We kunnen niet zeggen dat ons land omstreeks 1820 – 1840 een verleden had opgebouwd waarin stil werd gestaan bij onze helden uit het verleden. Beeldhouwkunst stelde in ons land nauwelijks iets voor. Toch ontstond in die periode de behoefte om via beelden onze glorietijd te herdenken.

Louis Royer door Charles van Beveren

Vlaanderen

In Vlaanderen was de beeldhouwkunst veel verder gevorderd dan in ons land. Het was dan ook logisch dat men, voor het vervaardigen van statige monumenten uitweek naar onze zuiderburen. Een van de meest gevraagde Belgische kunstenaars was de uit Mechelen afkomstige Louis Royer. Hij produceerde in een korte periode veel afbeeldingen van beroemde Nederlanders.

Bekendheden

Enkele van zijn beroemdste werken zijn de beeltenissen van Michiel de Ruyter in Vlissingen, het standbeeld van Rembrandt in Amsterdam, Laurens Janszoon Koster in Haarlem en Joost van den Vondel, ook in Amsterdam.

Standbeeld van de Ruyter

Doorbraak in Zeeland

Zijn bekendheid in Nederland begon in Zeeland. In 1840 kreeg hij de opdracht om een beeld van Michiel de Ruyter te vervaardigen. Een gietijzeren beeld van deze zeeheld kwam gereed en werd onthuld op 25 augustus 1841 op het Rondeel in Vlissingen. Het zou in 1843 worden verplaatst naar de boulevard.

Idee van een dominee

Al in 1828 kwam de Heusdense predikant Carel Willem Pape met het voorstel een standbeeld op te richten voor Willem van Oranje. Het beeld zou moeten worden geplaatst op de Grote Markt in Brussel. Zijn plan leidde tot verzet en vervolgens gooide de Belgische Revolutie roet in het eten. In het voorjaar van 1841 probeerde Pape het opnieuw, hij bracht zijn idee in bij het Koninklijk Instituut van Wetenschappen, Letterkunde en Schoone Kunsten. Het instituut raadde de regering aan het plan voorlopig uit te stellen.

Willem Anne baron Schimmelpenninck van der Oye

Tot ieders verbazing liet minister van binnenlandse zaken, Willem Anne Schimmelpennick van der Ove in de Staatscourant van 8 juli 1842 weten dat er een landelijke inzameling werd gestart voor de oprichting van een standbeeld van Willem de Zwijger, dat zou worden geplaatst op een van de pleinen van Den Haag. Het ontwerp van het “nationaal gedenkteken van dankbaarheid” werd bepaald door het eerdergenoemd Instituut. Koning Willem II verleende zijn medewerking aan het project.

 

Willem van Oranje -Foto-ANP

Willem van Oranje

In 1842 accordeerde koning Willem II het plan om Willem van Oranje, de grondlegger van de Nederlandse vrijheid, te eren met een standbeeld. Hij vond ook dat dit beeld een monument van alle Nederlanders moest worden en door de gezamenlijke bevolking zou moeten worden betaald.

Inzameling

De toenmalige Gouverneur van Zeeland (commissaris van de koning) Ewout baron van Vredenburch, stuurde een brief aan alle gemeenten op Schouwen-Duiveland.  Hierin werd gevraagd om onder de inwoners een collecte te houden om bij te dragen in de kosten van het beeld. De brief werd vergezeld van een ‘inteekrnings-lijst’. Hierop konden de namen van de schenkers worden opgetekend alsmede de bedragen die zij stortten.

Inteekenings-lijst

Brouwershaven en Zierikzee kregen daarnaast een tekening inhoudende ‘den stand en den houding van het op te richten Standbeeld oppervlakkig aanduidende’.

Resultaat

Schouwen-Duiveland leverde niet bepaald de hoofdprijs. Bruinisse, Burgh, Renesse en Noordgouwe kenden belangrijker zaken. In Brouwershaven werd in eerste instantie ook niet gereageerd op de oproep en bleef de intekenlijst leeg. Enigszins gegeneerd besloten vijf inwoners van de smalstad vlak voor de deadline een storting te doen. Deze vijf, waaronder de burgemeester C. Lopse Hocke en een wethouder zamelden gezamenlijk het bedrag van 12 gulden in.

Tekening van het ontwerp

Zierikzee was iets royaler. De lijst van ‘intekenaars’ omvatte 52 inwoners en zij zamelden een bedrag van Fl. 110, 60 in. Hebben we daar de term ‘Zunige Zeeuwen’ aan overgehouden?

Het gaat zeker te ver om te stellen dat Willem van Oranje zonder de steun van de gemeente op Schouwen-Duiveland er niet zou zijn gekomen. Maar een bijdrage is zonder meer geleverd.

Toch was het resultaat van de landelijkje inzamelingsactie ruim voldoende om het standbeeld vorm te geven.

Elegante figuren bij het standbeeld voor Willem van Oranje op het Plein in Den Haag.  (Collectie Haags Historisch Museum)

Onthulling

Op 26 juli 1848 werd het bronzen standbeeld op het Plein in Den Haag geplaatst. Het stelt Willem voor als staatsman, met zijn rechterhand wijzend op zijn borst. In zijn linkerhand houdt hij afschriften van de Unie van Utrecht. Aan zijn voeten ligt een hondje dat trouw moet verbeelden.

Bij de onthulling door koning Willem II waren ook prins Frederik, prins Hendrik en hun gevolg op paarden aanwezig.

Starend naar Delft

Gedraaid

In de jaren ‘90 van vorige eeuw werd het Plein heringericht. Tot aan dat moment keek Willem in de richting van het Binnenhof. Na de renovatie werd het beeld een kwartslag gedraaid. Willem van Oranje staart nu in de verte naar de plaats waar hij werd vermoord, naar Delft.