Filips van Marnix werd op 7 maart 1540 in Brussel geboren. De naam Marnix is afkomstig van het gelijknamige dorp in de gemeente Nattages in de Savoie in Frankrijk. Via Jean de Marnix, Sieur de Toulouse, de vertrouweling, secretaris en schatbewaarder van Margaretha van Oostenrijk, kwam  de naam naar de Nederlanden.

Marnix van Aldegonde naar een portret van Johannes Wierix

Marnix van Aldegonde naar een portret van Johannes Wierix

 

Het Wapen van Filips van Marnix

Het Wapen van Filips van Marnix

Welgesteld

Van zijn ouders erfde hij in 1558 de heerlijkheid Sint-Aldegonde in het Belgische Henegouwen. In 1578 kocht hij, inclusief de resten van een bijbehorend kasteel, de ambachtsheerlijkheid West-Souburg in het graafschap Zeeland.

 

Gestudeerd

Marnix bleek een leergierig persoon te zijn. Voor zijn studie reisde hij heel Europa door. Hij studeerde achtereenvolgens theologie in Leuven, Parijs, Dole, Padua en Geneve. In Zwitserland kreeg hij les van Calvijn en Beza. Daar werd hij overtuigd Calvinist. In 1565 sloot hij zich aan bij het Eedverbond der Edelen, een verbond van de lagere adel uit de zuidelijke Nederlanden. Zij vroegen in 1565 om ontheffing van de inquisitie en verzachting van de vervolging van de protestanten, wel met maatregelen tegen ketters.

Aanbieding van het Smeekschrift van de Edelen-Frans-Hogenberg.

Aanbieding van het Smeekschrift van de Edelen-Frans-Hogenberg.

Schrijver

Na de beeldenstorm in augustus in augustus 1566 vluchtte Marnix naar Bremen, later naar Oost-Friesland. Hier schreef hij zijn eerste beetje ruzieachtige en satirische stukken op de Rooms Katholieke Kerk. Vooral in zijn ‘De Byencorf der H. Roomsche Kercke’ werd tot in 1761 maar liefst 23 keer herdrukt.

Oranje

In 1571 trad hij in dienst van Willem van Oranje. Diens overtuiging om Calvinist te worden was voor een belangrijk deel te danken aan de invloed die Marnix op hem had. Hij werd een belangrijk raadgever voor Willem de Zwijger en voerde tal van diplomatieke missies voor hem uit.

Bij de Eerste Vrije Statenvergadering in Dordrecht op 19 juli 1572 kwamen de Staten van Holland voor het eerst bijeen zonder de toestemming van koning Filips II. Tijdens deze vergadering besloten de Hollandse edelen en steden dat zij zich zouden aansluiten bij het verzet tegen de Spaanse vorst. Willem van Oranje werd hersteld in zijn functie van stadhouder van Holland. Marnix was bij die vergadering de afgezant van Willem van Oranje.

Titelpagina van de Pacificatie van Gent

Titelpagina van de Pacificatie van Gent

Marnix werd door de Spanjaarden als steeds belangrijker gezien. In 1573 werd hij door hen gevangen genomen. Het duurde een jaar tot hij werd vrijgelaten als gevolg van een gevangenenruil.

Pacificatie van Gent

In 1576 kreeg Marnix de opdracht de Pacificatie van Gent, ook wel de Bevrediging van Gent voor te bereiden. Deze overeenkomst werd op 8 november 1576 gesloten en ondertekend in de Pacificatiezaal van het Stadhuis van Gent. Hierin werd besloten dat de 17 opstandige gewesten van de Nederlanden zich aaneen zouden sluiten in een Generale Unie.

De ondertekening vond plaats enige dagen na de Spaanse Furie, waarbij de Spaanse troepen een bloedbad hadden aangericht in Antwerpen,

Zonder uitzondering werd vastgesteld dat de Spaanse troepen de Nederlanden moesten verlaten.

Titelpagina van de Pacificatie van Gent

Titelpagina van de Pacificatie van Gent

 

 

Een andere bepaling regelde dat de Staten Generaal voortaan op eigen initiatief bijeen mocht komen, en dus niet meer alleen op initiatief van de vorst. Verder werd Willem van Oranje aangewezen als regeringsleider en kwam er een amnestieregeling voor opstandelingen.

Buitenburgemeester van Antwerpen

Willem van Oranje had zoveel vertrouwen in he staatsmanschap van Marnix dat hij hem in 1583 benoemde tot buitenburgemeester van Antwerpen. Hij was daardoor verantwoordelijk en bevoegd voor de veiligheid en vertegenwoordiging van de stad naar buiten. Hij was hoofd van de politie en leidde de raad.

Van Willem kreeg hij de opdracht de stad te verdedigen na de Spaanse Furie. Willem van Oranje maakte door de benoeming een grote strategische fout. Zowel als magistraat en als militair was Marnix geen uitblinker. Hij beschikte niet over de doortastendheid van Oranje.

Tijdens het beleg van Antwerpen, de slag om de Oosterweel

Tijdens het beleg van Antwerpen, de slag om de Oosterweel

 

Val van Antwerpen en van Marnix

Op 3 juli startte Alexander Farnese, de hertog van Parma, met het reguliere Spaanse leger het beleg van Antwerpen. Dit beleg duurde veertien maanden en leidde tot de val van Antwerpen op 17 augustus 1585. Dit luidde voor Antwerpen het einde in van hun Gouden eeuw.

Voor Marnix was het bij voorbaat  een onmogelijke opgave om de stad te verdedigen. Toch zijn er redenen om hem de val van Antwerpen te verwijten. Zijn opvattingen betreffende de opstand tegen de Spanjaarden leidden er zelfs toe dat hij er voor pleitte de Nederlandse opstand op te geven.

Hierdoor viel hij bij Oranje en bij de Staten Generaal in ongenade. Vanwege zijn ‘verraad’ viel hij in ongenade en men onthief hem uit tal van functies.

Schrijver

Marnix trok zich terug op zijn gerestaureerde kasteel in West-Souburg. Hij had zich al eerder aan het schrijverschap gewaagd. Tussen 1575 en 1580 werkte hij aan een nieuw Nederlandse psalter. Dat was in de middeleeuwen een psalmboek. Het omvatte 150 psalmen uit het oude testament aangevuld met cantica, litanieen en een calendarium. In de tijd van Marnix een bijzonder populair boek.

Marnix vertaalde de psalmen van David rechtstreeks uit het Hebreeuws.

Marnix geportreteerd in zijn kasteel

Marnix geportretteerd in zijn kasteel

Wilhelmus

De Staten van Holland droegen hem in 1594 op de bijbel te vertalen. Hiervoor verhuisde hij naar Leiden. Hier ontwikkelde hij zich tot een veelzijdig schrijver. Door zijn opleiding en ervaring wordt tot heden zijn werk als bijna wetenschappelijk gezien.

Toch weten we nu niet veel meer van zijn werk. Hoewel, iedereen kent het Wilhelmus. Aangenomen wordt dat Marnix de auteur is van ons volkslied. Toch staat dat allerminst vast. Men gaat er van uit dat dit lied voor het eerst werd gezongen tijdens de eerste invasie van Willem van Oranje. Het werd later toegeschreven aan Filips van Marnix, heer van Sint-Aldegonde, heer van West-Souburg. Hij was immers schrijver en werkte in die periode voor Willem van Oranje.

 

Marnix op een postzegel uit 1938

Marnix op een postzegel uit 1938

 

 

 

 

Marnix overleed op 15 december 1598, slechts 58 jaar oud, in Leiden. Toch wordt er met regelmaat aan deze grote staatsman terug gedacht. Zijn beeltenis was zelfs goed voor een postzegel.