De geschiedenis van Veere begon in de 12e of 13e eeuw als het gehucht Kampvere.

Veere begon als havenplaats als het gehucht Kampvere of Ter Veere, gelegen in de parochie en het ambacht Zandijk. Dit blijkt uit een oorkonde uit 1282, waarin Wolfert van Borsele, ambachtsheer van Zandijk, en zijn vrouw Sybille een aantal van hun bezittingen opdragen aan de vrouw van graaf Floris V, gravin Beatrix. Deze bezittingen waren onder meer kasteel Zandenburg, een watermolen, een molenwater, een haven  met recht op havengeld , de havendijk en alle percelen  tot 50 roeden vanaf de havendijk.

Wolfert van Borsele

In 1318 bevonden zich reeds Italiaanse bankiers, Lombarden, in Veere, wat erop duidt dat er al handel werd gedreven.

Veere scheidde zich vóór 1339 af van het ambacht Zandijk. In 1346 werd Veere als ‘die veste ter Vere’, maar ook beschreven als dorp. Later, in de 15e eeuw wordt Veere stad genoemd, met het bijbehorende stadsrecht.

Maximiliaan I was een telg uit het huis Habsburg. Als enige overlevende zoon van keizer Frederik III, werd hij aartshertog van Oostenrijk (als gevolg waarvan hij ook Maximiliaan I van Oostenrijk werd genoemd) met hausmacht aldaar. Vanaf 1508 was hij keizer van het Heilige Roomse Rijk.

Maximiliaan I geschilderd door Peter Paul Rubens

 

Door zijn huwelijk met Maria van Bourgondie in 1477 werd Maximiliaan na haar voortijdige dood in 1482 de feitelijke machthebber over de Nederlanden en de France-Comté, als regent voor zijn troongerechtigd vierjarig zoontje Filips, de latere koning-gemaal in. In 1486 werd hij gekozen tot Rooms koning en 22 jaar later, in 1508, door paus Julius II tot keizer van het Heilige Roomse Rijk gekroond. Hij was echter de facto al keizer sinds 1493, het jaar waarin zijn vader overleed.

Op 8 januari 2013 is het 525 jaar geleden dat met de uitvaardiging door Maximiliaan van Oostenrijk van de ‘Ordonnantie op de Admiraliteit’ op 8 januari 1488 een permanente marine-organisatie voor alle Nederlanden werd gesticht. De admiraliteit zetelde in Veere.

Veere mag zich erop beroemen dat vanuit deze stad de nieuwe Admiraliteit der Nederlanden werd geleid door een admiraal. Deze was sinds 1488 formeel plaatsvervanger van de vorst op maritiem gebied. Hij zou worden bijgestaan door een Raad ter Admiraliteit.

 

 

Veere in de 15de eeuw naar een kaart van Blaeu

Heren van Veere

Veere was in die dagen een belangrijke vlootbasis en strategisch gelegen in het economische centrum. Vanaf hun kasteel Zandenburg regeerden de heren van Veere over hun steeds meer welvarend wordende steden Veere en Vlissingen en het grootste deel van het eiland Walcheren, waaronder de steden Domburg en Westkapelle.
Vanuit de Veerse haven vertrokken handels- en vissersvloten naar alle windstreken. In oorlogstijd waren deze schepen een makkelijke prooi voor de vijand en oorlogsgevaar dreigde voortdurend. Deze civiele scheepvaart eiste extra militaire bescherming, door konvooiering of door oorlogsacties van bewapende oorlogsschepen.

Een oorlogskogge – lees kasteeltorentje

 

Varende kasteeltorentjes

In de middeleeuwen viel de vernieuwing een beetje stil, daar men zich niet op diep water durfde begeven. Het prototype van het middeleeuwse oorlogschipschip had een grote voor- en achterbouw met kantelen. Deze bouwsels werden  ‘kastelen’ genoemd.

Voor het jaar 1488 werden oorlogsvloten georganiseerd voor een enkele actie en diverse autoriteiten rusten oorlogsvloten uit om verschillende belangen te behartigen. De schepen stelden niet veel voor en kunnen nog het best vergeleken worden met varende kasteeltorentjes.

Warwick op een schilderij in bezit van familie Neville

Een zeegevecht bestond uit rammen, enteren en het in brand steken van de tegenstander en het aangaan van het man-tot-man-gevecht. Een beruchte kaper die rond 1470 de Noordzee onveilig maakte was Richard graaf van Warwick. Dankzij de door de heer van Veere uitgeruste oorlogsvloot kon deze zeerover het zwijgen worden opgelegd.

Hendrik II van Borsele

 

 

 

 

 

‘Monsieur de la Vere’

De Bourgondische hertogen vormden de hoogste autoriteit. In hun streven naar een centrale overheid (die zou worden geleid vanuit Brussel) konden zij steunen op de heren van Veere. De heren van Veere zagen al vroeg het belang in van een organisatie op dit gebied.
Hier moet Hendrik van Borsele genoemd worden. De tijdgenoten spraken over ‘Monsieur de la Vere’ of de ‘Prins van het Eiland’. Zijn vele bezittingen in en buiten Zeeland en zijn deelname aan de handelsvaart verschaften hem kundigheid, kapitaal en aanzien om energiek oorlogsvloten uit te rusten en te leiden. In 1426 commandeerde hij als admiraal de Bourgondische oorlogsvloot in de slag bij Brouwershaven tegen hulptroepen van de gravin van Holland.

Van rechtspraak tot onderhoud van vuurbakens

Met de ordonnantie van 8 januari 1488 kwam een eind aan het ad hoc karakter van de oorlogsvoering ter zee. De uit 24 artikelen bestaande wetgeving varieerde van vastleggen van het maritiem oppergezag, de maritieme rechtspraak, het gevangen nemen van zeerovers, afgeven van paspoorten, het voeren van oorlogsvlaggen en banieren en onderhouden van vuurbakens in oorlogstijd. Dit alles werd officieel vanuit Veere geregeld.
De Veerse admiralen kregen hiermee ook de exclusieve rechtsmacht in zeezaken en werden daarin bijgestaan door een Admiraliteitsraad. De leden van de Admiraliteit werden door de admiraal benoemd. Sommigen combineerden hun lidmaatschap met de functie van schepen in het Veerse stadsbestuur.

Vuurbaken aan de kust

Stadhuis maritiem erfgoed

De baljuw van Veere trad op als stadhouder van de admiraal en zat de admiraliteitsraad voor bij diens afwezigheid. uit Veere. Veelal werden de rechtszaken gehouden in het stadhuis van Veere en werden gevangengenomen zeerovers voor hun berechting opgesloten in de nog steeds aanwezige cel in de kelder. Het stadhuis behoort dus ook tot het maritieme erfgoed.

Oorlogsschepen op de rede van Veere

 

 

 

 

 

 

Veere bakermat

Tot de dood van de admiraal Maximiliaan van Bourgondië, de eerste markies van Veere in 1558, herbergde Veere de Nederlandse oorlogsvloot. Gesteld kan worden dat in Veere de grondslag werd gelegd voor een steeds professioneler wordende maritieme organisatie en hiermee de bakermat van de Nederlandse zeemacht kan worden genoemd. Deze voorganger van wat later de marine zou gaan heten bracht grote Zeeuwse admiraals voort, Denk aan De Ruyter, Bankert en de broers Evertsen.