanten worden geladen. Het autoverkeer had inmiddels een gigantische vlucht genomen. De RTM liet het voormalige stoomschip Schouwen-Duiveland, dat tot op dat moment alleen maar bieten had vervoerd, ombouwen. Maar omdat de brug midscheeps lag, moest men voor het aan boord nemen van auto’s het schip steeds verhalen.
In maart 1948 werd de Grevelingen in dienst genomen. Dit schip was ingericht als zijladingspont, maar wel moesten de steigers worden aangepast. Dit was een behoorlijke vooruitgang, maar de vraag naar een veer met een koplading bleef bestaan.

In 1953 werd bijna heel Sint Philipsland en een groot deel van Schouwen-Duiveland getroffen door de Watersnoodramp. Deze ramp liet een vreselijke verwoesting achter. Noodgedwongen voeren de veren vanaf 18 maart van Anna-Jacobapolder naar Zierikzee. Op 24 december van dat jaar werd de verbinding over het Zijpe hersteld.

de Krammer, begin jaren 60

de Krammer, begin jaren 60

Ondanks het gegeven dat het aanleggen van havens geschikt voor kopladingschepen kostbaar was, besloot het rijk zowel in Bruinisse als in Anna Jacobapolder twee fuikhavens te bouwen. Op 20 februari 1954 werd de voormalige ‘Moerdijk’ die eerder op die plaats had gevaren, in dienst genomen voor het veer Anna-Jacobapolder – Zijpe onder de nieuwe naam Krammer. Vijf jaar later was de dienst zo druk geworden dat een tweede schip, de Zijpe werd ingezet. Aanvankelijk werd een tijdschema aangehouden, maar door het toenemende vakantie- en vrachtverkeer werd het schema losgelaten en voeren de schepen continue op en neer.
Toch kon in de vakantieperiode de wachttijd oplopen tot wel 4 uur.

De Krammer onder stoom

De Krammer onder stoom

 

 

 

Tot 1965 was de veerdienst de belangrijkste schakel in het verkeer tussen Schouwen-Duiveland en de rest van Nederland. Als onderdeel van de Deltawerken kwam in dat jaar de Grevelingendam gereed. Hierdoor was een vaste verbinding tussen het eiland en de Randstad gereed gekomen.
1 september 1972 betekende het einde van de stoomvaart voor de veerverbinding over het Zijpe. Het veer de Zijpe werd omgebouwd tot motorschip en het uiterlijk werd danig aangepast. Begeleid door de oude Krammer, met haar twee statige, rokende schoorstenen mocht zij, met vlaggen in top de eerste oversteek maken.

De oude Zijpe in een nieuw jasje

De oude Zijpe in een nieuw jasje

Nog 16 jaar mocht de Zijpe vechten met de sterke stroom. Ondanks de steeds stijgende financiële tekorten bleef zij het ‘heen en weer’ van Schouwen-Duiveland. Maar het einde was in zicht.
Op 6 juli 1988 werd de Philipsdam officieel in gebruik genomen.

 

 

Met het blazen van de last post werd in de avond van de 6e juli 1988 de Veerpont Zijpe uit de vaart genomen hiermee kwam er een einde aan het laatste noord Zeeuwse autoveer.

Melis Maas, midden, een van de laatste schippers. Foto archief A. Schults

Nelis Maas, midden, een van de laatste schippers. Foto archief A. Schults

Bijna op dezelfde plaats waar Mondragon met 1.500 soldaten op 28 december 1575 het Zijpe doorwaadde klonk op 6 juli 1988 een oorverdovende knal uit een oud kanon en was een lichtflits te zien. Het veer Anna Jacobapolder-Zijpe bestond niet meer. Wat rest zijn de herinneringen en de oude brug die nu dienst doet als rookkamer bij Restaurant Storm in Bruinisse.

De oude stuurhut bij café Storm

De oude stuurhut bij café Storm

 

 

 

 

Een ander overblijfsel uit deze tijd, het ankerlicht van de Krammer staat al 45 jaar in een particuliere tuin bij  Margreet Reurich, waar het liefkozend ‘de Vanavondlamp’ wordt genoemd.

de 'Vanavondlamp'

de ‘Vanavondlamp’