Zierikzee was in de 15de eeuw een van de meest welvarende steden van de Nederlanden. De handel en welvaart bloeiden als nooit tevoren en het geld kon nauwelijks op.

Zierikzee betekende wat en het bestuur wilde dat weten.

Plannen

Naast het stadsbestuur had de kerk een grote invloed op het dagelijks leven. Er stonden verschillende kerken in de stad en er eigenlijk geen nood was aan nog een kerk. Een blikseminslag in 1466 waarbij de toen grootste kerk van Zierikzee getroffen werd veranderde de plannen. Vanaf 1470 begon men te praten over een nieuwe kerk. Deze kerk moest alle andere kerken overtreffen.

Interieur st Lievensmonsterkerk

Interieur st Lievensmonsterkerk

Bouw

De plannen voor een laatgotische hallenkerk waren in 1479 uitgewerkt en begonnen werd met de bouw. De kerk zou worden opgedragen aan Livinius van Gent ook wel Sint Lieven genoemd. Deze in Ierland geboren geestelijke was apostel in Vlaanderen en West Brabant en Zeeland en werd later heilig verklaart.

In het eerste kwart van de 16de eeuw was de bouw afgerond. De Lievens Monsterkerk was maar liefst 102 meter lang en had een breedte van 37 meter. De vloeroppervlakte bedroeg 4.100 m². Ze kon zich qua imposantie meten met de Bossche Sint Janskathedraal en de Sint Bavo in Haarlem.

 

 

 

 

Loodgieters

In de 17de eeuw werd er nauwelijks rekening gehouden met veiligheid. Loodgieters waren belangrijk in de bouw. De naam van dit vak was ontleend het gieten van stroken van lood en loden pijpen. Deze werden gebruikt om gebouwen waterdicht te maken.

Op daken van gebouwen werden loden platen of strippen gebruikt. Lood werd gesmolten en daarna uitgegoten over een hellende tafel. Zo kon het in repen of platen worden gesneden die voor waterdichte afwerking van hoeken en randen zorgden.

Loodgieter aan het werk, foto Krijt scommons.wikimedia.org

Loodgieter aan het werk, foto Krijt scommons.wikimedia.org

Onvoorzichtigheid

Het kwam regelmatig voor dat gebouwen als gevolg van onvoorzichtigheid van loodgieters in brand vlogen. Van veiligheid had men in die tijd nog nauwelijks gehoord.

De weduwe Dopff-Kempe woonde aan de Noordzijde van het kerkhof van de Sint-Lievensmonsterkerk. Op 5 oktober 1832 had zij loodgieter Jacob Kodde en zijn knechten aan het werk gezien. Zij waren aan het werk met dakgoten te solderen tussen het middelste en het zuidelijke dak. Daarbij werden open potten met vuur gebruikt voor het smelten van lood.

Zij lieten een onafgedekte vuurpot staan. Mevrouw Dopff zag dat en waarschuwde de loodgieters: “Jongens, jongens, wat gaan jullie roekeloos met dat vuur om”. En wat had ze gelijk!

Brand in de fatale nacht

Brand in de fatale nacht

 

 

Brand

In de nacht van 6 op 7 oktober, ’s nachts om half een werd er brand gemeld aan de kerk. Uit de zuidwestkant van het dak sloegen de vlammen uit het dak. Er stond die nacht een sterke westzuidwestelijke wind. Daardoor breidde het vuur zich razendsnel uit over het hele dak. Door de klokken te luiden en tamboers door de stad te sturen, werden de inwoners van Zierikzee gewaarschuwd. Brandspuiten rukten op naar de kerk.

Meteen na het ontdekken van de brand gingen sommige bewoners de kerk binnen om te redden wat er te redden viel.

Redden wat er te redden valt.

Op het altaar stond het avondmaalzilver gereed. Door de consistoriedienaar Costerus kon dit in veiligheid worden gebracht. Met gevaar voor eigen leven. Om hem heen stortten stukken brandend hout van het dak naar beneden.

Verwoesting

Het orgel aan de westzijde van de kerk, een orgel van de beroemde orgelbouwer Bätz ging in de vlammen verloren. Brandspuiten konden niets uitrichten in dit inferno. Het dak was niet tegen deze zee van vlammen bestand en kwam met donderend geweld naar beneden. Via het kansel sloeg de brand over het koor. In minder dan geen tijd stond ook dit in lichterlaaie. De ooit zo prachtige bogen en gewelven waren niet bestand tegen deze ramp begaven het. Verschillende grafmonumenten van bekende inwoners werden vernietigd door het neerstortende puin.

Gelijkaardig orgel van Bätz in de Lutherse kerk in Den Haag - Foto Ed Geels

Gelijkaardig orgel van Bätz in de Lutherse kerk in Den Haag – Foto Ed Geels

 

 

 

Samen – niet sterk genoeg

Hoewel iedereen meehielp de brand te blussen was er geen houden aan. In de haven lagen kanonneerboten afgemeerd. Ze werden ingezet om in de ondiepe wateren in Zeeland en op de rivieren te opereren. De bemanningen van deze schepen gaven zich volledig. Een aantal van de matrozen werden waargenomen dichtbij en zelfs op het dak.

 

 

 

 

Kannonneerboot HNLMS Gruno

Kannonneerboot HNLMS Gruno

 

 

 

 

 

De kerk was verloren. Daarom beperkte men zich bij het blussen tot het veilig stellen van woningen en gebouwen in de buurt van de kerk. Door de rondwaaiende  brandende spaanders liepen deze gevaar. Gelukkig was de kerk omringd door hoge iepen die een deel van de vonken opvingen, De brand woedde door tot in de vroege morgen.

Inferno

De brand moet immens zijn geweest. Getuigen verklaarde dat ze zelfs in Zuid-Holland zichtbaar is geweest. Ook in Zeeuws-Vlaanderen hadden soldaten die hier gelegerd waren, naar het noorden kijkend een fel verlichtte hemel gezien. De hier gemobiliseerde schutters uit Zierikzee, Hier gestationeerd vanwege de opstand in de Zuidelijke Nederlanden hadden er geen flauw vermoeden van dat de brand van hun eigen kerk de oorzaak was van al dit licht.

De kerk, of wat overbleef, na de brand

De kerk, of wat overbleef, na de brand

 

 

Wat restte

Het duurde tot 08:00 uur in de morgen voor men de brand onder controle had. Bij daglicht drong de verwoesting pas goed door. Van de prachtige, majestueuze Sint-Lievensmonsterkerk restten nog slechts kale muren, gevels en torentjes. De toren, die gelukkig los stond van de kerk, was nauwelijks beschadigd.

 

De later gebouwde en huidige Nieuwe_kerk

De later gebouwde en huidige Nieuwe kerk

Nieuwe kerk

 Natuurlijk moest er een nieuwe kerk komen. Er werd druk gerekend en gecijferd. Om en nieuwe kerk bouwen te bouwen was een bedrag nodig van ca. 70.000 gulden zo was de berekening. Een heel behoorlijk bedrag, maar men meende voldoende geld op te kunnen halen door de verkoop van de gesloopte materialen van de oude kerk.

Er werden meteen knopen doorgehakt. Er werd vrijwel onmiddellijk begonnen met de afbraak, Anderhalf jaar na de verwoestende brand. in april 1834, waren de sloop van de kerk en de bijkomende werkzaamheden gereed.

Inmiddels waren de inwoners van de stad opgeroepen mee te helpen aan de bouw van een nieuwe kerk. Er werden circulaires aangeboden. Deze zouden een half jaar later worden opgehaald. Op deze circulaires kon men het bedrag bekendmaken dat men wilde schenken.

Deze actie werd een geweldig succes, De inwoners van Zierikzee hadden gezamenlijk 42.000 gulden aan schenkingen bijeengebracht. Om die reden zat Zierikzee niet al te lang zonder een Grote kerk, maar wat men in de plaats van de oude Sint-Lievensmonsterkerk kreeg, hoewel indrukwekkend, was maar een schim van wat ooit de grootste en mooiste kerk van Zeeland was.

 

Bron: Zierikzee Monumentenstad