Aan het noordwesten van Noord-Beveland bevond zich een gezwel in de vorm van een zandplaat. De Plaat van Onrust. Een gevaarlijk punt. Met de neus op het noordwesten gericht en de er vlak voor gelegen diepe Roompot werd de kust van het eiland blootgesteld tijdens noordwester stormen aan hoge golven. Duinvorming werd door deze natuurelementen tegengewerkt. Door de aanleg van een dam kon het gevaar van de Plaat van Onrust voor een belangrijk deel worden geëlimineerd.

Noord Beveland

Veranderende wereld

Samen met de verder naar het oosten aangelegde Zandkreekdam, zou er na de afdichting een totaal andere situatie ontstaan. Het Veerse Gat zou een binnenmeer worden met alle gevolgen vandien.

Ook economisch was het van grote invloed. Veere verloor door de afsluiting van het Veerse Gat haar status als vissersplaats. Op 8 april 1961 verkaste de vloot van kleine platbodems en grotere kotters in een lange stoet naar de nieuwe thuishaven, Colijnsplaat.

De Veerse vloot verlaat voor de laatste keer de vertrouwde haven

Afdichting

Het sprak dan ook voor zich dat bij de afsluiting van het Veerse Gat de Plaat van Onrust uitdrukkelijk betrokken zou worden. De bouw van de Veerse Gatdam die de monding van het Veerse Gat moest dichten zou niet eenvoudig worden.  Technieken die waren gebruikt voor de aanleg van de Zandkreekdam, zoals de eenheidscaissons, bleken hier niet bruikbaar. Er werd een oplossing gevonden in het bouwen van ‘doorlaatcaissons’.

Voor de bouw van deze kolossen werd bij Vrouwenpolder op Walcheren een bouwdok aangelegd dat de naam ‘Oostwatering’ kreeg.

De bouw

In 1958 startten de voorbereidende werkzaamheden. Deze bestonden onder andere uit de aanleg van een 1,5 km lang damvak over de Onrustplaat. Hiervoor moesten tonnen zand worden opgespoten en met graniet en beton een stevig fundament worden gelegd. Deze dijk moest op de centimeter nauwkeurig aansluiten op de feitelijke dam.

Die was op 6 juni 1958 gereed. Hierdoor bleef aan de Noord-Bevelandse zijde een sluitgat in het Veerse Gat over. Dit gat zou door caissons gesloten worden.

Bouw van de caissons in het dok bij Oostwatering, Vrouwenpolder, foto RWS

Caissons

Op Oostwatering werd hard gewerkt aan de bouw van de afzinkbare doorlaatcaissons. Deze betonnen kolossen waren 62 lang, 20 meter breed en 19 meter hoog. Ze waren voorzien van openingen. Daardoor kon men, na het op hun plaats brengen, ‘gewoon’ doorgaan met het werk, niet gehinderd door de getijdestroming. Daarmee werd voorkomen dat tijdens de bouw de stroming sterker zou worden omdat dezelfde hoeveelheid water zich door een steeds kleinere opening moest persen. Men omzeilde zo het risico dat de caissons zouden gaan schuiven.

Voor het plaatsen van de caissons moest ook hier weer een stevig fundament worden gelegd. Eerst werd het traject waar de dam moest komen opgespoten met zand. Daarna werd er een ‘drempel’ van stenen aangebracht waarop de caissons een stevige plaats vonden.

Plaatsing van een caisson in de Veerse Gatdam – foto RWS

Plaatsing

Aan beide zijden werden eerst twee landhoofdcaissons geplaatst. Getrokken door zes sleepboten werden de caissons van Oostwatering naar het 320 meter brede gat gesleept. Als de caissons op de plaats van bestemming waren afgeleverd waren de doorstroomgaten nog open. Na de plaatsing van het laatste, het zevende caisson op 24 april 1961, werd gewacht op een moment van doodtij waarna alle schuiven van de caissons gelijktijdig werden gesloten en de dam werd gedicht. Op 27 april 1961 volgde de echte sluiting door middel van het neerlaten van de schuiven.

Dit belangrijke moment werd gadegeslagen door koningin Juliana vanaf haar jacht de Piet Hein. Hierdoor toonde zij opnieuw haar grote betrokkenheid bij het uitvoeren van het Deltaplan en de Zeeuwen.

Afwerking

Onmiddellijk begonnen zandzuigers aan beide kanten zand tegen de caissons aan te spuiten. In zes weken continudienst werd 2,5 miljoen kubieke meter zand verplaatst. Over de dam en de dijk werd een autoweg aangelegd die deel uitmaakt van de N57. Op 27 oktober 1961 stelde ir. A.G. Maris, Directeur-Generaal van Rijkswaterstaat, de verbinding voor het wegverkeer open. De 2,8 kilometer lange dam is zo goed geïntegreerd in het landschap dat het alleen als je er over fietst of wandelt opvalt dat men over een dam gaat.

Bij Wolphaartsdijk aan het Veerse Meer kan de natuur haar gang gaan

Veerse Meer

Door het aan twee kanten afsluiten van het Veerse Gat is een enorm binnenmeer ontstaan , het Veerse Meer.  Rijkswaterstaat regelt de waterstand in dit gebied. Om de polders in de winter droog te houden wordt het waterpeil verlaagd tot 30 cm. onder NAP. In de zomermaanden wordt het waterpeil verhoogd. Zodoende wordt de oppervlakte van het meer vergroot en de natuur zich verder kan ontwikkelen.

Door het brakke water te vermengen met het zoute water uit de Oosterschelde verbetert de waterkwaliteit, hetgeen goed is voor planten en dieren.

Het meer heeft zich in de loop van haar bestaan ontwikkeld tot een fantastisch recreatiegebied.

Het heeft de uitstraling van een natuurgebied. Het is zo ingericht dat verschillende functies goed samengaan. Zeilers, surfers, fietsers en wandelaars kunnen in de zonnige maanden hun hart ophalen.

Windsurfen op het Veerse Meer

’s Winters hebben boeren dankzij de lagere waterstand, geen overlast van water en is er alle ruimte voor trekvogels.

De Veerse Gatdam is als deel van het Drie Eilandenplan een snelle verbinding over de weg geworden tussen Walcheren en Nood- en Zuid-Beveland. Maar daarnaast is het een grote boost gebleken in de toerisme industrie voor Zeeland.

Het Polygoonjournaal maakte een leuk item over de aanleg van de dam.

 

Wilt u meer weten over de Ramp, de wederopbouw daarna en het Deltaplan, dan is het Watersnoodmuseum de perfectie plaats om uw nieuwsgierigheid te bevredigen.