Omstreeks het jaar 175 werd door de Romeinen een castellum gebouwd. In die periode werd Aardenburg naar alle waarschijnlijkheid Rodanum genoemd. Tijdens de Frankische periode werd dat vertaald tot Rodanborch.

Toch waren de Romeinen niet de eerste bewoners van de hoge zandrug waarop hun legerplaats werd gebouwd. Opgravingen hebben aangetoond dat hier ongeveer 10.000 jaar geleden, dus in het Stenen Tijdperk, al mensen verbleven.

Tekening van een Romeins castellum

Rodanborch Luctor et Emergo

Aan het einde van de 3de eeuw viel Rodanborch ten prooi aan het water.  Als gevolg van deze overstromingen bleef het gebied lang onbewoond. Aan het begin van de middeleeuwen viel het gebied weer droog en begonnen er zich weer mensen te vestigen.

Het werd de belangrijkste nederzetting van wat later het Graafschap Vlaanderen zou worden. Het was dan ook niet te vermijden dat christelijke priesters Rodanborch bezochten.

Een van hen, Amandus, vertrok vanuit Gent naar de stad om er een klooster te stichten. Uiteraard hoorde daar een kerk bij.

 

Vikingen vallen ons land binnen

Noormannen

Tijdens de invallen van de Noormannen, tussen 800 en 1000, werd veel van de stad verwoest. Nadat de rust was weergekeerd werd de stad, die inmiddels was herdoopt in Ardenborch in snel tempo weer opgebouwd. In 959 werd een kerk gebouwd die Sint-Baafs werd genoemd.

Ardenborch kwam tot grote bloei. De welvaart groeide als gevolg van scheepvaart, visvangst, wol en vlas export.

Het aantal inwoners nam zo snel toe dat er behoefte ontstond aan een twee kerk. De kerk werd gewijd aan de maagd Maria. Zij bediende Bewester Eede en Beooster Eede.

\

 

Aardenburg omstreeks 1560

Rechtspraak

In de 13de eeuw, in 1273, werd een poorter van Ardenborch vermoord gevonden. Met man en macht werd gezocht naar de dader, maar men kon de moordenaar niet vinden. Toch moest men een dader vinden. Een jonge man uit het weversambacht werd uiteindelijk opgepakt. Hij werd voor de vierschaar gebracht en opgesloten in het Gravensteen.

Ondanks zijn hardnekkige ontkenningen werd hij ter dood veroordeeld. Men moest immers macht en doortastendheid tonen.

Wonder van Maria

De avond voor de terechtstelling werd de jonge man bezocht door een priester. Deze zou hem de biecht horen en voorbereiden op de dood aan de galg. Hij raadde hem aan om om voorspraak te  vragen bij de Moeder Gods. Zij zou wellicht medelijden tonen met hem.

Maria verhoorde zijn gebed en bracht de jonge man in een diepe slaap. In die slaap verscheen zij voor hem, omringd door een grote schare engelen. Op haar arm droeg zij het kind Jezus. Ze hadden een pen, een potje inkt en een stuk perkament bij zich.

Maria verschijning

 

Maria wekte de jonge man uit zijn slaap. Hij zag dat het Gravensteen baadde in een fel licht en hij zag het visioen. Het kind Jezus pakte de pen en het perkament en beschreef het om het daarna aan de jonge man te geven. Hij zei daarbij: “Neem dit, en als de schout en zijn helpers komen om je ter dood te brengen, vraag dan de baljuw te spreken. Geef hem dit en je zult meteen de barmhartigheid van God en de goedheid van mijn Moeder ervaren”.

Daarop verdween het visioen en het Gravensteen was weer donker als de nacht.

Vrijspraak

De dag daarop werd de jonge man naar de galg gebracht. Hij vroeg wanhopig de baljuw te spreken. Na lang aandringen werd dat tenslotte toegestaan. Hij gaf het perkament aan de magistraat. Deze las het en werd lijkbleek. De veroordeelde werd daarna onmiddellijk in vrijheid gesteld. Nooit heeft iemand geweten wat er op het perkament heeft gestaan.

 

Onze Lieve Vrouw van Aardenburg

Verering

Niet veel later werd een beeld gemaakt van Maria met een inktpot. Het wonder raakte tot ver buiten Ardenborch bekend. Gerechtshoven in Holland en Vlaanderen stuurden veroordeelden naar Ardenborch om boete te doen voor hun misdaden. In 1296 verhief paus Bonfacius VIII de Mariakerk tot kapittelkerk. Dat hield in dat 12 priesters elke dag de lof op Maria moesten zingen.

Onze Lieve Vrouw van Aardenburg werd door dit alles een toevluchtsoord voor veroordeelden en een bedevaartsoord.

Ook werd ze de patroonheilige voor de ‘clercken’.

 

 

Heilig Bloedprocessie in Brugge

Brugge

De Heilig Bloedprocessie dateert ten minste uit 1303 en vindt elk jaar plaats op Hemelvaartsdag in Brugge. Hoewel er door de eeuwen heen veel dingen zijn veranderd, is de kern van de optocht het herbeleven van de kruisiging en opstanding van Jezus Christus. Zolang men zich kan herinneren bestaat het spektakel uit vier onderdelen.

Volgens de legende bracht de Vlaamse graaf Diederik van de Elzas de relikwie van het Heilig Bloed van Jezus in 1150, na de Tweede Kruistocht, mee uit Jeruzalem, en schonk het aan de Basiliek aan de Burg. Wat we zeker weten is dat de legende verschillende elementen van het volksgeloof en de folklore bevat.

Processie

Aardenburg had een sterke band met Brugge. In het verlengde hiervan werd ook hier een Heilig Bloedprocessie gehouden

In de week van Pinksteren voerden tal van officiële bedevaarten naar Aardenburg. Het beeld van Maria werd tijdens een processie rondgedragen. Uit heel Vlaanderen werden vooraanstaanden naar Aardenburg uitgenodigd. De grote kerken van Brugge stuurden belangrijke geestelijken. Datzelfde gold voor kloosters en abdijen uit de omgeving.

Ook de handwerkslieden toonden hun respect. Zo schonk het handschoenmakersgilde elk jaar een nieuw kleed voor het beeld.

Koning Edward I

Hoog bezoek

Helemaal helder wanneer de Mariaverering in Aardenburg is ontstaan is niet te ontdekken. De eerste bewijzen hiervan stammen uit 1296. Op 31 maart van dat jaar vaardigde de bisschop van Doornik een oorkonde uit ten behoeve van de instelling van het kapittel van de kerk. Hierin werd gerept van ‘menigvuldige mirakelen’.

In de periode tussen 1273 en 1572 bezochten tal van vorstelijke personen en hoog geplaatste edelen Aardenburg om Maria de nodige eer te bewijzen. Onder hen o.a. de in Brugge geboren Philips de Schone, De graaf van Vlaanderen Guido van Dampierre, De hertog van Bourgondië Philips de Goede en zijn zoon Karel de Stoute.

In 1470 kwam Edward IV aan in Aardenburg. Hij was eerder voorgegaan door Edward I in 1296 en Edward III in 1340.

 

Het pelgrimsteken van Aardenburg

1572

Tot 1572 kwamen jaarlijks duizenden bedevaartgangers naar Aardenburg om, om wat voor reden dan ook hulp te vragen . Zij werden onderscheiden met het zogenaamde pelgrimsteken.  Door de toeloop van al deze vreemdelingen stroomde het geld de stad binnen. Maar in dat jaar veranderde alles.

In de Tachtigjarige Oorlog was het jaar 1572 een bewogen jaar. Den Briel werd veroverd door de Geuzen die Willem van Oranje steunden. Samen met zijn familie veroverde hij in enkele maanden vele steden in de Nederlanden.

In de daarop volgende maanden werden veel van die steden door Don Frederik, tijdens zijn strafcampagne heroverd. De Nederlanden stonden in brand.

Het was ook de periode waarin de reformatie steeds feller de kop opstak. Er braken beeldenstormen uit. Ook Aardenburg werd bedreigd.

Het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Aarden­burg werd uit veiligheidsoverwegingen naar Brugge  overgebracht en daar in een nis van het Stadhuis (hoek van de Blinde-Ezelstraat) geplaatst. Tijdens de Franse Revolutie werd het vernield.

Maria in de gevel stadhuis Brugge

Zeker is, dat er een dergelijk beeld stond in 1711. Dat werd vernield op 30 december 1792. De Brugse stadsbestuurders plaatsten echter een nieuw beeld in 1853. Het werd ingewijd door bisschop Malou van Brugge, in tegenwoordigheid van Koning Leopold der Belgen en diens zoon, de Hertog van Brabant.

Aardenburg werd in 1804 weer een zelfstandige parochie.  In 1851 werd een nieuwe kerk gebouwd. Deze werd opnieuw gewijd aan Maria, nu kreeg de kerk de naam “Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart”.  Bouwpastoor was Johannes van Genk, die later, als bisschop van Breda, de kerk kwam inwijden. In 1871 liet de Maastrichtenaar, pastoor Servatius Nuss, een beeld van Onze-Lieve-Vrouw met de Inktpot in de voorgevel van de kerk plaatsen.

 

 

 

Bij het eerste eeuwfeest van de parochie in 1904, werd onder pastoor Thomas Wijtvliet een gebed tot Onze-Lieve-Vrouw van Aardenburg gemaakt en een lied geschreven. De heilige paus Pius X verleende een volle aflaat, te verdienen in de Pinksterweek.

Aflaat

Met een aflaat, een oud gebruik in de katholieke kerk, wordt bedoeld de kwijtschelding van God  van tijdelijke straffen voor zonden die, wat de schuld betreft, reeds vergeven werden. Volgens de katholieke leer moet elke zondaar namelijk een straf ondergaan voor zijn zonden, om de ziel te zuiveren en de morele orde en de eer van God te herstellen. Door het geloof in de verbondenheid van de gelovigen in Jezus, wordt het door de kerk ook mogelijk geacht dat een ander deze straf voldoet. De aflaat houdt in dat de kerk in naam van de goede daden van Jezus en de heiligen deze straf laat opheffen.

Gebed tot Maria

In 1937 bouwde de parochie een veldkapel aan de Westmolenstraat. De kapel werd ingezegend door pastoor-deken J.J. Loos. De kapel overleefde de oorlog, maar werd een aantal jaren geleden gesloopt om plaats te maken voor een bedrijf.

Na de tweede wereldoorlog werden onder pastoor Jos Dierick nieuwe glas-in-lood ramen geplaatst, waaronder een met het visioen in de kerker en een met het bezoek van de Engelse Koning Edward IV.

Thans gaan opnieuw stemmen op om een nieuwe kapel te bouwen ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Aardenburg. Er is daartoe een fonds en er werden reeds diverse giften ontvangen.

Aardenburg staat in ieder geval, vanwege Maria met de inktpot, voor altijd op de kaart als bedevaartsoord.

Bron o.a.: Zwin Gevoelsstreek