Al ver voor de Watersnoodramp zijn verwoestende werk kon doen werd er al nagedacht over het veiliger maken van de kust.  In de dertiger jaren van vorige eeuw zat men al te broeden op zogenaamde ‘eilandenplannen’. Het betrof hier een Nederlands waterstaatkundig voorstel met betrekking tot een aantal eilanden. In die tijd werd een aantal plannen met deze naam bestudeerd. Die plannen hadden betrekking op een aantal eilanden in het Deltagebied. Centrale daarin stond het idee van landaanwinning, kustlijnverkorting en terugdringen van verzilting. Deze plannen waren blijkbaar niet in een of andere bureaulade terecht gekomen. Ze bleken na ruim 25 jaar zelfs nog toepasbaar. Door deze plannen uit te voeren kwam het einde van de veerdiensten snel dichtbij.

Een van de PSD boten tegen de aanlegsteiger van Katseveer

Drie Eilandenplan

Het drie-eilandenplan betrof de eilanden Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland. In combinatie met de Sloedam welke als noodzakelijk onderdeel van de spoorlijn naar Vlissingen in 1872 gebouwd was, kon men door het afsluiten van het Veerse Gat en de Zandkreek een groot stuk land winnen en de gelijktijdig de kustlijn van zo’n 52 kilometer tot 2,5 km inkorten.

Het werkgebied van de Zandkreekdam

Planning

De Watersnoodramp dwong de plannenmakers niet opnieuw het wiel uit te vinden. Het drie eilandenplan werd opgenomen in de Deltawerken. Dit plan werd als eerste onderdeel uitgevoerd.

In het oorspronkelijke Deltaplan was de Zandkreekdam in de uiteindelijke situatie (naast een afgesloten Veerse Gat ook een afgesloten Oosterschelde) niet noodzakelijk. De dam zou aan twee zijden een van de Noordzee afgesloten waterbekken hebben. Maar bij de praktische uitvoering van de Deltawerken bleek de dam noodzakelijk. Bij een wel al afgesloten Veerse Gat en een nog open Oosterschelde (of andersom) zouden de getijstromen de zandkreek in zeer korte tijd tot ver buiten de bestaande begrenzingen hebben uitgeschuurd.

 

 

Voorbeeld van wantij

Wantij

Wantij is een plaats die ligt tussen een eiland en de kust en waar tijdens vloed de beide getijstromen samenkomen die zich, via de zeegaten aan weerszijden van het eiland, naar het gebied tussen eiland en kust bewegen. Op het wantij is wel sprake van eb en vloed maar nauwelijks van stroming. In gebieden met een zachte bodem bezinkt daarom op deze plek veel slib. Het gevolg is dat het wantij vaak een ondiepe zone is. Het wantij is bijna nooit één plek maar vrijwel altijd een lijn tussen kust en eiland.

Dus een dam…

Door een dam te leggen ter plaatse van het wantij, waar de vloedstroom door het Veerse Gat en die door de Oosterschelde elkaar min of meer ontmoeten, wordt dit voorkomen. Soortgelijke overwegingen hebben geleid tot het bouwen van de Grevelingendam en de Volkerakdam.

Bouwen

Kort nadat de sluiting in de Hollandse IJssel was afgerond werd begonnen met de bouw van de Zandkreekdam. Het zou een van de twee dammen worden die Walcheren, Noord- en Zuid-Beveland in het kader van het drie eilandenplan met elkaar moest verbinden.

Deze dam werd aangelegd tussen Kats op Noord-Beveland en Wilhelminadorp op Zuid-Beveland. Ze moest een lengte krijgen van 830 meter en een combinatie zijn  van een dam, een weg en een sluis.

Een overzicht van de werkzaamheden

Aandachtspunten

Het bouwen van de dam was een kunststukje op zich. Er moest bijna op de minuut af worden gewerkt.

  • De caissons konden niet worden afgezonken bij stroomsnelheden hoger dan 0,8 meter per seconde;
  • Ze moesten worden afgezonken met behulp van een precisiekraan die de caissons exact op hun plaats moest zetten;
  • Nadat een caisson was afgezonken moest er nog een opzetstuk worden geplaatst. Dat diende te gebeuren vòòr het hoogwater was. Het caisson was zonder opzetstuk + 1 meter NAP, bij hoogwater + 1,5 meter NAP. Als het caisson niet op tijd geplaatst zou worden zou het bij hoogwater overstromen;
  • De definitieve sluiting van de dam moest plaats vinden bij laagwater, liefst tijdens een periode van doodtij dat slechts twee keer per maand voorkomt. Dan is het verschil tussen hoog- en laagwater het geringst;
  • Op het moment dat een caisson geplaatst was moesten onmiddellijk zand en grint aan weerszijden worden aangebracht. Op die manier werd voorkomen dat ze door getijdewerking zouden gaan schuiven. Ook kon het water dan wel niet meer over het caisson slaan, maar het kon er nog wel onderdoor.

In 1959 werd begonnen met de bouw. Daarbij werd gebruik gemaakt van betonnen standaardcaissons met een lengte van 11 meter, een breedte van 7,5 meter en een hoogte van 6 meter. Na het afzinken op de juiste plaats werden deze gevuld met zand en grint om ze op hun plaats te houden. Op 3 mei 1960 werden twee gekoppelde caissons afgezonken in het sluitgat. Daarmee was de Zandkreekdam een feit.

Het sluiscomplex in de Zandkreekdam

Behalve de dam werd ook een sluis gebouwd. Daardoor is scheepvaart tussen het Veerse Meer en de Oosterschelde mogelijk gebleven. Daarna kon men beginnen met het afbouwen. Het wegdek kon worden aangelegd en alles werd afgewerkt. De commissaris van de koningin, dhr. De Casembroot opende op 1 oktober 1960 de Zandkreekdam.

De dam is een deel van een dijkenproject. Dit bestaat uit de dijken van de Wilhelminapolder op Zuid-Beveland en de Jonkvrouw Annapolder, Katsepolder en de Leendert Abrahampolder op Noord-Beveland. De Zandkreekdam is een deel van dit dijktraject en verbindt Noord- en Zuid-Beveland. De totale lengte van dit traject is vijf kilometer.

Aanpassingen

Tussen 1960 en 2000 werd er uiteraard regelmatig onderhoud gepleegd. Maar men had nooit kunnen verzien dat het verkeersaanbod in die 40 jaar zo sterk zou groeien. Als de brug open stond stropte het verkeer op, wat tot lange wachttijden leidde. Om die reden werd in 2000 een zogenaamde bypass aangelegd met een tweede brug aan de kant van het Veerse Meer.

Aanleg Zandkreekdam

Katse Heule

Ook merkte men dat de kwaliteit van het water in het Veerse Meer sterk achteruit liep. In 2004 werd bij de sluis de Katse Heule opgeleverd. Dit is een doorlaat constructie die zout water vanuit de Oosterschelde het Veerse Meer binnen laat stromen. Daardoor stijgt het zoutgehalte, wordt het water zuurstofrijker  en verbetert de kwaliteit van het water.

Katse Heule is een uitkijkpunt geworden. Hier is een monument geplaats met informatieborden. Ben je met de fiets? Dat is dit een uitstekende plek om even op adem te komen. De aangebrachte borden geven je alle informatie over wat er in het water zou kunnen zien.

Onthulling van het monument Katse Heule

Veiliger

Waar in het verleden fietsers bij een geopende brug, tussen het landbouwverkeer stonden te wachten, wat tot gevaarlijke situaties kon leiden, is om reden van veiligheid naast de Zandkreekdam een fietspad aangelegd. Dit kwam gereed in september 2018.

Of dit de laatste grote aanpassing is blijft ongewis, maar zeker is dat de Zandkreekdam en weer lange tijd tegen kan.

 

 

 

Het familiestrandje bij de Zandkreekdam

Strandje

Zuid-Beveland is niet direct een eiland met veel kilometers strand. In de zomer zijn de stranden dan ook drukbezocht. Naast de Zandkreekdam, vlak bij de sluizen ligt een gezellig familiestrandje. Het ligt mooi ingeklemd tussen de dijk en de Zandkreekdam. Bij laagwater is het strand ongeveer 300 meter breed. Maar let op; bij hoogwater blijft er nagenoeg geen strand meer over.

Het eerste Zeeuwse deel van de Deltawerken is natuurlijk niet zo spectaculair als de Oosterscheldekering. Maar leuk genoeg om er eens te gaan kijken en toch verbluft te zijn door het vernuft van de mens.

Trouwens, als u geïnteresseerd ben in de geschiedenis van de Deltawerken, dan is een bezoek aan het Watersnoodmuseum een bron van informatie.