Jacob Adriaan de Wilde

Jacob Adriaan de Wilde

Jacob Adriaan de Wilde werd geboren op 7 januari 1879 in Goes waar hij zijn jeugd doorbracht. Na zijn middelbare schooltijd studeerde hij rechten in Leiden om daarna een advocatenpraktijk te beginnen in Goes waar hij werkte van 1905 tot 1908.

Den Haag

In 1908 verhuisde hij naar Den Haag waar zijn vader wethouder was. Een functie die hij later zelf ook zou bekleden. Opnieuw vestigde hij zich als advocaat en procureur. Zijn kantoor bleef hij bestieren tot 1933.

Toch bleef zijn betrokkenheid bij Zeeland overeind. Zo stond hij aan de wieg van het Anti-Revolutionaire dagblad ‘De Zeeuwse Courant’ zelfs enige tijd als hoofdredacteur.

Politiek

In Den Haag maakte de Wilde zijn eerste politieke stappen als iemand die later bekend zou staan als een vooraanstaand antirevolutionair bestuurder, die in zijn optreden altijd bijzonder joviaal was.

De Wilde werd in september 1916 gemeenteraadslid en in 1923 wethouder van financiën waarbij hij samenwerkte met Willem Drees.

via Tweede Kamer naar kabinet

In 1918 werd hij lid van de Tweede Kamer. Om tenslotte op 26 mei 1933 tot minister van Binnenlandse Zaken te worden benoemd in het kabinet Colijn II I. Deze functie veranderde op 24 juni 1937 in het ministerschap van Financiën wat hij bleef tot 19 mei 1939.

Verkiezingsaffiche voor Colijn

Verkiezingsaffiche voor Colijn

Als minister van Binnenlandse Zaken (hij was ook belast met de posten posterijen, telefonie en telegrafie en radio zaken) kreeg hij te maken met het opkomend nationaal socialisme. Op 30 december 1936 verbood hij de Vrijdenkers Radio Omroep (VRO) naar aanleiding van een zestal radioredes van Jan Hoving, de voorzitter van de Vrijdenkersvereniging de Dageraad. Deze liet zich in deze toespraken nogal kritisch uit over antisemitisme.

Als minister van Financiën in het volgende kabinet Colijn trad hij af in 1939. De oorzaak hiervan was de, in zijn ogen, te dure werkverschaffingsplannen van Romme van de toenmalige Roomsch-Katholieke Staatspartij. Met spijt in het hart legde Colijn zich neer bij deze beslissing.

Geïnterneerd

Na de capitulatie van Nederland in mei 1940 werd hij vanwege zijn ideeën en idealen als gevaarlijk geïnterneerd in Hotel de IJzeren Man in Vucht om vervolgens overgebracht te worden naar gijzelaarskamp te Sint Michielsgestel.

Wel bleef de Wilde gedurende de periode van 1939 tot 1948 (ondanks zijn korte afwezigheid) als fractievoorzitter van de ARP lid van de Tweede Kamer om in dat laatste jaar lid van de Eerste Kamer te worden. In 1952 trok hij zich voorgoed terug uit de politiek. De Wilde was intussen 73 jaar oud.

Jacob Adriaan de Wilde overleed op 10 januari 1956 in Den Haag.