Capelle was een gehucht dat halverwege aan de weg naar Zierikzee lag. Het bestond uit anderhalve straat met een twintigtal slecht onderhouden arbeidershuisjes, een paar boerderijen en een cichoreifabriekje. Er werd zelfs in een onbewoonbaar verklaarde woning geleefd.

Drie dijkdoorbraken

Tijdens de stormvloed van 1953 braken op drie plaatsen de dijken van de Vierbannenpolder door. Het water stormde van drie kanten op Capelle af. Door de slechte staat van de huizen en de door de aanhoudende wind en de eb en vloed aangevoerde houten delen, stortten in het “centrum” van Capelle op twee na alle huizen in. Ook van  de buiten het centrum gelegen huisjes en boerderijen bleef weinig gespaard. Van de 100 bewoners verloren er 42 het leven.

Dichten van het Brokkengat

Dichten van het Brokkengat

Ouwerkerk

Ook Ouwerkerk verging het niet veel beter. Het dorp werd zwaar getroffen en één op de zes inwoners kwam om. Veel gebouwen, waaronder een korenmolen, gingen verloren. Hier was ook een groot gat in de dijk geslagen. Beelden van die dag vindt u hier

Na de rampnacht trachtte men wekenlang het gat te dichten. Men gebruikte in eerste instantie klei om een nieuwe dijk te maken, later kleine caissons. Maar niets hielp. Het water, onder invloed van de getijden, sleepte grote stukken land mee naar de zee en er ontstonden binnendijks grote kreken die tot de dag van vandaag nog bestaan.

Met man en macht werken aan de dijk

Met man en macht werken aan de dijk

Caissons

De oplossing moest uiteindelijk uit Engeland komen.

Tijdens de invasie in Normandië hadden de geallieerden af te rekenen met een probleem. In het landingsgebied waren, met uitzondering van Cherbourg, geen grote havens aanwezig. Hierdoor werd de aanvoer van mannen, materieel en brandstof sterk bemoeilijkt. Er werden daarom plannen gemaakt voor de aanleg van kunstmatige havens. Deze werden vervaardigd met drijvende pontons. Maar de pontons moesten worden beschermd tegen weer en wind. Voor deze bescherming werd gebruik gemaakt van Phoenix caissons. Deze kolossen, met een gewicht van ruim 6.000 ton werden over het Kanaal gesleept en op hun plaats aangekomen werden schuifdeuren geopend waardoor ze in minder dan een half uur zonken. In Engeland waren in korte tijd 147 van deze caissons gemaakt.

De caissons worden op hun plaats gebracht

De caissons worden op hun plaats gebracht

Dat ze niet allemaal werden gebruikt in 1944 was een geluk voor Schouwen-Duiveland. Voor een bedrag van 90.000 gulden per stuk konden door Nederland vier van deze kolossen worden aangekocht en gebruikt om op 6 november 1953 het grote gat in de dijk bij Ouwerkerk definitief te dichten.

Het laatste dijkgat, veroorzaakt door de Watersnood was eindelijk gedicht. Op die historische plaats is nu, in de restanten van de caissons, het Watersnoodmuseum gehuisvest.