Op 6 september 1880 werd Jean-Louis Pisuisse geboren. Hij groeide op in een muzikaal gezin en werd groot met melodieën en zang. Al snel bleek hij een goed gevoel voor taal te hebben en hij begon te schrijven. Maar ook als muzikant ontwikkelde hij een bepaalde stijl.

Journalist

De jonge Pisuisse

De jonge Pisuisse

Hij bood op tal van plaatsen zijn diensten aan als journalist. Aanvankelijk ging niemand op zijn sollicitaties in. Maar uiteindelijk, op de jonge leeftijd van net twintig, trok hij naar Amsterdam om daar te gaan werken voor de Amsterdamse Courant en later voor het Algemeen Handelsblad. Van 1903 tot 1906 werkte hij als correspondent in Londen.

Max Blokzijl in 1907

Max Blokzijl in 1907

 

Italiaanse straatzanger

In 1904 nam Pisuisse het besluit zijn muzikale talent te gaan gebruiken in zijn werk als journalist. Bij definitieve terugkeer uit Engeland ging hij samen met zijn vriend en collega Max Blokzijl optreden als straatmuzikant. Zij vermomden zich als Italiaanse muzikanten. Zij wilden ervaren hoe het was om als zwerver te worden behandeld.

Het resultaat van dit experiment waren niet alleen leuke artikelen in de krant, maar leidde ook tot de uitgave van een boekje: ‘Avonturen als Straatmuzikant’. Dit boekje bleek een groot succes.

 

Internationaal

Italiaanse muzikanten

Italiaanse muzikanten

Voor de krant was dat een reden om over de grenzen te gaan kijken. Van 1908 tot 1913 ondernamen zij een wereldreis. Hun toer leidde onder andere naar Nederlands Indië, Berlijn en Parijs. Ze noemden hun muziek ‘levensliederen’. In Parijs maakte Pisuisse kennis met de Franse chansonnier Artistide Bruant. Samen met hem bezocht hij cabarets. Zo ontdekte hij het cabaret-artistique, een vorm van kunst waar men in Nederland nog nooit van had gehoord.

 

Definitieve keuze voor muziek

Hoewel de publicaties over hun muzikale avonturen in het buitenland een groot succes waren, besloot Pisuisse de journalistiek voorgoed vaarwel te zeggen. Hij koos definitief voor de muziek.

Nog steeds beïnvloed door het cabaret-artistique richtte hij het eerste volwaardig cabaretgezelschap in Nederland op. Hij gaf het zakelijk gedeelte uit handen aan de impresario Max (Maurits) van Gelder. Een gouden greep.

Max van Gelder (1917) - Foto Jacob Merkelbach

Max van Gelder (1917) – Foto Jacob Merkelbach

 

 

Van Gelder was zijn carrière begonnen als secretaris van impresario Willem Boesnach. De talenkennis van Boesnach ging niet verder dan Nederlands en Duits. Van Gelder sprak vloeiend Engels, Frans en Italiaans. Na zijn opleiding bij Boesnacht te hebben gehad begon hij met de nodige opgedane ervaring buitenlandse artiesten te vertegenwoordigen. Door zijn ontmoetingen met Pisuisse zag hij andere mogelijkheden op de Nederlandse markt.

 

 

 

Een eigen theater

Het Centraal Theater

Het Centraal Theater

Het Nederlands Panopticum was een wassenbeeldenmuseum aan de Amstelstraat in Amsterdam dat in 1881 haar deuren opende. Aanvankelijk heel succesvol, maar het succes verdween door de opkomst van de cinema. In 1915 dreigde het museum failliet te gaan.

Van Gelder wees Pisuisse op de mogelijkheden. Samen namen zij het gebouw over. Op de bovenverdieping werd een theater ingericht, de benedenverdieping werd een bistro. De Naam werd veranderd in ‘Centraal Theater’. Van 1915 tot 1922 gaf Van Gelder leiding aan dit theater.

Ook zorgde Van Gelder voor goede contracten met het Kurhaus in Scheveningen waar Pisuisse zijn cabaret-artistique vanaf 1912 met groot succes uit kon bouwen.

 

Dirk Witte in 1918

Dirk Witte in 1918

Invloedrijk

Het belang en invloed van Pisuisse voor de muziek werd steeds groter. Hij publiceerde boeken met liedjes in verschillende talen samen. Voor een deel deed hij dit samen met Max Blokzijl, die ook de journalistiek had ingeruild voor het theater en in het gezelschap van Pisuisse als pianist optrad.

Boeken die Pisuisse publiceerde waren onder andere ‘Chansons Internationale’ en Honderd liederen uit het Fransch, Duitsch en Engelsch repertoire’.

Daarnaast werden in de shows van Pisuisse vaak bewerkingen van buitenlandse artiesten opgenomen. Onder andere van Artistide Bruant. Ook schreef Dirk Witte veel teksten voor het gezelschap. Daaronder het bekendste lied van Pisuisse, ‘Mens durf te leven’. 

 

 

 

Jenny Gilliams

Pisuisse stond bekend als wispelturig. Dat bleek ook uit zijn liefdesleven. Hij trouwde maar liefst drie keer. In 1903 was Jacoba Smit de gelukkige. In 1913 werd zij opzij geschoven voor Fie Carelsen die op haar beurt in 1927 plaats moest maken voor Jenny Gilliams, met wie Pisuisse al enige jaren een relatie had.

Jenny Gilliam

Jenny Gilliams

Joanna Jacoba (jJenny) Gilliams werd geboren in in Antwerpen op 3 mei 1892. Ze verdiende de kost als modiste. Met haar verdiende geld nam ze zanglessen.

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog nam ze met haar toenmalige man, Fred Elbers, de wijk naar Nederland. Zij gingen wonen in Hoorn. Daar nam ze haar oude werkzaamheden weer op.

Later voegde haar broer Frans met zijn vrouw Francine zich bij het stel en besloten ze met hun vieren een cabaretgezelschap te vormen. De groep was redelijk succesvol.

 

Na de geboorte van haar zoon Freddy vertrok het gezin naar Amsterdam. Haar man ging daar werken als kapper. Jenny werd geëngageerd door Max van Gelder. Nadat de oorlog was afgelopen wilde Fred naar Antwerpen terug keren. Jenny weigerde en wilde in Amsterdam blijven. Het gevolg was een echtscheiding.

 

Max van Gelder nodigde Pissuisse uit om een cabaretvoorstelling in Roosendaal mee te gaan bezoeken. Daar ontmoette hij Jenny. Pissuisse was zodanig onder de indruk dat hij haar vroeg toe te treden tot zijn gezelschap.

Pisuisse met zijn latere vrouw Jenny Gilliams

Pisuisse met zijn latere vrouw Jenny Gilliams

Op 27 april 1919 trad Jenny voor het eerst op als zangeres en cabaretière in het gezelschap van Pisuisse. Vrij kort daarna ontstond er een liefdesrelatie. Die leidde er toe dat op 31 maart 1920 een dochter, Jeanne Louise Wilhelmina werd geboren. Pisuisse was toen nog getrouwd met Fie Carelsen. Deze liet zich, al de escapades van haar man moe, in november 1925 van hem scheiden. In juli 1927 trouwden Gilliams en Pisuisse.

 

Tjakko Kuiper

Pisuisse haalde in juni 1927 de jonge tenor Tjakko Kuiper bij zijn gezelschap. Hij vond zichzelf te oud om nog langer liefdesduetten van Jenny te zingen. Zijn plaats werd ingenomen door Kuiper.

Eind oktober van dat jaar ontdekte Pisuisse dat de liefdesduetten op het toneel na de optredens buiten in de praktijk doorgingen. Hij ontsloeg Kuiper op staande voet.

Moord

Op 26 november 1927 had het echtpaar Pisuisse een vrolijke avond gevierd in Amsterdam. Op weg naar een volgende gelegenheid werden zij op het Rembrandtplein opgewacht door Kuiper. Pisuisse die een pistool zag schreeuwde nog: “Politie, Politie,  hij gaat schieten!” maar het was te laat.

Kuiper loste een aantal schoten en het Pisuisse en zijn vrouw stierven later die avond aan hun verwondingen. Kuiper, die zijn straf wilde ontlopen schoot zichzelf een paar straten verder dood.

Heel Nederland was geschokt door deze crime passionel.

De kranten stonden vol over de moord

De kranten stonden vol over de moord

Pisuisse zal altijd herinnert worden als de vader van het Nederlandse cabaret en de uitvinder van het levenslied . Zijn bekendste lied ‘Mens durft te leven’ heeft hem in ieder geval overleefd. Ver na zijn dood is het lied vertolkt door grote Nederlandse artiesten, waaronder Willy Albertie, Ramses Shaffy,  Willem Nijholt, The Amazing Stroopwafels en Wendy Snijders.

Pisuisse zal nooit helemaal in de vergetelheid raken.